In de hal van het sierlijke Florentijnse Palazzo Spini Ferroni staat een oude Vespa. Het is een gedeukt, dofgrijs ding, rijp voor de schroothoop zo te zien. En toch kreeg het een ereplaats in een tentoonstelling gewijd aan de vrouw die in 1996, drie jaar na haar dood, door de lezers van het chique Britse blad Harpers & Queen tot de meest fascinerende persoonlijkheid van deze eeuw verkozen werd. Want dit is geen ordinair motorrijwiel, nee, dit is dé Vespa waarop Audrey Hepburn in 1953 rond de juichende fonteinen van Rome toerde en zo recht de filmgeschiedenis in. In het verrukkelijke Roman Holiday speelde Audrey een jonge prinses uit het fictieve Ruritania die tijdens een goodwill-bezoek aan Rome aan haar strenge hofhouding ontsnapt en zich vierentwintig uur lang in een roekeloos avontuur stort. Ze laat zich een pittig kort kopje knippen, knoopt nonchalant een zakdoek om haar hals en koopt een paar espadrilles met lange veters. Ze wordt verliefd op een Amerikaans journalist (een rol van Gregory Peck, nu een krasse tachtiger, maar toen de eigenaar van de mooiste gesculpteerde jukbeenderen van Hollywood en de rest van de wereld), maar uiteindelijk zal haar plichtsbesef de bovenhand halen. In de slotscène vraagt een reporter de prinses tijdens een persconferentie aan welke stad van haar Europese rondreis ze de mooiste herinneringen heeft. De zaal wordt doodstil, iedereen wacht op haar antwoord. "Rome", straalt ze ten slotte, met een exquise geronde o, en ze kijkt Gregory Peck recht in de ogen. Noem mij een sentimentele tut, maar op dat moment wordt er hier ten huize naar de familieverpakking Kleenex gegrepen, ook al heb ik de scène inmiddels zo vaak gezien dat ik ze woordelijk kan meespelen.
...

In de hal van het sierlijke Florentijnse Palazzo Spini Ferroni staat een oude Vespa. Het is een gedeukt, dofgrijs ding, rijp voor de schroothoop zo te zien. En toch kreeg het een ereplaats in een tentoonstelling gewijd aan de vrouw die in 1996, drie jaar na haar dood, door de lezers van het chique Britse blad Harpers & Queen tot de meest fascinerende persoonlijkheid van deze eeuw verkozen werd. Want dit is geen ordinair motorrijwiel, nee, dit is dé Vespa waarop Audrey Hepburn in 1953 rond de juichende fonteinen van Rome toerde en zo recht de filmgeschiedenis in. In het verrukkelijke Roman Holiday speelde Audrey een jonge prinses uit het fictieve Ruritania die tijdens een goodwill-bezoek aan Rome aan haar strenge hofhouding ontsnapt en zich vierentwintig uur lang in een roekeloos avontuur stort. Ze laat zich een pittig kort kopje knippen, knoopt nonchalant een zakdoek om haar hals en koopt een paar espadrilles met lange veters. Ze wordt verliefd op een Amerikaans journalist (een rol van Gregory Peck, nu een krasse tachtiger, maar toen de eigenaar van de mooiste gesculpteerde jukbeenderen van Hollywood en de rest van de wereld), maar uiteindelijk zal haar plichtsbesef de bovenhand halen. In de slotscène vraagt een reporter de prinses tijdens een persconferentie aan welke stad van haar Europese rondreis ze de mooiste herinneringen heeft. De zaal wordt doodstil, iedereen wacht op haar antwoord. "Rome", straalt ze ten slotte, met een exquise geronde o, en ze kijkt Gregory Peck recht in de ogen. Noem mij een sentimentele tut, maar op dat moment wordt er hier ten huize naar de familieverpakking Kleenex gegrepen, ook al heb ik de scène inmiddels zo vaak gezien dat ik ze woordelijk kan meespelen. In plaats van "Rome" had Audrey Hepburn net zo goed "Ferragamo" kunnen zeggen, want het was tijdens de opnamen van Roman Holiday dat de prille maar toen al zeer modebewuste actrice kennismaakte met de haute-coutureschoenen van Salvatore Ferragamo, de favoriete maître chausseur van de meest glamoureuze vrouwen ter wereld. In 1954, net nadat ze een oscar in ontvangst had genomen voor haar Amerikaans debuut, bezocht Hepburn Ferragamo in zijn hoofdkwartier in het middeleeuwse Palazzo Spini Ferroni, waarin naast de winkel nu ook het Museo Ferragamo gevestigd is. Ferragamo telde onder zijn klanten ontelbare gekroonde hoofden en elegante vrouwen als Greta Garbo, de hertogin van Windsor, Sofia Loren, Lauren Bacall en Ava Gardner, maar hij was duidelijk onder de indruk van de charmes van de jonge actrice. "Audrey's lange, slanke voet is in perfecte verhouding tot haar lengte", schrijft hij in zijn autobiografie. "Ze is een echte artieste en een echte aristocrate, altijd natuurlijk en ongeaffecteerd, of ze nu acteert of schoenen koopt. Maar evengoed praat ze met grote intelligentie en kennis van zaken over filosofie, kunst, astronomie en theater." Audrey Hepburn zou haar hele leven een loyale klant van het huis blijven, ook na de dood van stichter Salvatore in 1960. Als de Ferragamo-etalages in mei '99 volstaan met een herziene versie van de ballerina's die Audrey in de jaren vijftig wereldwijd populair maakte, dan is dat een eerbetoon aan de tijdloze elegantie waaraan zowel Hepburn als maestro Salvatore verknocht waren. De Ferragamo's keken duidelijk niet op een cent om de zeventigste verjaardag van Hepburns geboorte luister bij te zetten. Op 4 mei sponsorden ze een gala-avond in Cipriani, New York, als aanzet voor een liefdadigheidscampagne waarvan de opbrengst integraal gaat naar het Audrey Hepburn Children's Fund, voorgezeten door Sean, de zoon uit haar huwelijk met de Amerikaanse acteur en regisseur Mel Ferrer. Daarbij werden tien kopieën geveild van de originele leest die Ferragamo van haar voet maakte, voor de gelegenheid gedecoreerd door tien kunstenaars met internationale faam, waaronder Christo, Arman, Marina Abramovic en Enzo Cucchi. Het uiteindelijke doel is de bouw van een pediatrisch ziekenhuis, verbonden aan het universiteitsziekenhuis van Hackensack, New Jersey en gespecialiseerd in de opvang van slachtoffers van kindermishandeling. Voor de opening van de tentoonstelling Audrey Hepburn, a woman, the style in Florence werden journalisten uit de hele wereld overgevlogen. Eregasten waren zoon Sean Ferrer en zijn gezin, de zilverharige, immer aristocratische Hubert de Givenchy, Audrey's lievelingscouturier en levenslange intieme vriend, en Roger Moore, ook een goede vriend en net als Audrey goodwill-ambassadeur bij Unicef. Eveneens aanwezig was Pamela Clarke Keogh, de Amerikaanse auteur van een recent verschenen en voorlopig alleen in de VS verkrijgbare biografie met de ietwat vreemde titel Audreystyle. Het is een mooi uitgegeven boek met een overvloed aan beeldmateriaal, waaronder nogal wat minder bekende foto's van Audrey. Maar voor de tekst heeft Clarke Keogh wel heel ongegeneerd geput uit de in 1996 verschenen en zeer degelijke biografie van de hand van Barry Paris, zonder enige bronvermelding overigens. Sean Ferrer, een boomlange, forse bijna-veertiger die in niets op zijn frêle moeder lijkt, heeft het niet echt begrepen op al die biografen. "Wat Barry Paris in de inleiding van zijn boek zegt, is waar. Mijn moeder had geen sensationele geheimen of verborgen gemeenheden, ze dronk niet en nam geen pillen. Ze was een warme, beminnelijke en geestige vrouw die iedereen zonder moeite voor zich innam. In die zin was ze voor een biograaf tegelijk een droom en een nachtmerrie. En omdat er zo weinig opzienbarends over haar te vertellen viel, werd er veel bij verzonnen."Ferrer werkt op dit ogenblik aan een eigen boek over zijn moeder. Geen biografie, maar een verzameling van haar gedachten en filosofische overwegingen tijdens de laatste twee maanden van haar leven, toen ze aan ongeneeslijke darmkanker leed. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat deze tentoonstelling voor hem een aangrijpende ervaring is. "Het is heel vreemd al die spullen uitgestald te zien die zo sterk getuigen van haar persoonlijkheid: haar filmkostuums, maar meer nog, haar eigen garderobe. Sommige kleren roepen sterke herinneringen bij mij op: een avondjurk die ze aanhad toen ze mij 's avonds kwam instoppen voor ze naar een feest ging, de jas in omgekeerd schaap die ze vaak droeg als ze thuis in Zwitserland met de honden ging wandelen." Niet alleen bij Sean Ferrer maakt de tentoonstelling emoties los. Het begint al in de toegangshal, die volhangt met close-ups. Op de achtergrond weerklinkt Moon river, de overbekende Mancini-song uit Breakfast at Tiffany's, merkwaardig ontroerend door Audrey's ongeoefende zangstem. Of ze nu prinses Anne is, of Sabrina, Holly Golightly of Maid Marian, haar glimlach, sprankelend en tegelijk terughoudend, is onmiskenbaar Audrey Hepburn. En dan die donkere reeënogen... Over Audrey's acteertalent liepen de meningen nogal uiteen, maar niemand twijfelde aan het magnetisme van haar blik: kinderlijk vrijmoedig en toch verleidelijk, met een zweem van melancholie, zelfs in haar meest uitgelaten momenten.Audrey Hepburn was een kind van de oorlog. Ze werd op 4 mei 1929 geboren in de buurt van Brussel. Haar moeder, Ella van Heemstra, was een Nederlandse barones, haar vader, Joseph Hepburn-Ruston, een Anglo-Iers zakenman. De Hepburn-Rustons hadden een problematisch huwelijk, niet in het minst door Josephs nazistische sympathieën en zijn alcoholprobleem. In mei '35 liet hij vrouw en dochter in de steek. Later noemde Audrey haar vaders verdwijning de meest traumatische gebeurtenis in haar leven. Ze werd naar een Engelse kostschool gestuurd, en keerde daarna terug naar haar moeder in Arnhem, waar ze de nazibezetting en aansluitend de grootste luchtlandingsoperatie uit de Tweede Wereldoorlog meemaakte. Sean Ferrer: "Ja, mijn moeder praatte vaak over de oorlog, en als kind vind je dat natuurlijk heel spannend: verhalen over hoe ze thuis tulpenbollen en soep van netels en gras aten en hoe ze op de fiets illegale pamfletten verspreidde die ze in haar wollen sokken verstopte die ze in klompen droeg. Maar de oorlog heeft haar ongetwijfeld getekend: op het einde was ze zo zwak dat ze zelfs niet meer kon dansen en ballet was haar grote passie. De honger die ze toen geleden heeft, bepaalde voor de rest van haar leven haar verhouding tot voedsel. Ze heeft het nooit over haar hart gekregen om een steak terug te sturen die niet doorbakken was. Ik word heel kwaad als mensen suggereren dat ze aan anorexie leed. Mijn moeder at juist heel graag, ze was bijvoorbeeld gek op chocola, maar ze kon gewoon geen grote hoeveelheden naar binnen krijgen en in momenten van stress al helemaal niet." Na de oorlog studeerde Hepburn in Amsterdam ballet bij Sonia Gaskell. Al snel bleek dat ze te groot was om prima ballerina te worden, maar aan de opleiding hield ze een gracieuze houding over, een manier om haar hoofd, haar lange ivoren nek en haar slanke handen te bewegen die herinneringen oproept aan haar grote idool Margot Fonteyn. Het ballet hielp haar ook aan haar eerste filmrol: in de Britse film The Secret People speelde ze een jonge Ierse ballerina. De dans zou een vaak weerkerend thema in Hepburns films worden. Een muurbrede videoprojectie eert haar als danseres in de finale van Funny Face, waarin ze met Fred Astaire langs de oever van de Seine danst, op de klanken van Gershwins hyperromantische He Loves, She Loves. Op een schuin verhoog voor het videoscherm staat een lange rij balletschoentjes, een verwijzing naar het feit dat bedoelde scène werd opgenomen op een drassig stuk grasland, zodat Hepburn om de haverklap schone dansschoenen moest aantrekken. "Heel mijn leven droomde ik ervan om met Fred Astaire te dansen", riep ze komisch-vertwijfeld uit. "En wat krijg ik? Mud in my eye!" Maar haar grote doorbraak had Audrey Hepburn te danken aan Colette, die haar opmerkte tijdens de opnamen van de Britse film Monte Carlo Baby. De Franse schrijfster besliste meteen dat zij het geknipte meisje was om op Broadway haar heldin Gigi te vertolken. Net voor Audrey naar New York afreisde, kwam er een telefoontje van het Londense kantoor van Paramount: of ze een auditie wilde doen voor de rol van een rebelse jonge prinses die tijdens een bezoek aan Rome aan de stijve hofetiquette ontsnapt... Meteen al in haar eerste grote rol had Audrey Hepburn een enorme impact op de straatmode. Miljoenen vrouwen lieten net als prinses Anne hun lange haar afknippen en verwisselden hun hooggehakte pumps voor ballerina's. In de film droeg ze een hemdblouse met opgerolde mouwen op een wijde rok met een brede riem in de taille. Dat was niet meer of minder dan een nonchalante en uiterst draagbare interpretatie van Diors chique New Look en een synthese van drie kwaliteiten: eenvoud, comfort en elegantie. Meteen was er sprake van het Audrey Hepburn-syndroom: alle vrouwen wilden op haar lijken. Pamela Clarke Keogh: "Gregory Peck vertelt graag dat hij naar Japan ging voor de promotie van Roman Holiday en zich op de luchthaven van Tokio tot zijn grote verbazing omringd zag door minstens vierhonderd Japanse Audrey Hepburn-lookalikes. Zelfs de grote operadiva Maria Callas was helemaal in haar ban. Toen zij besliste om drastisch te vermageren, nam ze op al haar tournees een foto van Audrey mee die ze in haar kleedkamer tegen de spiegel zette. Met goed resultaat overigens, want ze viel 36 kilo af." Audrey was een totaal ander type dan de vrouwelijke sterren die in de jaren '50 in Hollywood de dienst uitmaakten. Ze was geen voluptueuze vamp à la Marilyn Monroe, Jayne Mansfield of Jane Russell en ook niet het brave buurmeisje zoals Doris Day. Met haar mengeling van Europese elegantie en Amerikaanse frisheid creëerde ze een stijl die tegelijk gesofisticeerd en bereikbaar was en die perfect paste in een tijd dat vrouwen op zoek gingen naar rolmodellen die aan hun eigen verwachtingen en niet aan die van mannen appelleerden. Billy Wilder, regisseur en producer van Sabrina, drukte het zo uit: "Helemaal in haar eentje zorgde Audrey ervoor dat een grote boezem opeens totaal ouderwets leek." Zelf beweerde ze altijd dat ze zichzelf niet mooi vond: ze was te plat van voren, de holtes achter haar sleutelbeenderen waren te uitgesproken, haar oren en haar voeten waren te groot, haar gebit niet helemaal regelmatig, haar wenkbrauwen te zwaar. Best mogelijk, maar allemaal samen zorgden al die "onvolmaaktheden" voor een van de meest fascinerende en fotogenieke verschijningen van deze eeuw. De essentie van haar tijdloze stijl was dezelfde als die van modegoeroe Diana Vreeland: "Elegance is refusal", minder is meer. Wie Audrey Hepburn zegt, denkt niet aan glitter en tierlantijntjes, maar aan slanke capri-pantalons, zwarte rolkraagtruien, in de taille geknoopte hemdblouses, driekwart mouwen, platte schoenen. Coco Chanel vond de petite robe noire uit, maar Hepburn gaf er in Breakfast at Tiffany's een nieuw elan aan. Minstens driekwart van de in Florence tentoongestelde kleren, zowel uit haar films als uit haar privé-garderobe, zijn van de hand van Hubert de Givenchy. Hun samenwerking begon in '53, ten tijde van Sabrina, waarin ze een Amerikaanse chauffeursdochter speelt die verbluffend gesofisticeerd van een Parijse schoolopleiding terugkomt en het hof gemaakt wordt door twee schatrijke broers, gespeeld door Humphrey Bogart en William Holden. De kostuums zouden door Hollywood-ontwerpster Edith Head gemaakt worden, maar Billy Wilder stuurde Audrey naar Parijs voor een paar creaties van een echte couturier. Zo kwam ze terecht bij De Givenchy, een ex-leerling van Schiaparelli, die volop bezig was met het ontwerpen van een eigen wintercollectie en alleen tijd voor haar maakte omdat hij dacht dat hij met de beroemde Katharine Hepburn te maken had. Maar voor zijn neus stond een hem totaal onbekend meisje in een wit T-shirt, capri-broek, balletschoenen en een strooien gondeliershoed uit een Venetiaanse souvenirswinkel. Het was het begin van een intense samenwerking en vriendschap die tot aan haar dood zou duren. "Een vrouw doet meer met kleren dan ze zomaar dragen," zei De Givenchy ooit, "ze leeft erin." Het was een filosofie die perfect aansloot bij die van Hepburn, net zoals de pure lijnen van zijn creaties een perfect complement vormden voor haar slanke silhouet. Een van de hardnekkige misverstanden over Audrey Hepburn is dat ze meer mannequin was dan actrice. "Ze is geen actrice, maar een fotomodel, met haar stijve, magere lichaam en haar uitdrukkingsloze gezicht vol prima beenderstructuur", schreef de criticus Dwight MacDonald destijds. "Ze heeft het narcisme van een model, niet de introversie van een actrice." Maar Billy Wilder en John Huston, toch niet de minste regisseurs, waren het daar niet mee eens. "Ze is net zo goed als de andere Hepburn", zei Huston kernachtig. Het valt niet te ontkennen dat ze risico's durfde te nemen in de keuze van haar rollen. In Breakfast at Tiffany's speelt ze een capricieuze call-girl, in The Nun's Story een non die uiteindelijk haar kap over de haag gooit, in The Children's Hour een lesbienne en in Wait until Dark een blinde vrouw. Na haar oscar voor Roman Holiday kreeg ze nog vijf Oscarnominaties. Een ander waanidee is dat ze een sprookjesleven à la My Fair lady leidde: er waren haar traumatische oorlogservaringen en het feit dat ze door haar vader in de steek gelaten was. Hij deed nooit nog een poging om met haar in contact te komen. Op haar dertigste spoorde ze hem op in Dublin en vanaf dat moment stuurde ze hem iedere maand een cheque, tot hij op negentigjarige leeftijd overleed. Cynische critici beweerden dat ze een vadercomplex had omdat de meeste van haar tegenspelers ( Bogart, Holden, Gary Cooper, Fred Astaire, Cary Grant) gemakkelijk haar vader hadden kunnen zijn. In Love in the Afternoon is Gary Cooper zo onderbelicht om zijn rimpels te verdoezelen dat het lijkt of ze met een schaduw speelt. Haar huwelijken, het eerste met acteur Mel Ferrer, het tweede met de Italiaanse psychiater en playboy Andrea Dotti, liepen allebei op de klippen. Ze kreeg twee zonen, maar had daarnaast een resem miskramen. Haar jongste zoon, Luca Dotti, was opvallend afwezig op de viering in Florence. Cryptisch commentaar van Sean Ferrer: "Wij zijn een familie zoals alle andere." De laatste jaren van haar leven sleet Audrey met de Nederlander Robert Wolders in La Paisible, zoals ze haar huis in het Zwitserse Tolochenaz genoemd had. Acteren deed ze nog maar heel sporadisch, ze ging toen al een poosje helemaal op in haar tweede loopbaan bij Unicef. In vaak moeilijke omstandigheden reisde ze naar Ethiopië, Turkije, Midden- en Zuid-Amerika, Sudan, Bangladesh, Vietnam en Somalië. Haar motivatie was duidelijk: na de bevrijding van Arnhem behoorde zij tot de eersten die voedsel en geneesmiddelen kregen van de Unrra, de voorloper van Unicef. Op dat moment begon haar emotionele betrokkenheid bij de organisatie. "Mensen die bezitten," placht ze te zeggen, "hebben de morele verplichting daarvan te geven aan hen die niets bezitten."De Amerikaanse columniste Liz Smith was de eerste die haar Saint Audrey noemde, anderen hadden het over Moeder Teresa in een rolkraagtrui. Het zijn cynische tijden, maar wie haar op videobeelden van haar bezoek aan Somalië in vertwijfeling haar handen in de lucht ziet steken, gerimpeld en bijna even uitgemergeld als de kinderen om haar heen, weet dat dit geen pose kan zijn. Sean Ferrer: "Als mijn moeder bewonderd werd om haar stijl, was dat omdat die meer was dan een modieuze verpakking. Haar stijl was het resultaat van innerlijke schoonheid, in stand gehouden door een leven van discipline, respect voor anderen en hoop in de mensheid." De tentoonstelling "Audrey Hepburn: a woman, the style" loopt tot 1 juli in het Museo Salvatore Ferragamo, Piazza Santa Trinita in Florence. Dinsdag gesloten. De hier afgedrukte foto's komen uit de catalogus die hoort bij deze tentoonstelling, tenzij anders vermeld. Lectuur: Audrey Hepburn door Barry Paris, Anthos, 1996, 468 p., 990 fr.; Audreystyle door Pamela Clarke Keogh, HarperCollins, 1999, 238 p., 40 $.Linda Asselbergs