Mijn grootouders kochten deze potjes destijds als typisch Antwerps aardewerk. Weet u er iets meer over?
...

Mijn grootouders kochten deze potjes destijds als typisch Antwerps aardewerk. Weet u er iets meer over?Die aankoop zal wel lang geleden zijn, want geen enkele antiquair zou nog durven beweren dat dit Antwerpse ceramiek is. Maar vroeger namen zowel handelaren als verzamelaars het niet zo nauw met toeschrijvingen en dateringen. Dat was gedeeltelijk te wijten aan de onjuiste informatie in de vakliteratuur. Maar het moet ook gezegd: er werd minder gelezen. Tegenwoordig beschikken ook antiekhandelaren over een degelijke bibliotheek. Welke ceramiek is het dan wel? Het kruikje is van steengoed en lijkt nog laat 17de-eeuws. Het is vervaardigd in het Westerwald (Duitsland) en heeft een waarde van 20.000 fr., ca. 495 euro. Ook het kleine bruine kruikje is van steengoed, een zeer hard gebakken soort ceramiek. Maar in plaats van geglazuurd met zoutglazuur, werd het oppervlak bestreken met een engobe, een vloeibare klei die in de oven omgezet werd tot een soort glazuur. Dit kruikje is 18de-eeuws en komt uit de streek van Charleroi, waar er van in de Middeleeuwen eveneens steengoed, ook wel gres genoemd, werd vervaardigd. De waarde van dit kruikje schatten we op 4000 fr., ca. 100 euro. Het middelste kommetje is van rood aardewerk, overtrokken met doorzichtig loodglazuur. Op de rand werd onder het glazuur een laagje witte klei of pijpaarde aangebracht. Dit is een 17de- of 18de-eeuwse papkom, ook wel 'teljoor van de armen' genoemd. De waarde is gering, zo'n 3000 fr., ca. 75 euro. Links zien we een gelijkaardige kom met schenktuit, vermoedelijk een keukenrecipiënt. Het is op een identieke wijze afgewerkt. Het glazuur aan de binnenkant is om te verhinderen dat de poreuze klei vocht of vet doorlaat. Dit kommetje lijkt 18de- of 19de-eeuws en is 2500 fr., ca. 62 euro waard. Beide rode kommen zijn vermoedelijk bodemvondsten. Ze kunnen wel in Antwerpen zijn gemaakt, maar zijn zeker niet typisch voor de ceramiekproductie van die stad. Dergelijke gebruiksaardewerk werd immers overal op bijna dezelfde wijze vervaardigd. Bovendien in enorm grote hoeveelheden, want bij gebrek aan metalen recipiënten - die waren in de minderheid - werd er in de keuken en op tafel veel aardewerk gebruikt tot in de 19de eeuw. In bepaalde landelijke streken zelfs tot voor de Eerste Wereldoorlog. Nadien kwam het metalen vaatwerk van industriële makelij binnen ieders bereik, waardoor de traditionele artisanale pottenbakkerijen hun afzetmarkt kwijt raakten.