Dat de band tussen de mode- en de kunstwereld niet begon met de Mondriaanjurken van Yves Saint Laurent in de jaren zestig is bekend. Begin vorige eeuw waren couturiers vaak bevriend met kunstenaars, en drukten stromingen als art nouveau en art deco hun stempel op de mode. Mettertijd bekoelde de liefde echter, al vielen de voorbije jaren onder meer Miuccia Prada en Louis Vuitton op met cultureel correcte inspiratiebronnen. Trendsetters, zo blijkt nu. De consument kan immers wel wat afleiding van de 'zwarte dagen' gebruiken (zie Trendrapport p. 52). Zo...

Dat de band tussen de mode- en de kunstwereld niet begon met de Mondriaanjurken van Yves Saint Laurent in de jaren zestig is bekend. Begin vorige eeuw waren couturiers vaak bevriend met kunstenaars, en drukten stromingen als art nouveau en art deco hun stempel op de mode. Mettertijd bekoelde de liefde echter, al vielen de voorbije jaren onder meer Miuccia Prada en Louis Vuitton op met cultureel correcte inspiratiebronnen. Trendsetters, zo blijkt nu. De consument kan immers wel wat afleiding van de 'zwarte dagen' gebruiken (zie Trendrapport p. 52). Zo verwijst Agatha Ruiz de la Prada onder meer naar Jackson Pollock en Vasarely, terwijl de ontwerpteams van de Belgische zustermerken Hampton Bays en Xandres voor enkele stukken inspiratie zochten in de romantische landschappen van William Turner en het abstracte werk van Marc Rothko. Ook het vrijetijdssegment voelt zich thuis in de kunstwereld, zoals samenwerkingsverbanden van merken als Lee Cooper, Puma en Camper illustreren. Een en ander versterkt het sérieux van de modehuizen en ook de toenemende interesse vanuit de musea zelf heeft een gelijkaardig effect. Niet alleen hebben historisch getinte tentoonstellingen steeds vaker oog voor mode, de bestaande modemusea in Londen, Parijs, New York, Antwerpen en Hasselt krijgen gezelschap : rond deze tijd opent, met enige vertraging, het Fashion Museum in Amsterdam. Het vond onderdak in het World Fashion Centre, een groothandelscentrum op het Koningin Wilhelminaplein, en moet in de eerste plaats het imago van de Nederlandse mode bijschaven. In Calais ging begin juni al een nieuw modemuseum open. Cité de la Dentelle et de la Mode vindt zijn oorsprong in de lokale kanttraditie, maar wil geen louter geschiedkundig museum zijn. De voormalige Boulartfabriek, een lokale kantproducent die in 2000 de deuren sloot, werd dan ook knap gerenoveerd en van een glazen, op het eerste gezicht geperforeerde façade voorzien. Die transformatie is het onderwerp van een tijdelijke expo (tot 31 december) waarna de instelling de band tussen couture en lingerie in de twintigste eeuw belicht. Bezoekers van Lissabon ten slotte kunnen daar de geboorte meemaken van het nieuwe mode- en designmuseum in de voetgangerszone rond Rua Augusta. Het vier verdiepingen tellende MUDE opende in mei de deuren, maar blijft tot 2010 een work in progress. Ruwe open ruimtes met ongepleisterde muren en plafonds vormen er nu het voorlopige decor voor fiftiesjurken van Dior en Yves Saint Laurent en archiefstukken van Givenchy en Issey Miyake. Met Preview, from Corbusier to Alaïa (tot 11 oktober) loodst het museum u bovendien door de belangrijkste veranderingen inzake mode en design in de twintigste eeuw. Info : www.worldfashioncentre.nl, www.citedentelle.calais.fr, www.mude.pt. Wim Denolf