Merken die een geloofwaardige reputatie in verzorging willen opbouwen, moeten daar flink wat cash voor over hebben. Wie eigen laboratoria heeft, staat een streep voor, maar dat is voor veel bedrijven te duur. Zij kopen bij externe firma's actieve ingrediënten om eigen producten te ontwikkelen. Gemiddeld wordt drie procent van de totale omzet geïnvesteerd in onderzoek en productontwikkeling. Dat lijkt niet veel, maar voor een firma als L'Oréal, 's werelds grootste cosmeticaconcern, dat in 2005 een omzet boekte van 14,53 miljard euro, loopt dat toch snel op. Grote bedrijven hebben doorgaans ook verschillende merken in hun portefeuille en proberen het schaalvoordeel bij een grote technische doorbraak te optimaliseren : de primeur wordt gegeven aan een merk dat er groots mee uitpakt en later volgen de collega's van de groep. Een goed voorbeeld zijn de UV-filters Mexoryl SX en XL, gepatenteerd door L'Oréal en dus alleen te vinden bij de merken van de groep : Lancôme, Biotherm, Helena Rubinstein, Vichy, La Roche-Posay en L'Oréal.
...

Merken die een geloofwaardige reputatie in verzorging willen opbouwen, moeten daar flink wat cash voor over hebben. Wie eigen laboratoria heeft, staat een streep voor, maar dat is voor veel bedrijven te duur. Zij kopen bij externe firma's actieve ingrediënten om eigen producten te ontwikkelen. Gemiddeld wordt drie procent van de totale omzet geïnvesteerd in onderzoek en productontwikkeling. Dat lijkt niet veel, maar voor een firma als L'Oréal, 's werelds grootste cosmeticaconcern, dat in 2005 een omzet boekte van 14,53 miljard euro, loopt dat toch snel op. Grote bedrijven hebben doorgaans ook verschillende merken in hun portefeuille en proberen het schaalvoordeel bij een grote technische doorbraak te optimaliseren : de primeur wordt gegeven aan een merk dat er groots mee uitpakt en later volgen de collega's van de groep. Een goed voorbeeld zijn de UV-filters Mexoryl SX en XL, gepatenteerd door L'Oréal en dus alleen te vinden bij de merken van de groep : Lancôme, Biotherm, Helena Rubinstein, Vichy, La Roche-Posay en L'Oréal. Sinds een jaar kan ook Chanel bogen op eigen laboratoria, al heeft het huis al veel langer een samenwerking lopen met Ceries, het onderzoekscentrum voor de gezonde huid. Dermatologen uit de hele wereld werken er samen. De werking wordt grotendeels gesponsord door Chanel, in ruil voor de eerste kennisname van de onderzoeksresultaten, die dan dienen als piste voor de ontwikkeling van producten. Omdat een product aan reële behoeften moet voldoen, vertrekt de marketing vaak van sociale tendensen. Voor Sublimage, Chanels nieuwe antirimpelcrème, diende een psychologische studie over de houding van Japanse en Europese vrouwen ten opzichte van huidveroudering en vooral dan hun ongerustheid daarover, als vertrekpunt. De studie beschreef vijf types van vrouwen die zich in verschillende mate druk maken over huidveroudering. De angstige types lijden er het meest onder en zijn het soort vrouwen dat trouwt met hun chirurg. Zij proberen alles, net zoals de narcistische types, de eeuwige verleidsters die geobsedeerd zijn door hun jeugd en die gevoelig zijn voor een technisch discours en dure woorden. Dat geldt ook voor de meer gematigde individualisten, die begaan zijn met hun uiterlijk en hun imago willen handhaven. Hedonisten zoeken vooral welzijn en plezier, maar willen niet te veel tijd spenderen aan producten. Dat doen de authentieke types evenmin, zij verkiezen sereniteit boven cosmetica en zijn dus een weinig interessante doelgroep. De hedonistische vrouwen zijn echter wel geïnteresseerd in een totaaloplossing : een potje dat alles kan. En dat hoopt Chanel te bieden met Sublimage, een complete antiverouderingsverzorging die hydrateert, vlekken vervaagt, stevigheid en een heldere teint belooft. Chanel zocht jarenlang naar één enkel ingrediënt dat al die beloften kon waarmaken. "Wanneer je verschillende activa combineert, kan er onderling interactie optreden en kunnen zich neveneffecten voordoen en wordt het risico op huidintolerantie groter", weet Xavier Ormancey, bioloog en directeur van het Chanellaboratorium in het Zuid-Franse Sophia Antipolis. Na zes jaar onderzoek bracht Ceries de vanilleplant aan. Die bestaat in 117 soorten die allemaal verschillen qua concentratie van actieve moleculen. Toen uit de testen bleek dat de vanille van Madagascar de beste was, kocht Chanel ginds een plantage om de planten zelf biologisch te telen. "Wanneer je met één enkel actief ingrediënt werkt, is totaalcontrole belangrijk," vertelt Ormancey, "anders ben je veel te afhankelijk van anderen." Labiele factoren als politieke onrust en slecht weer kunnen immers de productie in het gedrang brengen. Vorig jaar was de eerste oogst er : twee meter hoge planten met boonachtige vruchten. Ze werden geplukt, in stukjes gesneden en ondergingen een snelle eerste extractie voor ze naar Frankrijk vertrokken voor de 'polyfractionering' : een eigen technologie, geïnspireerd op de productietechnieken van parfums, waarbij de moleculen drie zuiveringsfasen doorlopen om de meest doeltreffende te kunnen selecteren. 2600 planten leveren 105 kilo vruchten op, waarvan uiteindelijk één kilo zuivere essence met de meest actieve moleculen overblijft. Hoeveel daarvan uiteindelijk in een pot crème belandt, is bedrijfsgeheim, al maakt die hoeveelheid doorgaans slechts een fractie uit van de totale formule, die vooral water bevat. Dat lijkt niet veel, maar hogere concentraties zijn niet noodzakelijk efficiënter en verhogen het risico op irritatie. Ook aan verpakking en presentatie van het product wordt veel tijd en moeite besteed. Weerom een psychologische studie over trends en voorkeuren van vrouwen in de hele wereld is de leidraad : de meeste vrouwen verkiezen compacte crèmetexturen die niet vet aanvoelen, met een aangename, licht bloemige geur, mooi verpakt in een luxueuze pot die hightech oogt en behoorlijk wat weegt, om het idee van luxe te bestendigen. Uiteraard is direct resultaat belangrijk, dat motiveert om het product te blijven gebruiken. En dat moet gedurende minstens vier weken : de periode die de huid nodig heeft om zich volledig te vernieuwen en bijgevolg de minimumtijd voor een product om zich te kunnen bewijzen. Maar het zijn niet noodzakelijk exotische ingrediënten die het mooie weer maken. Nivea onderzocht of het doodgewone foliumzuur een interessant spoor in huidverzorging zou kunnen zijn. Omdat er bij orale inname vaak niet genoeg overblijft voor de huid, is extra foliumzuur in de vorm van een crème aangewezen, volgens dr. Maria Langhals, directrice productontwikkeling. Dit vitamine B-derivaat wordt immers niet door het lichaam zelf aangemaakt, maar halen we uit volkorenproducten, bepaalde groenten en fruit. Zijn belangrijkste taak is om de opbouw van DNA, en dus het celvernieuwingsproces, te ondersteunen. Celvernieuwing volgt het principe van fotokopiëren : dagelijks worden miljarden kopieën gemaakt van dezelfde genetische informatie (DNA). Je hoeft geen genetica te hebben gestudeerd om te beseffen dat de zoveelste kopie er niet zo perfect uitziet als het origineel. Gelukkig heeft de huid een eigen hersteldienst die dat bijstuurt, al komt er met de jaren wat sleet op, net zoals op de energievoorraad die de celvernieuwing en andere processen op tempo houdt. Zo raakt DNA-schade niet meer tijdig hersteld, waardoor er steeds vaker foutieve genetische informatie wordt doorgegeven en er steeds meer beschadigde cellen bijkomen. Wat op termijn zichtbare huidveroudering geeft. Volgens het onderzoek van Nivea zou foliumzuur de celkern beter beschermen tegen externe agressies en helpen om sneller te herstellen. Maar foliumzuur alleen volstaat niet, celvernieuwing vraagt ook energie. Die oplossing heeft Nivea al in huis, in de vorm van creatine, dat zijn strepen verdiende in het Q10-gamma : een huid-eigen molecule die de energievoorraad helpt aan te vullen en een sleutelelement is om de herstel- en beschermingsmechanismen behoorlijk te doen functioneren. Beide stoffen combineren en integreren in een crème bleek geen sinecure : foliumzuur is namelijk lichtgevoelig en het duurde jaren voor Nivea het wist te stabiliseren in een stabiele crèmeformule mét creatine. Het resultaat heet DNAge, een antiverouderingsverzorging voor veertigers. Ook Lancôme had behoorlijk wat tijd nodig. Zeven jaar heeft het gewerkt aan Pro-Xylane, een molecule die op de verschillende bestanddelen en lagen van de extracellulaire matrix zou inwerken. Die extracellulaire matrix kan je vergelijken met een matras, gedrenkt in een gelachtige materie. Met de jaren wordt die gel vloeibaarder en wordt de matras platter, waardoor de huid gaat inzakken en alles droger, minder stevig en compact wordt en rimpels verschijnen. Volgens Lancôme toonden verschillende studies aan dat hun steringrediënt erin slaagt om die matras terug op te pompen en de vloeistof te verdikken en te verrijken, zodat de huid beter gevoed wordt, de uitwisseling tussen de cellen opnieuw vlotter verloopt en het gelaat meer opgevuld lijkt. De techniek wordt geïntegreerd in Absolue Premium beta-X, een verzorging voor vijftigplussers. Bij L'Oréal verwachten ze er zoveel van, dat het niet lang zal duren voor ook de andere l'Oréalmerken deze techniek in hun antirimpelverzorging zullen implementeren. Door Sofie Albrecht I Foto Diane Hendrikx