Wie regelmatig naar de supermarkt gaat, loopt ze geheid tegen het lijf: kinderen die ter hoogte van de vloer oorverdovend krijsen om een ogenschijnlijke onbenulligheid. De begeleidende ouder schiet in de kramp en begint op zijn beurt ook te roepen. 'En nu is het genoeg!'.
...

Wie regelmatig naar de supermarkt gaat, loopt ze geheid tegen het lijf: kinderen die ter hoogte van de vloer oorverdovend krijsen om een ogenschijnlijke onbenulligheid. De begeleidende ouder schiet in de kramp en begint op zijn beurt ook te roepen. 'En nu is het genoeg!'. 'Een klassieke valkuil', lacht psycholoog Nina Mouton die met 'Mild ouderschap' haar eerste boek uit heeft. 'Schreeuwende kinderen creëren instant stress bij de ouders. Die weten vaak niet wat ze met dat gevoel moeten aanvangen en schakelen over op een bekende strategie: emoties sussen en onderdrukken. Bij zichzelf en bij hun kind. Met zinnetjes als "Dat is toch niet zo erg" en "Stop nu maar met wenen" sturen ze diens gedrag bij. Vaak met succes, de kleuter in kwestie droogt op commando zijn tranen en de crisis lijkt bedwongen. Niets is minder waar. Intern blijven die emoties verder razen. Die rekening krijg je dan op een ander moment gepresenteerd.' Hoe pak je zo'n krijsende kleuter dan wel aan? 'Het is belangrijk om te beseffen dat je wenende kleuter je niet doelbewust voor schut wil zetten. Het kind in kwestie voelt hevige emoties waar hij of zij nog niet mee kan omgaan. Dat is perfect begrijpelijk als je bedenkt dat veel volwassenen daar nog altijd moeite mee hebben. Zelf panikeren of eisen dat je kleuter stante pede stopt met wenen, helpt in zo'n geval niet. In plaats daarvan kan je proberen om begrip te tonen en een soort veilige bubbel voor jou en je kind te creëren: "Ik begrijp dat je verdrietig bent omdat je die bal van Paw Patrol niet mee naar huis mag nemen." Is dat gemakkelijk in een overvolle supermarkt? Nee. Maar een huilend kind als een surfplank naar buiten dragen is dat evenmin.' In zo'n geval is het wel belangrijk om als ouder grenzen te stellen. We moeten het kind toch duidelijk maken dat dit gedrag ongewenst is, of niet? 'Een krijsend kind wil niet rebelleren, maar gehoord worden. Aandacht is, net zoals eten en drinken, een basisbehoefte. Instinctief voelen we dat aan, maar we zijn ontregeld door de stortvloed aan adviezen vanuit onze omgeving en in de media. Het idee dat negatief gedrag verdwijnt door het af te straffen en positief gedrag vaker voorkomt als je het beloont, is nog steeds populair. Ik geloof daar niet in. Je kan geen behoefte wegstraffen of belonen. Als jij een verdrietig kind in de hoek zet wanneer het huilt, zal het inderdaad leren om minder te huilen. Maar het wordt daarom niet minder verdrietig. Zo kweek je mensen die hun gevoelens ook op volwassen leeftijd zorgvuldig proberen te verstoppen.''De theorie van straffen en belonen vertrekt vanuit het idee dat kinderen van nature slecht zijn. Door hun gedrag bij te sturen voeden we ze op tot redelijke mensen. Ik zou die redenering graag omkeren. Kinderen hebben de intrinsieke behoefte om graag gezien te worden en nieuwe dingen te leren. Natuurlijk willen zij geen woedeaanval krijgen, dat overkomt hen. Leer hen dat die heftige emoties mogen bestaan en dat ze erover mogen communiceren. Als ze dan later op het werk kwaad zijn omdat ze bijvoorbeeld geen opslag krijgen, zullen ze assertief communiceren. Als je dat einddoel voor ogen houdt, dan worden die gênante momenten in de supermarkt een pak dragelijker.' Mild ouderschap betekent ook mild zijn voor jezelf. Wat bedoel je daarmee? 'Moeder of vader worden is een erg intense ervaring. Je hebt het zo druk met zorgen voor dat kleine wezen, dat je zelfzorg er gemakkelijk bij inschiet. Daar wil ik niet mee zeggen dat je als alleenstaande moeder van drie kinderen elke dag een uur naar de gym moet, maar wel dat je jezelf even de vraag stelt: 'Hoe gaat het met mij vandaag? Ben ik mezelf niet aan het voorbijlopen?'. Door daar even bij stil te staan, zal je veel bewuster je eigen grenzen kunnen aangeven naar je kinderen toe. Als je je overprikkeld voelt, kan je hen bijvoorbeeld vragen om het iets rustiger aan te doen of even alleen te mogen zijn. Dat lukt niet altijd. Soms zullen ze kwaad of verdrietig reageren, maar dat is niet erg. Hoe vaker je je eigen grenzen aangeeft, hoe beter zij daarmee om leren gaan. Merk je dat alles je even te veel wordt? Wees dan niet bang om hulp te vragen aan je partner, je ouders of een babysit.' Dat is niet altijd even gemakkelijk. Zeker niet omdat ons gedrag onbewust gestuurd wordt door de stemmen in ons hoofd die ons vertellen wat we wel of niet mogen doen. 'Trek gewoon je plan' is zo'n populair zinnetje. "Zorg dat je niets vergeet", "Ruim je kamer op" of "Wees beleefd"... Iedereen heeft wel zo'n paar standaardzinnetjes in z'n hoofd die hen te pas en te onpas achtervolgen. Mijn vader wilde bijvoorbeeld altijd en overal op tijd komen. Onbewust gaf ik dat principe ook door aan mijn kinderen, waardoor onze ochtendspits erg gestresseerd verliep. Tot mijn man me daarop wees: "Nina, het is echt niet erg om twee minuten later aan de schoolpoort te staan". Dat besef was een opluchting, voor mij én voor mijn kinderen. In plaats van aan die stemmen te gehoorzamen, kan je proberen om tegen jezelf te praten zoals je tegen een goede vriendin zou doen. Voor anderen zijn we vaak een pak minder streng dan voor onszelf.' Kinderen die na drie maanden doorslapen of hun bord leegeten zijn in onze ogen flink, terwijl dat volgens jou eerder uitzonderlijk is. Waar komen die verwachtingen vandaan? 'Dat heeft te maken met de manier waarop onze maatschappij ingericht is. Na drie maanden moet je als moeder opnieuw aan de slag. Uiteraard probeer je er dan voor te zorgen dat je baby 's nachts doorslaapt. Maar dat druist simpelweg in tegen de evolutie, wij zijn zo niet gemaakt. Baby's die 's nachts huilen gedragen zich als normale baby's. Toch begin je daaraan te twijfelen wanneer die ene collega op kantoor vertelt dat haar kind wel perfect doorslaapt na twaalf weken. Dat geldt ook voor het eetgedrag. Het is perfect normaal dat een tweejarige plots geplaagd wordt door neofobie (de angst voor nieuw eten, red.), dat is opnieuw dat oerinstinct. Kinderen met heftige emoties, een moeilijk eetgedrag en onderbroken nachten zijn helemaal niet zo uitzonderlijk als we denken. Met mijn boek wil ik de druk om dat soort gedrag bij te sturen wegnemen.' Opvoeden gaat niet zonder conflicten. Zeker aan tafel lopen gesprekken al snel uit de hand. Hoe voorkom je dat een onschuldige discussie over het wel of niet eten van groenten ontaardt in een machtsstrijd? 'Tot op zekere hoogte kan je een machtsstrijd natuurlijk nooit vermijden. Maar je hebt een machtsstrijd om dingen die ertoe doen - de gezondheid of de veiligheid van je kind - en de extra machtsstrijd om de niet cruciale dingen. Die laatste verlies je altijd. Van je kind eisen dat het zijn bord volledig leeg eet, is zo'n voorbeeld van een extra machtsstrijd. Je kan kinderen namelijk niet dwingen om te eten en eigenlijk is het ook perfect normaal dat ze soms te veel of te weinig eten op hun bord leggen dan ze op kunnen. Ze moeten nog leren om porties in te schatten. In zo'n geval heeft het geen zin om je kind te dwingen om meer te eten, dat lukt toch niet. Zulke discussies laat je dus best passeren. In het ergste geval heeft je kind na een half uur opnieuw honger, maar zo zal het zich vanzelf realiseren dat het meer moet eten.' 'Mijn eigen zoon Miro wilde tot half februari met een korte broek naar school. Ik had daar een enorme machtsstrijd van kunnen maken, maar in plaats daarvan heb ik beslist om dat los te laten. Omdat ik bezorgd was dat hij kou zou lijden op de speelplaats, heb ik hem wel een lange broek meegegeven. We willen onze kinderen graag beschermen voor de gevaren die wij zien, zoals de koude, maar eigenlijk ontnemen we hen zo de kans om te leren. Zolang hun veiligheid of gezondheid niet in gevaar is, kan je hen gerust op hun bek laten gaan.'