We komen van ver. Op 8 maart 1911, de eerste internationale vrouwendag, was de genderongelijkheid nog veel groter dan nu het geval is. Vrouwen hadden geen stemrecht en geen toegang tot de advocatuur. Gehuwde vrouwen hadden de toestemming nodig van hun man om een reispas te krijgen. En het zou nog vijftig jaar duren voordat gehuwde vrouwen een eigen zichtrekening mochten openen. Het lijkt en het is een eeuwigheid geleden.

Als we terugkijken op de vooruitgang die we de afgelopen honderdentien jaar hebben geboekt, is dit een dag om te vieren. Maar laat ons ook vooruit kijken, naar de weg die we nog moeten afleggen. Want we zijn er nog niet. Hoewel er meer vrouwen dan mannen afstuderen aan universiteiten, verdienen vrouwen die voltijds werken gemiddeld nog steeds zes procent minder dan mannen. Vrouwen hebben nu al decennia toegang tot de advocatuur, maar als je gaat kijken hoeveel van hen vennoot worden, lijkt de vorige eeuw plots weer heel dichtbij. Ruim zes op de tien onderbrekingsvergoedingen worden aangevraagd door vrouwen. Mannen nemen minder vaak geboorteverlof, mantelzorgverlof of palliatief verlof.

Werken aan de emancipatie van de vrouw betekent immers ook werken aan de emancipatie van de man

Als minister van Gelijke Kansen wil ik meewerken aan het doorbreken van het bestaande rollenpatroon. Het doorbreken van stereotypen en vastgeroeste ideeën rond de rol van man en vrouw in het private en publieke leven, in het huishouden en op de werkvloer. We voeren daarom onder meer het verlengde vaderschapsverlof in voor het Vlaamse overheidspersoneel. Werken aan de emancipatie van de vrouw betekent immers ook werken aan de emancipatie van de man. Honderdentien jaar later staat 8 maart daarom nog steeds met rood omcirkeld. Internationale Vrouwendag heeft in die tijd niets van haar relevantie verloren. Het blijft ook in deze 21ste eeuw noodzakelijk om genderongelijkheid op de maatschappelijke agenda te plaatsen. Het moet daarbij meer zijn dan een dag van bewustwording, maar moet beleidsmakers ook aanzetten tot acties. Problemen niet enkel benoemen, maar ook oplossen.

Gendergelijkheid, de vrijheid om invulling te geven aan je eigen leven, los van je geslacht of gender. Dat moet het resultaat zijn van een gedeeld maatschappelijk engagement van mannen en vrouwen. Count me in!

We komen van ver. Op 8 maart 1911, de eerste internationale vrouwendag, was de genderongelijkheid nog veel groter dan nu het geval is. Vrouwen hadden geen stemrecht en geen toegang tot de advocatuur. Gehuwde vrouwen hadden de toestemming nodig van hun man om een reispas te krijgen. En het zou nog vijftig jaar duren voordat gehuwde vrouwen een eigen zichtrekening mochten openen. Het lijkt en het is een eeuwigheid geleden. Als we terugkijken op de vooruitgang die we de afgelopen honderdentien jaar hebben geboekt, is dit een dag om te vieren. Maar laat ons ook vooruit kijken, naar de weg die we nog moeten afleggen. Want we zijn er nog niet. Hoewel er meer vrouwen dan mannen afstuderen aan universiteiten, verdienen vrouwen die voltijds werken gemiddeld nog steeds zes procent minder dan mannen. Vrouwen hebben nu al decennia toegang tot de advocatuur, maar als je gaat kijken hoeveel van hen vennoot worden, lijkt de vorige eeuw plots weer heel dichtbij. Ruim zes op de tien onderbrekingsvergoedingen worden aangevraagd door vrouwen. Mannen nemen minder vaak geboorteverlof, mantelzorgverlof of palliatief verlof. Als minister van Gelijke Kansen wil ik meewerken aan het doorbreken van het bestaande rollenpatroon. Het doorbreken van stereotypen en vastgeroeste ideeën rond de rol van man en vrouw in het private en publieke leven, in het huishouden en op de werkvloer. We voeren daarom onder meer het verlengde vaderschapsverlof in voor het Vlaamse overheidspersoneel. Werken aan de emancipatie van de vrouw betekent immers ook werken aan de emancipatie van de man. Honderdentien jaar later staat 8 maart daarom nog steeds met rood omcirkeld. Internationale Vrouwendag heeft in die tijd niets van haar relevantie verloren. Het blijft ook in deze 21ste eeuw noodzakelijk om genderongelijkheid op de maatschappelijke agenda te plaatsen. Het moet daarbij meer zijn dan een dag van bewustwording, maar moet beleidsmakers ook aanzetten tot acties. Problemen niet enkel benoemen, maar ook oplossen. Gendergelijkheid, de vrijheid om invulling te geven aan je eigen leven, los van je geslacht of gender. Dat moet het resultaat zijn van een gedeeld maatschappelijk engagement van mannen en vrouwen. Count me in!