Halloooo? Als ik G (16) bel, klinkt haar hallo altijd een beetje verbaasd. Alsof ze niet helemaal kan geloven dat haar GSM ook rinkelt en er iemand praat als je opneemt. Nu is dat niet zo raar bij jonge mensen, ze blijken nog amper 'gewoon' te bellen. Hun telefoon is dan wel van levensbelang, dé plek waar ze hun sociaal leven voeden door app-gewijs berichtjes te sturen en foto's te delen, maar gewoon een babbeltje, dat blijkt uitzonderlijk.

Als ik G vertel dat ik - ergens in de jaren tachtig - bijna elke dag toen ik thuis kwam van de middelbare school nog even haar moeder en mijn goede vriendin belde, schudt ze verbaasd haar hoofd. Wat we nog te vertellen hadden na een hele dag in dezelfde klas? Ik vermoed hetzelfde wat zij vandaag deelt met haar lief en vriendinnen op Snapchat, Instagram en Whatsapp. Niets echt belangrijks, maar elk detail van je leven en dus cruciaal.

Geen enkele emoji gaat zo diep als het timbre van iemands stem

Ik wil daarom een warm en oprecht pleidooi houden voor een lekker ouderwets telefoontje. Ik merk in deze thuiszitdagen dat niets me zo opkikkert als dat. Natuurlijk heb ik stijve duimen van het whatsappen, en wordt er zo veel gezoomd en gefacetimed dat ik me verplicht voel om mijn haar altijd ietwat toonbaar te houden. En toch gaat er niets boven even bellen. Als M opneemt, hoor ik meteen aan haar stem of ze goedgezind dan wel triest of chagrijnig is. Ik hoor haar glimlachen als ik vertel dat ik gevochten heb met een bloemkool en ik krijg energie van haar fiets- en werkverhalen. De klaterende lach van J als ik weer een onnozele woordspeling maak, verwarmt mijn hart meer dan een chili con carne. Het feit dat de telefoontjes met mijn vader altijd kort zijn omdat hij dat nooit graag gedaan heeft, bellen, maakt ze niet minder een tonic voor de ziel.

Een uurtje bellen met P, waarbij het over alles van nagellak tot de leugens van Trump gaat, geeft brandstof voor de volgende 24 uur. Plus, al bellend wordt de afwasmachine leegmaken, de was opplooien of de planten water geven veel minder een eindeloos terugkerende saaie opdracht. Misschien heeft mijn liefde voor telefoneren te maken met de directheid. Een bericht lezen duurt maar even lang als naar iemand luisteren die hetzelfde vertelt, maar je krijgt veel minder informatie. Toon drukt meer dan de eigenlijke woorden emoties uit. Frustratie en plezier, ontroering en pijn, dankbaarheid en angst, verwondering en melancholie: geen emoji gaat zo diep als het timbre van iemands stem.

Alsof je jezelf meer durft blootgeven als men je hoort maar niet ziet

Als M een emotionele whatsapp stuurt omdat ze ongerust is, dan heb ik bovendien het geduld niet om op dat minitoetsenbord een troostende boodschap te priegelen. Ik moet bellen om te luisteren, want dat blijft de beste manier om uit te vissen hoe erg het is. Zijn een cliché of twee en een welgemikte foute grap genoeg of moeten de grote troostwapens bovengehaald worden om de fysieke knuffel te vervangen?

Of ik niet liever video-gesprekken doe, wil G weten? Neen, en ik kan eerlijk gezegd niet goed uitleggen waarom. Om dezelfde onverklaarbare reden dat ik vaker ontroerd ben bij een mooi radio-interview dan bij een talkshowpraatje of zelfs een goedgemaakte documentaire, denk ik. Het heeft iets met de menselijke stem te maken, die intimiteit van iemand in je oor. Alsof je jezelf meer durft blootgeven als men je hoort maar niet ziet. En alsof je beter luistert als je niet ook moet kijken. In The New Yorker schreef Sarah Lawson dat ze vermoedt dat het feit dat we steeds minder telefoneren zou kunnen verklaren waarom we zo massaal en graag naar podcasts luisteren. Die onmiddellijkheid. Ik denk dat ze gelijk heeft.

Wat ik wel absoluut zeker weet, is dat ik mijn telefoon nodig heb om niet te lijden onder luidop-lachen-ontwenningsverschijnselen. Ik woon alleen, en ik glimlach makkelijk en vaak. Om iets wat ik op radio of tv hoor, om een idiote meme of een mooi filmpje op sociale media. En om mezelf, uiteraard. Maar lachen, het luide, mond wijd open en diep vanuit de buik soort, dat is een sociaal signaal, en dat doe je dus bijna alleen in de buurt van andere mensen. En laat ik nu niet in de buurt van andere mensen zijn. Dus bel ik hen voor mijn dagelijkse dosis geschater om te voorkomen dat ik langzaam maar zeker verwelk.

Doen, dus, dat bellen.

Halloooo? Als ik G (16) bel, klinkt haar hallo altijd een beetje verbaasd. Alsof ze niet helemaal kan geloven dat haar GSM ook rinkelt en er iemand praat als je opneemt. Nu is dat niet zo raar bij jonge mensen, ze blijken nog amper 'gewoon' te bellen. Hun telefoon is dan wel van levensbelang, dé plek waar ze hun sociaal leven voeden door app-gewijs berichtjes te sturen en foto's te delen, maar gewoon een babbeltje, dat blijkt uitzonderlijk. Als ik G vertel dat ik - ergens in de jaren tachtig - bijna elke dag toen ik thuis kwam van de middelbare school nog even haar moeder en mijn goede vriendin belde, schudt ze verbaasd haar hoofd. Wat we nog te vertellen hadden na een hele dag in dezelfde klas? Ik vermoed hetzelfde wat zij vandaag deelt met haar lief en vriendinnen op Snapchat, Instagram en Whatsapp. Niets echt belangrijks, maar elk detail van je leven en dus cruciaal.Ik wil daarom een warm en oprecht pleidooi houden voor een lekker ouderwets telefoontje. Ik merk in deze thuiszitdagen dat niets me zo opkikkert als dat. Natuurlijk heb ik stijve duimen van het whatsappen, en wordt er zo veel gezoomd en gefacetimed dat ik me verplicht voel om mijn haar altijd ietwat toonbaar te houden. En toch gaat er niets boven even bellen. Als M opneemt, hoor ik meteen aan haar stem of ze goedgezind dan wel triest of chagrijnig is. Ik hoor haar glimlachen als ik vertel dat ik gevochten heb met een bloemkool en ik krijg energie van haar fiets- en werkverhalen. De klaterende lach van J als ik weer een onnozele woordspeling maak, verwarmt mijn hart meer dan een chili con carne. Het feit dat de telefoontjes met mijn vader altijd kort zijn omdat hij dat nooit graag gedaan heeft, bellen, maakt ze niet minder een tonic voor de ziel. Een uurtje bellen met P, waarbij het over alles van nagellak tot de leugens van Trump gaat, geeft brandstof voor de volgende 24 uur. Plus, al bellend wordt de afwasmachine leegmaken, de was opplooien of de planten water geven veel minder een eindeloos terugkerende saaie opdracht. Misschien heeft mijn liefde voor telefoneren te maken met de directheid. Een bericht lezen duurt maar even lang als naar iemand luisteren die hetzelfde vertelt, maar je krijgt veel minder informatie. Toon drukt meer dan de eigenlijke woorden emoties uit. Frustratie en plezier, ontroering en pijn, dankbaarheid en angst, verwondering en melancholie: geen emoji gaat zo diep als het timbre van iemands stem. Als M een emotionele whatsapp stuurt omdat ze ongerust is, dan heb ik bovendien het geduld niet om op dat minitoetsenbord een troostende boodschap te priegelen. Ik moet bellen om te luisteren, want dat blijft de beste manier om uit te vissen hoe erg het is. Zijn een cliché of twee en een welgemikte foute grap genoeg of moeten de grote troostwapens bovengehaald worden om de fysieke knuffel te vervangen? Of ik niet liever video-gesprekken doe, wil G weten? Neen, en ik kan eerlijk gezegd niet goed uitleggen waarom. Om dezelfde onverklaarbare reden dat ik vaker ontroerd ben bij een mooi radio-interview dan bij een talkshowpraatje of zelfs een goedgemaakte documentaire, denk ik. Het heeft iets met de menselijke stem te maken, die intimiteit van iemand in je oor. Alsof je jezelf meer durft blootgeven als men je hoort maar niet ziet. En alsof je beter luistert als je niet ook moet kijken. In The New Yorker schreef Sarah Lawson dat ze vermoedt dat het feit dat we steeds minder telefoneren zou kunnen verklaren waarom we zo massaal en graag naar podcasts luisteren. Die onmiddellijkheid. Ik denk dat ze gelijk heeft. Wat ik wel absoluut zeker weet, is dat ik mijn telefoon nodig heb om niet te lijden onder luidop-lachen-ontwenningsverschijnselen. Ik woon alleen, en ik glimlach makkelijk en vaak. Om iets wat ik op radio of tv hoor, om een idiote meme of een mooi filmpje op sociale media. En om mezelf, uiteraard. Maar lachen, het luide, mond wijd open en diep vanuit de buik soort, dat is een sociaal signaal, en dat doe je dus bijna alleen in de buurt van andere mensen. En laat ik nu niet in de buurt van andere mensen zijn. Dus bel ik hen voor mijn dagelijkse dosis geschater om te voorkomen dat ik langzaam maar zeker verwelk. Doen, dus, dat bellen.