Burn-out is bespreekbaar en dat is goed. Wie thuis op de bank ligt, letterlijk ziek geworden van de bedrijfscultuur, die bullebak van een baas of een reeks onhaalbare 'targets', is niet gebaat bij een dekentje van schaamte. De werkvloer, daar zijn we het stilaan allemaal over eens, is de plaats bij uitstek om over je eigen grenzen te gaan, of ze door een ander te laten betrappelen. Uren aan een sneu bureau-eiland doorbrengen is bovendien niet alleen een hopeloos verouderd gegeven, het is ook nog eens ongezond (zo lang zitten! in slechte lucht!).
...

Burn-out is bespreekbaar en dat is goed. Wie thuis op de bank ligt, letterlijk ziek geworden van de bedrijfscultuur, die bullebak van een baas of een reeks onhaalbare 'targets', is niet gebaat bij een dekentje van schaamte. De werkvloer, daar zijn we het stilaan allemaal over eens, is de plaats bij uitstek om over je eigen grenzen te gaan, of ze door een ander te laten betrappelen. Uren aan een sneu bureau-eiland doorbrengen is bovendien niet alleen een hopeloos verouderd gegeven, het is ook nog eens ongezond (zo lang zitten! in slechte lucht!). Waar je minder over leest, wellicht omdat hij minder van zich laat horen, is de blije kantoorwerker. Ik zeg bewust hij, omdat er een aura van ouderwetsheid aan hem kleeft: iemand die graag naar kantoor gaat, dat kan alleen maar een man met stropdas uit de jaren vijftig zijn. In de praktijk tref je ook vrouwen aan in deze categorie. Maar met hoeveel ze zijn, is vooralsnog niet duidelijk. Zelf vertel ik het ook niet aan iedereen, dat ik 's morgens gezwind de pendeltrein op stap, von Kopf bis Fuß klaar voor een dag nine-to-fiven op een traditioneel ingericht kantoor. Het hoort niet, het mag niet. Tegenwoordig moet je zuchten dat je droomt van je eigen start-up, je eigen uren, je eigen alles. Vrijheid moeten we nastreven, avontuur, en wie het prettig vindt om een baas boven zijn hoofd te hebben of elke dag op hetzelfde tijdstip zijn computer aan te zetten, zal wel dodelijk saai zijn. De blije kantoorwerker doet er dan ook het zwijgen toe als het onderwerp wordt aangesneden. Hij zou wel gek zijn om te bekennen: 'Een eigen start-up? Het zweet breekt me uit. Structuur van buitenaf, dáár drijf ik op!' Maar eerlijk? Ik denk dat als alles meezit, dus als je een baan hebt die niet al te geestdodend is, er prettige collega's rondlopen en er geen onmenselijke eisen aan je gesteld worden, de traditionele werkvloer heilzaam kan zijn voor je balans als mens. Een plek waar je even vergeet dat je eigenlijk liefdesverdriet had of je zorgen maakte over die stekende pijn in je oor. Een plek waar je de neiging om je suf te surfen naar 'hond streelt baby'-filmpjes kordaat een halt toeroept. Een plek waar je samenleeft met mensen van alle slag en leeftijden, die je langzaam leert te appreciëren als totaalpakket: 'Deze collega kauwt dan wel wat luidruchtig op Leo-wafels, het wijst óók op haar krachtdadigheid.' We hebben het hier uiteraard over een bureaulandschap met vaste plaatsen. Geen flexplekken of clean desks. Integendeel. Een beetje morsigheid is onontbeerlijk om jezelf te kunnen zijn. De mok met een beertje erop waar nog een koffierandje in staat: laten staan, je collega hecht eraan. Ervaren kantoorwerkers weten namelijk dat dit type vaatwerk níét uit de kantine komt. Van kantine gesproken: hoe heerlijk is het niet, dat er gewoon voor je gekookt wordt! De blije kantoorwerker klaagt mee met zijn tafelgenoten over de soep die 'te zout' is, maar gaat stiekem om een tweede portie. En een derde. Ik heb het geprobeerd, werken op andere plekken en andere manieren. Maar thuiswerk bevalt me niet - ik voel me net een gevangene met een enkelband. En in hippe coworking spaces hangt een sfeer die me ontglipt. Ik krijg de indruk in een club beland te zijn waar ik geen lid van ben. Ook heb ik nooit de aandrang gevoeld om tegen zo'n boksbal te slaan, die op dat soort plekken al eens een vorm van jongensachtig plezier moet opwekken. Bij lol stel ik me iets anders voor. Een goede roddel aan de koffieautomaat bijvoorbeeld. Of de uitgelaten stemming op vrijdagmiddag, wanneer kantoorwerkers veranderen in het kind dat ze ooit waren. Vrijheid smaakt het best als ze af en toe wordt ingeperkt. Geef mij vaste uren. Geef mij een gewoon bureau. Met piepende lades waar ik mijn fluostiften in bewaar. En collega's tegenover me die me garanderen dat oorkanker echt niet zoveel voorkomt. Een wereld waarin alles en iedereen zijn plaats heeft, en ik van negen tot vijf ontheven word van de taak om mijn eigen leven te managen. Alleen zo blijf ik mentaal normaal. Voor de ware kantoormens is het werk de psychiatrie.