Open Vld-Kamerlid Goedele Liekens heeft deze week een wetsvoorstel ingediend om het Strafwetboek op drie punten aan te scherpen in zaken van verkrachting en aanranding. Het aanranden van personen ouder dan 16 jaar is niet strafbaar wanneer er geen geweld of bedreiging aan te pas komt en daar wil ze verandering in brengen. Een goede zaak dat Liekens de strijd tegen seksueel geweld blijvend onder de aandacht brengt en de wetgeving waar nodig wil aanpakken, maar om echte verandering te bekomen, is er meer nodig dan een verfijning van de wet. Een veel betere handhaving bijvoorbeeld.

Sinds de invoering van de Seksismewet in 2014 is elke handeling bedoeld om iemand als minderwaardig te beschouwen of te minachten wegens zijn geslacht strafbaar. Toch blijven aanranding en seksuele intimidatie die in essentie een structureel probleem van onze samenleving zijn, zwaar onderbelicht. Een ongewenste hand op je bil op de bus of seksistische opmerkingen toegeroepen krijgen op straat: stuk voor stuk strafbare feiten die bij een breed publiek én het beleid te weinig zichtbaar zijn.

Aanranding en seksuele intimidatie blijven zwaar onderbelicht

Voor *vul aan* nageroepen worden op straat, moeten we dat niet gewoon negeren? Nee. Seksistische opmerkingen, ongewenste aanrakingen, langdurig aanstaren: het maakt allemaal deel uit van een spectrum van intimiderend gedrag. Onderliggend aan al deze gedragingen ligt het idee dat meisjes en hun lichaam publiekelijk bezit zouden zijn, die vrijelijk becommentarieerd en betast mogen worden. Zulke objectiveringen zijn fundamenteel fout.

94 procent van de seksuele intimidatie-incidenten wordt niet aangegeven

Om de juiste strafmaat én preventiemaatregelen te bepalen, is het cruciaal om een duidelijk zicht te hebben op de daadwerkelijke reikwijdte van de problematiek. Dat is nu allesbehalve het geval. Uit onderzoek van Plan International België in het kader van haar werking Safer Cities blijkt dat 91 procent van de Belgische meisjes (15-24 jaar) en 28 procent van de jongens reeds slachtoffer was van seksuele intimidatie, maar amper 6 procent van de slachtoffers ook daadwerkelijk klacht indient.

Er is een te grote tolerantie voor verbale seksuele intimidatie

Momenteel zit België dus met een zeer groot 'dark number' van liefst 94 procent. Daarmee scoren we slechter dan onder meer Spanje, Peru, Indië, Oeganda en Australië, landen waar Plan International eveneens een Safer Cities werking uitbouwt, en waar van de 14.500 bevraagden in het onderzoek van Plan gemiddeld 9 procent klacht indient.

Ja, 'catcalling' is strafbaar

Belgische beleidsmakers hebben dus te weinig zicht op de ernst van de situatie, maar dat geldt ook voor de rest van de bevolking. Uit het onderzoek van Plan International België blijkt immers ook dat niet iedereen zich bewust is van de definitie van seksuele intimidatie.

Ondanks de duidelijke definitie van seksuele intimidatie zijn er nog steeds bepaalde incidenten die niet als dusdanig (h)erkend worden.

Waar zo goed als alle jongeren fysieke incidenten zoals ongewenste aanrakingen (83 procent) of seksuele betrekkingen zonder wederzijdse toestemming (81 procent) beschouwden als seksuele intimidatie, is dat niet het geval voor incidenten die als minder intrusief bestempeld worden zoals aanhoudend staren (30 procent), naroepen (32 procent) of nafluiten (37 procent).

Kortom, we hebben een té hoge tolerantiegraad voor niet-fysieke vormen van intimidatie. Ondanks de duidelijke definitie van seksuele intimidatie zijn er nog steeds bepaalde incidenten die niet als dusdanig (h)erkend worden. Dat zorgt ervoor dat verbale en andere niet-fysieke vormen van seksuele intimidatie niet altijd even ernstig genoeg worden of in sommige gevallen zelfs worden weggelachen als 'doodnormaal' of 'goed bedoeld'. Dat is allesbehalve aanvaardbaar.

Meer zelfs, het zorgt ervoor dat slachtoffers van seksuele intimidatie vaak geen klacht durven in te dienen omdat ze bang zijn niet serieus genomen te worden, omdat ze ervanuit gaan dat er toch niets zal gebeuren met de klacht, of omdat ze de procedure om klacht in te dienen zelfs helemaal niet kennen.

Tijd voor verandering

Jongeren uit Safer Cities wereldwijd, kwamen met voorstellen voor een betere aanpak van de strijd tegen seksuele intimidatie:

  • Maak de definitie van seksuele intimidatie én de hulplijn (1712) breder bekend bij een groot publiek
  • Sensibiliseer getuigen van seksuele intimidatie om op een gepaste manier tussen te komen en hulp te bieden
  • Versterk de vaardigheden van politieagenten, trambegeleiders en andere aanspreekpunten om slachtoffers op te vangen
  • Breng de problemen én de oplossingen in beeld

Safer Cities: het digitaal platform voor Antwerpen, Brussel en Charleroi

Om de concrete omvang van het probleem te bepalen én onze Belgische jongeren te vragen naar hun oplossingen, lanceerde Plan International België het digitale platform 'Safer Cities' waar jongeren, in het bijzonder meisjes, openbare plaatsen in Antwerpen, Brussel en Charleroi waar ze zich ongemakkelijk, bang of gelukkig en veilig voelen, kunnen identificeren en kunnen delen. Sinds de lancering van het platform werden er reeds meer dan 600 locaties gemeld in België.

De getuigenissen en ervaringen zullen geanalyseerd worden en bijdragen aan een rapport over de ervaringen van jongeren - en van meisjes en jonge vrouwen in het bijzonder - rond seksuele intimidatie. Eenmaal de gegevens verzameld zijn, zal Plan International België ze samen met jongeren zelf voorleggen aan lokale overheden (Antwerpen, Brussel en Charleroi) en dienstverleners om oplossingen te bieden op maat van elke stad.

Open Vld-Kamerlid Goedele Liekens heeft deze week een wetsvoorstel ingediend om het Strafwetboek op drie punten aan te scherpen in zaken van verkrachting en aanranding. Het aanranden van personen ouder dan 16 jaar is niet strafbaar wanneer er geen geweld of bedreiging aan te pas komt en daar wil ze verandering in brengen. Een goede zaak dat Liekens de strijd tegen seksueel geweld blijvend onder de aandacht brengt en de wetgeving waar nodig wil aanpakken, maar om echte verandering te bekomen, is er meer nodig dan een verfijning van de wet. Een veel betere handhaving bijvoorbeeld.Sinds de invoering van de Seksismewet in 2014 is elke handeling bedoeld om iemand als minderwaardig te beschouwen of te minachten wegens zijn geslacht strafbaar. Toch blijven aanranding en seksuele intimidatie die in essentie een structureel probleem van onze samenleving zijn, zwaar onderbelicht. Een ongewenste hand op je bil op de bus of seksistische opmerkingen toegeroepen krijgen op straat: stuk voor stuk strafbare feiten die bij een breed publiek én het beleid te weinig zichtbaar zijn. Voor *vul aan* nageroepen worden op straat, moeten we dat niet gewoon negeren? Nee. Seksistische opmerkingen, ongewenste aanrakingen, langdurig aanstaren: het maakt allemaal deel uit van een spectrum van intimiderend gedrag. Onderliggend aan al deze gedragingen ligt het idee dat meisjes en hun lichaam publiekelijk bezit zouden zijn, die vrijelijk becommentarieerd en betast mogen worden. Zulke objectiveringen zijn fundamenteel fout. Om de juiste strafmaat én preventiemaatregelen te bepalen, is het cruciaal om een duidelijk zicht te hebben op de daadwerkelijke reikwijdte van de problematiek. Dat is nu allesbehalve het geval. Uit onderzoek van Plan International België in het kader van haar werking Safer Cities blijkt dat 91 procent van de Belgische meisjes (15-24 jaar) en 28 procent van de jongens reeds slachtoffer was van seksuele intimidatie, maar amper 6 procent van de slachtoffers ook daadwerkelijk klacht indient. Momenteel zit België dus met een zeer groot 'dark number' van liefst 94 procent. Daarmee scoren we slechter dan onder meer Spanje, Peru, Indië, Oeganda en Australië, landen waar Plan International eveneens een Safer Cities werking uitbouwt, en waar van de 14.500 bevraagden in het onderzoek van Plan gemiddeld 9 procent klacht indient. Belgische beleidsmakers hebben dus te weinig zicht op de ernst van de situatie, maar dat geldt ook voor de rest van de bevolking. Uit het onderzoek van Plan International België blijkt immers ook dat niet iedereen zich bewust is van de definitie van seksuele intimidatie. Waar zo goed als alle jongeren fysieke incidenten zoals ongewenste aanrakingen (83 procent) of seksuele betrekkingen zonder wederzijdse toestemming (81 procent) beschouwden als seksuele intimidatie, is dat niet het geval voor incidenten die als minder intrusief bestempeld worden zoals aanhoudend staren (30 procent), naroepen (32 procent) of nafluiten (37 procent). Kortom, we hebben een té hoge tolerantiegraad voor niet-fysieke vormen van intimidatie. Ondanks de duidelijke definitie van seksuele intimidatie zijn er nog steeds bepaalde incidenten die niet als dusdanig (h)erkend worden. Dat zorgt ervoor dat verbale en andere niet-fysieke vormen van seksuele intimidatie niet altijd even ernstig genoeg worden of in sommige gevallen zelfs worden weggelachen als 'doodnormaal' of 'goed bedoeld'. Dat is allesbehalve aanvaardbaar. Meer zelfs, het zorgt ervoor dat slachtoffers van seksuele intimidatie vaak geen klacht durven in te dienen omdat ze bang zijn niet serieus genomen te worden, omdat ze ervanuit gaan dat er toch niets zal gebeuren met de klacht, of omdat ze de procedure om klacht in te dienen zelfs helemaal niet kennen. Jongeren uit Safer Cities wereldwijd, kwamen met voorstellen voor een betere aanpak van de strijd tegen seksuele intimidatie: Om de concrete omvang van het probleem te bepalen én onze Belgische jongeren te vragen naar hun oplossingen, lanceerde Plan International België het digitale platform 'Safer Cities' waar jongeren, in het bijzonder meisjes, openbare plaatsen in Antwerpen, Brussel en Charleroi waar ze zich ongemakkelijk, bang of gelukkig en veilig voelen, kunnen identificeren en kunnen delen. Sinds de lancering van het platform werden er reeds meer dan 600 locaties gemeld in België. De getuigenissen en ervaringen zullen geanalyseerd worden en bijdragen aan een rapport over de ervaringen van jongeren - en van meisjes en jonge vrouwen in het bijzonder - rond seksuele intimidatie. Eenmaal de gegevens verzameld zijn, zal Plan International België ze samen met jongeren zelf voorleggen aan lokale overheden (Antwerpen, Brussel en Charleroi) en dienstverleners om oplossingen te bieden op maat van elke stad.