Huis zonder einde: Gino Pecqueux houdt van verandering en ‘blijft boetseren’

Een grote open keuken had Gino niet nodig, daarom bouwde hij een paravent-achtige wand rondom. Via de opening - een soort doorgeefluik dat er geen is - houdt hij contact met zijn gasten. Op het dressoir van Pastoe staan lampen van Joe Colombo en Holmegaard, het kunstwerk erboven is van Dirk Zoete. © MR. FRANK
Amélie Rombauts
Amélie Rombauts Journalist Knack Weekend

De meeste mensen tellen af naar het einde van een verbouwing, naar de dag dat hun interieur eindelijk af is. Gino Pecqueux niet. Zelfs niet na twintig jaar. ‘Als er niets meer te veranderen valt, dan is er ook geen toekomst meer.’

‘Eigenlijk leverde de architect een lege toren met ramen in. Hij moest zorgen voor een wind- en waterdicht corpus. De rest wilde ik zelf doen.’ Een kolfje naar zijn hand. Vijfentwintig jaar lang zorgde Pecqueux voor de interieurafwerking van projecten voor een hele resem architecten. Een operatie aan zijn voet en een prille parkinsondiagnose vormden het keerpunt. Hij voelde al even zijn creativiteit verdampen. ‘Ik moest iets gaan doen dat me met beide voeten op de grond hield. Zo ben ik op een heel empirische manier meubelen beginnen te maken.’ Zijn uitgepuurde tuinbanken, tafels en kandelaars in staal en beton, altijd met een asymmetrisch detail, staan vandaag in de wintertuin, die ook dienstdoet als showroom. Maar zichzelf ontwerper noemen doet Pecqueux niet. In de eerste plaats is hij beeldhouwer van opleiding. Iemand die reflecteert en stilstaat bij de dingen. ‘Zo heb ik ook mijn huis opgebouwd. Stukje per stukje. Opnieuw kijken en wat afstand nemen om dan weer iets te veranderen. Ik blijf boetseren.’

De tuinstudio verhuurt hij als gastenverblijf. Het bureau is een eigen ontwerp dat hij combineerde met een industriële lamp gevonden op een brocante en een gele jarenveertigstoel van Gispen. De kunstwerken aan de muur zijn van eigen hand.
De tuinstudio verhuurt hij als gastenverblijf. Het bureau is een eigen ontwerp dat hij combineerde met een industriële lamp gevonden op een brocante en een gele jarenveertigstoel van Gispen. De kunstwerken aan de muur zijn van eigen hand.© MR. FRANK

Om zijn toewijding te illustreren: de vloer van de inkomhal bestaat uit 800 zelf gegoten betontegels die hij in een willekeurig patroon legde. Elk exemplaar is uniek door de techniek die hij toepast. ‘De ruwe kant van het beton dat ik stort – wat dus aan de lucht droogt – gebruik ik als bovenkant. Zo krijgen de tegels en bij uitbreiding alles wat ik maak een ander soort huid dan klassiek op de kop gestort beton. Ik ben nogal bezeten door het tactiele. Bij wijze van boutade noemde ik mezelf vroeger weleens ‘interieurdermatoloog’.’ ( lacht)

Het atelier op de gelijkvloerse verdieping is vandaag een wintertuin die Pecqueux als showroom voor zijn meubelen gebruikt.
Het atelier op de gelijkvloerse verdieping is vandaag een wintertuin die Pecqueux als showroom voor zijn meubelen gebruikt.© MR. FRANK

Stoelendans

Boetseren doet hij ook met zijn meubelen in huis. Ze veranderen regelmatig van plaats of van eigenaar. Hij verzamelde doorheen de jaren zo veel stoelen en lampen dat hij ze ook uitleent aan zijn twee dochters, die ze regelmatig inwisselen voor een ander exemplaar. Waarom heeft een mens zo veel stoelen nodig, vraag ik me af. Hij lacht. ‘Dat is pathologisch. Iets dat ik heb opgelopen in het vijfde studiejaar. Toen ik van mijn schoolbank links aan het raam naar de rechterkant moest verhuizen, viel het me op hoe ingrijpend anders ik de ruimte ervoer. Dat inzicht heeft me nooit meer losgelaten. Architectuur is nooit statisch. Sindsdien wil ik in iedere hoek kunnen zitten. Want een interieur is als een landschap waarin je kunt wandelen en verpozen. Elke keer vanuit een ander perspectief.’ Jagen naar specifieke stukken doet hij niet. Hij laat zich liever verrassen online, op veilingen of rommelmarkten. ‘Ik ben niet zo iemand die zich gaat inlezen over design. Het moet niet allemaal een naam dragen, maar wel authentiek zijn. Patine, daar ben ik heel kieskeurig in.’ Alleen de oude Krenit-kommen en -schalen komen binnen bij hem. Die zijn geëmailleerd, niet gespoten.

Huis zonder einde: Gino Pecqueux houdt van verandering en 'blijft boetseren'
© MR. FRANK

Tussen het onbekende design en ontwerpen van Fritz Hansen, Habitat en Åkerblom zijn de schommelstoel van Hans Olsen en een negentiende-eeuwse chaise longue veruit zijn favorieten. Op de loungezetel van Eames is hij uitgekeken. ‘Het is een te herkenbaar stuk geworden. In mijn ogen straalt die zetel net het tegenovergestelde uit. Te burgerlijk. Ik heb het meer voor meubelen met een hoek af die wat nonchalant zijn, waar beweging in zit.’ Van het gastenverblijf aan de tuin tot in de keuken sieren kunstwerken de muren. Houtskooltekeningen van Maaike Leyn, een schilderij van Rik Soenen, tekeningen van Dirk Zoete, een potloodtekening van Johan De Wilde.

In de hal legde hij 800 zelf gegoten betontegels. De metalen trap is gerecupereerd uit het voormalige economaat van de stad Gent.
In de hal legde hij 800 zelf gegoten betontegels. De metalen trap is gerecupereerd uit het voormalige economaat van de stad Gent.© MR. FRANK

Zelf is Pecqueux ook niet vies van wat geëxperimenteer op dat vlak. Vooral met oude familiefoto’s. Zijn portret als kleuter verwerkte hij op zeven verschillende manieren. De reeks doopte hij Sept façons de pleurer. In de woonkamer valt een mysterieuze foto van een plots verlaten tafel op. ‘Een print op klein formaat uit het familiearchief van mijn vriendin, Katrien, die ik als geschenk uitvergrootte.’ Het dateert uit de jaren dertig. Raar gekadreerd, vreemd belicht, zonder mensen. ‘Ik stel me telkens weer zoveel vragen bij die foto… Daarmee bezig zijn is puur plezier. Ondanks mijn ziekte en de beperkingen die ze met zich meebrengt ben ik ook echt opengebloeid.’

Pecqueux houdt ervan overal te kunnen zitten. In de woonkamer staat zijn favoriet: een schommelstoel van Hans Olsen. Hij viel voor de witte fiftiesstoel omwille van de kortere achterpoten. Hij staat naast de Bachelor-Chair van Verner Panton. Op de voorgrond prijkt een rode stoel van Eames uitgegeven door Herman Miller.
Pecqueux houdt ervan overal te kunnen zitten. In de woonkamer staat zijn favoriet: een schommelstoel van Hans Olsen. Hij viel voor de witte fiftiesstoel omwille van de kortere achterpoten. Hij staat naast de Bachelor-Chair van Verner Panton. Op de voorgrond prijkt een rode stoel van Eames uitgegeven door Herman Miller.© MR. FRANK

Alles mag weg

Pecqueux houdt van de modernisten. Van Walter Gropius, Rietveld, Le Corbusier… Zijn rechthoekige betonnen toren bestaat uit een metalen skeletbouw die door zes pilotis wordt ondersteund. Het geheel had maar twee weken nodig om opgebouwd te worden. De schil met de smalle ramen van vloer tot plafond is losjes geïnspireerd op Huis Wittgenstein in Wenen, de binnenkant op het plan libre van Le Corbu. Alles wat er staat kan worden weggehaald. Zo is de muur van de keuken opgebouwd als een soort paravent. En zelfs de stalen trap die hij recupereerde uit een project van Ignace Vandenabeele, de ontwikkelaar die op dit ogenblik de brutalistische Belgacom-toren aan het ontmantelen is, kan weg. ‘Als ik minder mobiel zou worden, kan ik hem makkelijk verwijderen en vervangen door een goederenlift.’

Alles was overdekt toen Pecqueux de lage loods kocht. Hij creëerde een stadstuin op de oude parkeerplaatsen.
Alles was overdekt toen Pecqueux de lage loods kocht. Hij creëerde een stadstuin op de oude parkeerplaatsen.© MR. FRANK

Het idee dat hij in een halve dag tijd van twee van zijn slaapkamers een grote ruimte kan maken met een andere functie geeft hem een gevoel van vrijheid. Dat de cirkel niet gesloten is, dat de deur nog op een kier staat, dat er nog een ontsnappingsroute is. ‘Het kan evengoed dat ik dat ook niet doe, uiteraard. Maar de gedachte alleen dat het wel kan, brengt me rust. Het is iets psychologisch…. Of misschien ook pathologisch.’ ( lacht)

ID Gino Pecqueux (57)

Beeldhouwer van opleiding

Verzorgde 25 jaar lang de interieurafwerking voor particulieren en architecten, onder wie Jan De Vylder, Paul Robbrecht en Coussée-Goris-Huyghe. Zijn banken en tafels (zowel voor binnen als voor buiten), kandelaars en plateaus in beton en staal vallen op door hun asymmetrie en tactiliteit, twee van Pecqueux’ obsessies.

Zijn werk is te zien in zijn eigen showroom in Gent en de boetiek La femme garniture in Gent en wordt verdeeld door Julie & Elise Van Craen, Les Soeurs Design.

Meer info over zijn werk of het gastenverblijf La Cabane: gino-pecqueux.be

Partner Content