Harmonie in een neopalladiaanse villa: ‘Dominante grijze tinten zijn me té Belgisch’

De schoorsteenmantel is behangen met tableaus van de eigenares, de tafel is van Ado Chale. © Guy Obijn

In deze neopalladiaanse woning in de Brusselse Rand heeft decorateur Jean-Claude Jacquemart zijn verbeelding de vrije loop gelaten. Wie stil is, hoort de talrijke kunstwerken bijna met elkaar konkelfoezen.

Wanneer Jean-Claude Jacquemart een huis binnenkomt met het oog op herinrichten, duurt het meestal niet lang voordat er een visie ontstaat. ‘Als er niet snel iets in me opkomt, weet ik dat er nooit een band tussen de ruimte en mezelf zal ontstaan. Ik moet meteen iets voelen’, aldus de decorateur. ‘Maar ik ben me ervan bewust dat ik niet iedereen kan plezieren. Als het gaat om een prestigeproject – een woning decoreren die alleen maar dient om de macht en de rijkdom van de eigenaar te benadrukken – ben ik niet geïnteresseerd.’

In het kleine bureau staan Italiaanse 18de-eeuwse stoelen aan een tafel van Knoll. De wandkast is maatwerk.
In het kleine bureau staan Italiaanse 18de-eeuwse stoelen aan een tafel van Knoll. De wandkast is maatwerk.© Guy Obijn

Designdeur

Voor dit project, niet ver van Brussel, was de klik met de opdrachtgeefster, die hij al lang kende, er meteen. Nog voor hij het meubilair aanraakte, overtuigde hij haar om de neopalladiaanse villa open te trekken via grote glaspartijen met zicht op de tuin. ‘Licht is uiterst belangrijk in een huis. Ofwel beslis je om alles af te sluiten, ofwel om de zon rijkelijk te laten binnenstromen zodat de ruimte kan ademen. Het is het een of het ander.’

De voordeur werd vervangen door een sculptuur van eikenhout, die ter plaatse werd vervaardigd door de in Brussel geboren Franse kunstenaar Nicolas Alquin. Ook vanuit de logeerkamer op de verdieping is deze creatie zichtbaar. Ze dient als een zonnescherm dat op elegante wijze het licht filtert.

Een Noorse vintagestoel voor een werk van de Amerikaanse kunstenaar Ross Blecker.
Een Noorse vintagestoel voor een werk van de Amerikaanse kunstenaar Ross Blecker.© Guy Obijn

Qua kleuren en materialen zien we vooral warme tinten. Ze zijn doelbewust geaccentueerd door een afwisseling van kostbare, soms burgerlijke elementen en meer ruwe, hier en daar zelfs etnische accenten. ‘Ik hou niet van volledig op elkaar afgestemde objecten, en ook niet van dominante grijze tinten zoals we vaak zien in hedendaagse interieurs. Dat is me gewoon té Belgisch’, verduidelijkt Jean-Claude Jacquemart.

In het Cubaanse bibliotheekmeubel van acajou heeft elk object zijn afgemeten plek.
In het Cubaanse bibliotheekmeubel van acajou heeft elk object zijn afgemeten plek.© Guy Obijn

Nieuwkomers welkom

Hoe hij die visie in de praktijk bracht? Hij vertrok van de aanwezige meubelen en objecten, met als doel: een minder klassiek geheel creëren in een interieur dat toch erg negentiende-eeuws was. Een makkelijke opdracht was het niet. De voorwerpen die al lang in het bezit waren van de eigenares kregen het gezelschap van nieuwe stukken. Zo was er de enorme bibliotheek van walnotenhout in de woonkamer, waarin boeken en objecten op doordachte wijze door Jean-Claude werden opgesteld. De antiquiteiten uit de achttiende eeuw kregen het gezelschap van modernere elementen, zoals de paarse Wire- fauteuils van Warren Platner. De bewoners waren in het begin niet echt opgezet met de aanwinst, maar raakten er uiteindelijk toch aan gehecht. ‘Je moet je klanten met wat lef benaderen, zodat ze ook andere werelden kunnen ontdekken’, benadrukt de decorateur. ‘Maar ik leer ook veel van hen. Het is een echte uitwisseling. Dat maakt het spannend.’

Boven de wenteltrap hangt een Italiaanse mobiel uit de jaren zestig. De schilderijen en foto's hing Jacquemart op volgens zijn 'touche à touche'-methode.
Boven de wenteltrap hangt een Italiaanse mobiel uit de jaren zestig. De schilderijen en foto’s hing Jacquemart op volgens zijn ’touche à touche’-methode.© Guy Obijn

Om te voorkomen dat de veelheid van objecten de woning zou verstikken, paste de decorateur een principe toe dat we ook terugvinden in de inrichting van zijn eigen boetiek in Elsene. Om ademruimte te creëren wisselde hij volle ruimtes af met lege kamers. Op dezelfde wijze hing hij langs de trap verscheidene schilderijen en foto’s op, heel dicht naast elkaar in een soort mozaïek, wat hij zelf een ‘ touche à touche-compositie’ noemt. De overdadig aangeklede muren contrasteren zo met andere, bijna naakte muren.

De extravagente, pivoterende voordeur van Nicolas Alquin is samengesteld uit eiken balkjes.
De extravagente, pivoterende voordeur van Nicolas Alquin is samengesteld uit eiken balkjes.© Guy Obijn

Binnenkort wordt de inrichting van de woning alweer aangepast. De eigenares heeft besloten om de muren opnieuw onder handen te nemen. ‘Ze is iemand die graag aankoopt. Telkens opnieuw moet ruimte worden vrijgemaakt voor haar nieuwe aanwinsten, waardoor het geheel ook moet worden herzien. In mijn projecten zie ik de meubelen altijd als een familie van objecten. Daarom vraag ik me ook altijd af of ze zullen kunen opschieten met de nieuwkomers. Maar eisen en beperkingen bepalen net de kwaliteit van het eindresultaat. Voor mij zijn de mooiste realisaties niet die waarbij ik carte blanche krijg. Totale vrijheid is niet boeiend, want dan ontbreekt iedere vorm van dialoog. En dat is net de sleutel tot succes.’

Jean-Claude Jacquemart

  • Als kleine jongen loopt Jean-Claude Jacquemart met zijn vader de tweedehandszaken af. Zijn eerste collectie: Chinees porselein.
  • Na zijn militaire dienst werkt hij op de Zavel voor een groothandel in Afrikaanse kunst.
  • Enkele jaren later opent hij er zijn eigen zaak. Na een tijd stopt hij ermee, want hij wil een ‘meer uitgepuurde, minder stoffige winkel’.
  • Tien jaar geleden opent hij in de Brusselse Brugmannwijk een galerie gespecialiseerd in objecten uit de fifties.
  • Hij besluit recent zijn collectie uit te breiden. ‘Want ook een meubel uit de achttiende eeuw is design.’

Partner Content