Groot licht: maximalisatie is de trend in verlichting

De bewegende Light Fan van Studio Elémentaires. © GF

In hedendaagse woningen zie je steeds vaker extra grote lampen, vaak met sculpturale vormen. Ze kunnen je hele interieur én de manier waarop dat verlicht wordt totaal veranderen.

Trends komen en gaan, wisselen elkaar af, zijn soms echte antipoden en dat zowel in onze kleerkast als in ons interieur. Momenteel is expressiviteit hét codewoord. Dat wil niet zeggen dat het uitgepuurde zen-interieur heeft afgedaan ( zie ons dossier in Black Design van 16 april 2022, red.), maar meer en meer mensen kiezen voor een persoonlijkere, bonte inrichting. Wellicht komt het door deze moeilijke tijden dat we behoefte hebben aan een vrolijke omgeving. De verlichting volgt die trend. Zowel qua gebruikte materialen als qua volumes, die meer en meer variëren en groter worden, tot zelfs enorm. Een beetje zoals de opulente luchters van vroeger, maar dan in een volledig herdachte stijl. “Na jaren waarin het minimalisme hoogtij vierde, zien we een terugkeer naar het maximalisme, in het spoor van interieurarchitecten als Gert Voorjans, bekend om zijn eclectische stijl, met een overvloed aan objecten, vormen en kleuren”, bevestigt designer Koen Van Guijze, die lichtobjecten creëert voor zijn gelijknamige merk en voor Serax. “XXL-verlichting verandert de perceptie van de ruimte compleet. Ze is niet louter een bron van licht, maar een sfeerschepper. Ze geeft de ruimte een menselijkere schaal.”

Een ontwerp van Koen van Guijze dat de ervaring van een zonsondergang oproept.
Een ontwerp van Koen van Guijze dat de ervaring van een zonsondergang oproept. © Franziska Krieck
Waar en hoe?

Boven een salontafel, een eettafel of in een grote traphal, zoals in het Brusselse Hygge Hotel, ontworpen door Michel Penneman, vangen grote luchters en andere buitenproportionele hanglampen je blik. Zo verdwaalt die niet in de ruimte. Maar het object zelf biedt ook een esthetische meerwaarde. De Brusselse ontwerper Lionel Jadot, die werkt in Zaventem Ateliers en modellen creëert met recuperatiemateriaal, gebruikt zelf al lang dergelijke grote lampen “omdat ze een architecturale structuur geven aan een ruimte en licht brengen op onverwachte plekken”. Hij benadrukt het belang van deze evolutie en verwijst naar de Light Fan van Studio Elémentaires, een sculpturale lamp geïnspireerd op de bekende lichtreclames in de VS. Al draaiend geeft de lamp een kinetische dimensie aan het licht dat ze verspreidt. “Hier wordt het verlichtingselement een object van contemplatie”, zegt hij. Dat was overigens ook de opzet van de Vertigo-lamp, die Constance Guisset meer dan tien jaar geleden ontwierp voor Petite Friture en die een beststeller werd. De grote grafische kap – met een diameter van twee meter en een gewicht van slechts vijfhonderd gram – doet denken aan de vorm van een enorme hoed en schommelt zachtjes met de luchtstroom. Een opvallende creatie die ongetwijfeld heeft bijgedragen tot de vernieuwde belangstelling voor XXL-verlichting.

Een lamp uit recupmateriaal van Lionel Jadot.
Een lamp uit recupmateriaal van Lionel Jadot. © GF

De grote lichtbronnen kunnen ook op de vloer worden geplaatst, in een hoek van de kamer. Sommige merken maken daar gretig gebruik van om een van hun modellen opnieuw uit te brengen in reuzenformaat. Zoals Edison The Giant van Fatboy, die 1,82 meter hoog is en afgeleid is van een nachtlamp van het label. Idem voor de reuzenleeslamp G1 van Pierre Guariche voor Sammode, 1,75 meter hoog. Je ontdekt hem onder meer in een interieur van binnenhuisarchitecte Caroline Notté. “Die extra aandacht voor het object vind ik belangrijk”, legt ze uit. “De lamp staat perfect naast een sofa en dat schept een boeiend schaalverschil. Het object zelf heeft iets van een sculptuur.” Er zijn ook designers die verlichtingselementen ontwerpen die echt fungeren als kunstwerken en die bijvoorbeeld op de grond worden gezet of opgehangen tegen een wand.

Extruded, uit de nieuwste collectie van Alain Gilles.
Extruded, uit de nieuwste collectie van Alain Gilles. © GF

Hind Rabii, een van de meest opmerkelijke Belgische verlichtingsdesigners, is een belangrijke vertegenwoordiger van deze trend. Meer bepaald met haar muurlamp Ya-Ya, gemaakt van naast elkaar gemonteerde fijne marmerblaadjes, of haar Meridiana in glasvezel, die je op de grond kunt zetten of tegen een wand kunt hangen. “Het gaat hier niet louter om iets functioneels. Het is op de eerste plaats een object in de ruimte, dat in de tweede plaats ook licht geeft”, zegt ze hierover. Het voordeel is dat die elementen ook overdag een rol spelen die louter grafisch kan zijn. Zoals dat het geval is met Extruded uit de laatste collectie van de Belg Alain Gilles, gemaakt van dunne buizen die aan het plafond hangen. De lange ‘twijgen’ geven verticaliteit aan de ruimte en zijn ook mooi als ze geen licht geven omdat de geribde oppervlakken spelen met het zonlicht.

Edison, het lampje van Fatboy, is er nu ook in de  versie The Giant.
Edison, het lampje van Fatboy, is er nu ook in de versie The Giant. © GF
Verberg het peertje

Ruimer gezien spelen ook de gebruikte materialen een grote rol, zeker nu de ledtechnologie zo veel mogelijkheden biedt. “Het materiaal heeft een grote invloed op het licht dat verspreidt wordt”, weet Eric Desmyttère van de gespecialiseerde winkel L’Autre Lumière in Brussel. “Omdat ledlampen niet warm worden, kun je gewaagdere dingen uitproberen. Momenteel zijn luchters van natuurlijke, brandbare materialen zoals riet en hout erg in de mode.” Ook de fameuze papieren lampen uit de fifties, gelanceerd door Isamu Noguchi en sindsdien ettelijke keren gekopieerd, maken hun comeback in onze huizen.

In het Hygge Hotel stelde ontwerper Michel Penneman een luchter samen met 36 Flowerpots van Verner Panton.
In het Hygge Hotel stelde ontwerper Michel Penneman een luchter samen met 36 Flowerpots van Verner Panton. © GF

De verlichtingsexpert waarschuwt echter dat een warm uitziend materiaal niet per se een warm licht garandeert. Het belangrijkste blijft de keuze van de gloeilamp. “Je vindt in de handel vijftig soorten olijfolie voor vijftig verschillende prijzen. Hetzelfde geldt voor gloeilampen. Je kunt beter wat meer uitgeven aan een goede gloeilamp om het effect van een mooie staande lamp niet te vergallen.” Je moet ook vermijden dat de gloeilamp zichtbaar is. Niet alleen omdat dit schadelijk kan zijn voor de ogen, maar ook om esthetische redenen. “Dat geldt ook voor een hanglamp: het kan erg lelijk zijn als je het peertje ziet. Boven een lage tafel is het doenbaar als de lamp alleen aan de bovenkant dicht is. Maar in een inkomhal bijvoorbeeld, is het beter als de gloeilamp volledig ingesloten zit.

De reusachtige leeslamp van Pierre Guariche voor Sammode, in een project van Caroline Notté.
De reusachtige leeslamp van Pierre Guariche voor Sammode, in een project van Caroline Notté. © GF

Koen Van Guijze wijst ook nog op het belang van de materiaalkeuze voor de akoestiek. Een XXL-hang- of -muurlamp in stof kan bijvoorbeeld geluid absorberen. Een interessant detail waar men vaak niet aan denkt bij het kiezen van een lamp.

Muurlamp Ya-Ya van Hind Rabii.
Muurlamp Ya-Ya van Hind Rabii. © GF
Kwestie van evenwicht

Met het indrukwekkende, zeer gevarieerde aanbod van lampen wordt de kwestie van verlichting almaar complexer. Het showroomeffect dat vaak gepaard ging met het gebruik van ingewerkte spots wordt nu wel vermeden, maar toch is het belangrijk om een goed evenwicht te vinden als je je aan verschillende stijlen waagt. “Verlichten is spelen met schaduw, halfschaduw en licht”, vat Eric Desmyttère het probleem samen. “Door hier en daar lichtpunten aan te brengen creëer je een spel van licht en schaduw en dus reliëf. Een grote lamp geeft een brede verspreiding van licht. Die moet je absoluut compenseren met andere kleine lichtpunten, want anders wordt het geheel flets. Vaak vallen mensen voor een bepaald object zonder zich af te vragen waarmee het moet samengaan. Heb je een mooie hanglamp, dan mag je dat effect niet meteen tenietdoen met andere lampen. Het is een beetje alsof je meerdere mooie schilderijen hebt en ze allemaal tegelijk wilt exposeren.”

Armatuur Y van Koen van Guijze is Memphis-geïnspireerd.
Armatuur Y van Koen van Guijze is Memphis-geïnspireerd. © Marine Vancampenhout

“Uiteindelijk is het ook een kwestie van stijl”, nuanceert Lionel Jadot. “Ik durf best visuele ‘botsingen’ te creëren. Alles hangt af van de sfeer die je wilt scheppen. Hoe dan ook moet je ook daar een evenwicht vinden. Het gaat erom diffuse lichtbronnen en direct licht te combineren op een vrije, niet al te strakke manier en te spelen met het deconstruerende effect van licht.”

Heel wat lumineuze ideeën dus om je interieur op een radicale manier te veranderen, en niet alleen als het donker is.

Partner Content