Onze planeet heeft te lijden onder de massaproductie van vlees. De uitstoot van methaangassen, mestoverschot en grond uitputtende teelt van voldoende veevoeder die daarvoor nodig zijn, zijn maar enkele redenen waarom steeds meer Belgen kiezen om (vaker) vegetarisch te eten. Toch betekent een vegetarisch dieet niet automatisch minder druk op het milieu, zegt een studie van de Wageningense Universiteit (WUR) nu. Het gaat er vooral om hoe je die vegetarische maaltijden invult.

In de studie zetten de onderzoekers alle energiekosten op een rijtje die komen kijken bij de productie van vegetarisch namaakvlees en vergeleken die met die van industrieel geteelde kip. Hun conclusie verrast ietwat: de vleesvervangers doen qua klimaatvoetafdruk nauwelijks of zelfs niet onder voor de kip.

'Akelig efficiënt'

Omdat soja qua voedingsstoffen in de buurt komt van vlees, is het een vaak terugkerend basiscomponent in heel wat vleesvervangers. De verschillende bewerkingen die nodig zijn om de bonen om te zetten naar een massa die zowel qua uitzicht als qua smaak veel wegheeft van kip, vergen echter veel energie. Zo komt het dat er voor de productie van sommige dergelijke producten méér fossiele grondstoffen nodig zijn dan voor het maken van een even groot stukje kip.

Dat is zeker zo als je kijkt naar hoe die kip vandaag vaak wordt geproduceerd. Journalist Jeroen Koot noemt plofkippen op vlak van milieu-impact 'akelig efficiënt'. Op slechts enkele weken tijd worden kuikens in de industriële vleesteelt volgepropt en geslacht. Dat maakt dat de dieren amper de tijd krijgen om het milieu erg te belasten, iets wat bijvoorbeeld bij rundsvlees anders is. Koeien leven langer en hebben meer voer nodig om uiteindelijk minder voedsel op te leveren voor de mens.

Bovendien bevat 'vegetarisch vlees' nooit dezelfde voedingsstoffen als een even groot stuk echt vlees, waardoor iemand die dezelfde hoeveelheid eiwitten wil binnenkrijgen, meer moet eten van het vegetarisch vervangproduct. Als je er meer van moet eten, betekent dat ook dat er meer van moet worden geproduceerd en dat dus meer energie nodig is om eenzelfde hoeveelheid voedingsstoffen op te leveren.

Het nut van vervangers

Een erg efficiënte manier van eten is het dus niet, vlees vervangen door sojaproducten die er zoveel mogelijk op lijken. Toch gebeurt dat vandaag vaak. De groeiende groep flexitariërs vindt het wel net zo gemakkelijk om een (paar) dag(en) per week een vegetarische schnitzel in de pan te gooien om de aardappelen en groenten op hun bord te vergezellen. Veel handiger dan volledig nieuwe, op de vegetarische keuken afgestemde recepten te introduceren, vinden ze.

Vegetarisch blijft nog steeds de milieuvriendelijkste optie

Dat weten ook de grote voedingsbedrijven, die een nieuwe inkomstenbron bespeuren. Een voor een kondigen ze aan te zullen gaan inspelen op de plantaardige markt. Zo nam gigant Unilever onlangs De Vegetarische Slager over en komt Nestlé binnenkort met een vleesvrije 'incredible burger'. Voor het klimaat is namaakvlees slechts een doekje voor het bloeden, maar het ziet er niet naar uit dat de populariteit ervan snel zal dalen.

Hoewel plofkip eten beter is voor het milieu dan runds- of varkensvlees en in sommige gevallen ook beter dan vleesvervangers, moet wie duurzaam wil eten toch niet massaal overschakelen op waterig smakende kip. Vegetarisch blijft namelijk nog steeds de milieuvriendelijkste optie. Een vegetarische maaltijd hoeft immers geen op vlees lijkende vervangers te bevatten om volwaardig te zijn, zelfs niet in een uitsluitend vegetarisch eetpatroon.

Ten slotte dienen er nog twee belangrijke kanttekeningen te worden gemaakt. Zo gaat het onderzoek van de WUR uitsluitend over de milieu-impact van vegetarische producten en de vleesindustrie. De keuze om minder of geen dieren meer te eten, hangt voor veel consumenten echter samen met het leed dat erbij komt kijken. In dat opzicht wint de veggieburger het uiteraard van een kipfilet uit een megastal, waar de kippen in de weken voor hun dood weinig benijdenswaardige levens leiden.

Daarbij bestaat er niet iets als dé vleesvervanger. In het onderzoek is er vooral sprake van zwaar bewerkte producten, het soort voeding dat - vegetarisch of niet - hoe dan ook meer energie vereist. Maar zelfs binnen die groep is het niet allemaal kommer en kwel. Zo vertelt een producent dat zijn 'Meatless' al stevige stappen heeft gezet, en dat de hele sector dat waarschijnlijk binnenkort ook zal gaan doen: 'Op dit moment is inderdaad de kwaliteit van de textuur npg de leidende factor, niet de efficiëntie van het proces. Dat wordt waarschijnlijk later, als kostprijs en schaalbaarheid een belangrijkere rol gaan spelen, wel een veel belangrijkere factor.'