Ingrediënten

Voor 48 stuks

  • 1,8 dl slagroom
  • 1 vanillestokje of 1/2 theel. vanillepasta, of 1/2 theel. zeezoutvlokken, zoals fleur de sel, of 1 zoethoutwortel (met milde smaak), of 1 theel. zoethoutgranules
  • 160 g golden syrup of maisstroop
  • 225 g kristalsuiker
  • 60 g gezouten boter, in blokjes

Bereiding

  1. Verwarm de slagroom in een pan tot net onder het kookpunt. Haal hem van het vuur en voeg de smaakmaker van je keus toe. Laat de room minstens 30 minuten rusten.
  2. Schenk intussen de golden syrup in een diepe pan met dikke bodem. Voeg de suiker toe en verwarm het geheel langzaam tot de suiker helemaal is opgelost. Breng het aan de kook en laat het koken tot het 115 °C is. Haal de pan van het vuur en schenk de slagroom erbij; het mengsel begint nu te borrelen. Roer goed en zet de pan terug op het vuur. Laat borrelen tot het mengsel 127 °C is.
  3. Haal de pan van het vuur en roer de boter erdoor tot alles glad is. Schenk het mengsel in een vierkante, met aluminiumfolie beklede bakvorm van 20 x 20 cm die met olie is ingevet. Bestrooi het naar wens met wat extra zout of gevriesdroogde vruchten. Laat de karamel minstens 4-8 uur, of een nacht, afkoelen op een rooster.
  4. Haal hem uit de bakvorm, verwijder de folie en snijd de karamel in blokjes van 2,5 cm bij 1 cm. Wikkel ze in bakpapier en bewaar ze in de koelkast.

Uit: Een culinair bezoek aan Kopenhagen, Christine Rudolp & Susie Theodorou (Karakter Uitgevers, 27,99 euro)