Ingrediënten

Voor 4 personen

  • 1/2 knolselder
  • 16 grote zwarte cantharellen
  • 2 takken groene selderij
  • 1 bosje kervel
  • 2 sjalotten
  • 20 cl groentebouillon
  • 20 cl vloeibare room
  • 2 el olijfolie
  • 1 el hazelnootolie
  • 20 g boter
  • versgemalen witte peper en zout

Bereiding

  1. Schil de knolselder en snij in 4 schijven van ongeveer 2 cm dik. Was de cantharellen en laat ze uitlekken op keukenpapier. Snij ze onderaan bij.
  2. Maak vier inkepingen in de schijven knolselder en steek er telkens een cantharel in. Knip 4 vellen aluminiumfolie af en leg een schijf knolselder in het midden. Verdeel er de boter over en besprenkel met een paar druppels hazelnootolie. Kruid met peper en zout en sluit de folie rond de knolselder hermetisch.
  3. Verwarm de oven voor op 180°C, zet de pakketjes knolselder in de oven en laat 30 minuten gaar worden.
  4. Maak intussen de selderij schoon en hak fijn. Pluk de blaadjes van de kervel en hak ze fijn. Pel en snipper de sjalotten.
  5. Verhit de olijfolie in een kookpan en fruit de selderij en de sjalot al roerend 5 minuten op een matig vuur. Giet er de groentebouillon bij en breng aan de kook. Laat tot de helft inkoken en voeg dan de kervel toe. Mix de bouillon, giet door een zeef en giet terug in de pan. Breng net aan de kook en voeg al kloppend de room toe. Breng op smaak met peper en zout. Mix opnieuw, op volle kracht nu, tot een romige, zeer schuimende bouillon. Verdeel over diepe borden.
  6. Haal de knolselder uit de oven en uit de folie en leg op de borden. Serveer meteen.