Ingrediënten

Voor 12 stuks

  • 375 g tarwebloem
  • 75 g amandelmeel
  • 200 g suiker
  • 1 vanillestokje, opengespleten en zaadjes eruit geschraapt
  • 275 g koude boter, in blokjes
  • 1 ei, losgeklopt
  • 500 g frambozenjam
  • 1 eidooier, losgeklopt met 2 eetl. melk (als glazuur)
  • 50 g rietsuiker

Bereiding

  1. Doe de bloem, het amandelmeel, de suiker en het vanillezaad in een keukenmachine en meng alles goed. Voeg de boter toe en meng tot het mengsel op fijne broodkruimels lijkt. Voeg geleidelijk het ei toe tot er een deegbal ontstaat. Halveer deze. Vorm van elke helft een schijf van ongeveer 3 cm dik. Dek het deeg af en leg het 30 minuten in de koelkast.
  2. Leg elke deegschijf tussen twee vellen bakpapier en rol een rechthoek of vierkant van 3 mm dik. Leg het deeg (tussen het bakpapier) 30 minuten in de koelkast.
  3. Verwarm de oven voor op 190 °C (gasstand 5). Trek het bakpapier van de deegplakken, leg ze op het aanrecht en prik ze in met een vork. Leg een deegplak op een met bakpapier beklede bakplaat en besmeer hem met de jam; laat rondom een rand van 2 cm vrij. Leg de tweede deegplak erop en druk vanuit het midden de lucht eruit. Prik in met een vork. Bestrijk de bovenkant met het eidooierglazuur en bestrooi met de rietsuiker. Bak de koek 20-25 minuten, tot de bovenkant goudbruin is. Laat hem iets afkoelen en snijd hem terwijl hij nog warm is in repen. Laat die op een rooster helemaal afkoelen en serveer.

Uit: Een culinair bezoek aan Kopenhagen, Christine Rudolp & Susie Theodorou (Karakter Uitgevers, 27,99 euro)