In de koffiewereld heersen op dit moment twee grote soorten koffiebonen: de arabica- en de robustakoffie. Binnen die soorten is nog een grote diversiteit aan variaties te vinden. Van robustakoffie gaat men uit dat het Congobekken het belangrijkste oorsprongsgebied is.

Tot nu toe was er echter nog weinig bekend over de Oost-Congolese variaties van robustakoffie. Daarom heeft de Plantentuin van Meise, samen met de Universiteit van Kisangani en het Institut National des Etudes et Recherches Agronomique (INERA), onderzoek gedaan naar die genetische variaties. De onderzoekers hebben stekjes ingezameld uit het wild, bij boeren, in achtertuintjes van de plaatselijke bevolking en uit de oude koffiecollectie van het INERA in de stad Yangambi. Daaruit bleek dat er nog heel wat genetische variatie te vinden is.

De onderzoekers stelden ook vast dat er tussen de lokale wilde populaties en de geteelde variëteiten grote verschillen bestaan. Bedoeling is om nu onder meer na te gaan hoe de gevonden diversiteit veredelaars kan helpen om de gekweekte robustakoffie meer klimaatresistent te maken. 'Dat is erg belangrijk', zegt onderzoeker Piet Stoffelen van Plantentuin van Meise. 'Door klimaatverandering krijgen de koffiebonen het steeds moeilijker.' De onderzoekers werken op dit moment aan het in kaart brengen van de genetische diversiteit van robustakoffie in het zuiden van Congo. Daarna volgt normaal gezien ook nog een project in het noordwesten van het land.

In de koffiewereld heersen op dit moment twee grote soorten koffiebonen: de arabica- en de robustakoffie. Binnen die soorten is nog een grote diversiteit aan variaties te vinden. Van robustakoffie gaat men uit dat het Congobekken het belangrijkste oorsprongsgebied is.Tot nu toe was er echter nog weinig bekend over de Oost-Congolese variaties van robustakoffie. Daarom heeft de Plantentuin van Meise, samen met de Universiteit van Kisangani en het Institut National des Etudes et Recherches Agronomique (INERA), onderzoek gedaan naar die genetische variaties. De onderzoekers hebben stekjes ingezameld uit het wild, bij boeren, in achtertuintjes van de plaatselijke bevolking en uit de oude koffiecollectie van het INERA in de stad Yangambi. Daaruit bleek dat er nog heel wat genetische variatie te vinden is. De onderzoekers stelden ook vast dat er tussen de lokale wilde populaties en de geteelde variëteiten grote verschillen bestaan. Bedoeling is om nu onder meer na te gaan hoe de gevonden diversiteit veredelaars kan helpen om de gekweekte robustakoffie meer klimaatresistent te maken. 'Dat is erg belangrijk', zegt onderzoeker Piet Stoffelen van Plantentuin van Meise. 'Door klimaatverandering krijgen de koffiebonen het steeds moeilijker.' De onderzoekers werken op dit moment aan het in kaart brengen van de genetische diversiteit van robustakoffie in het zuiden van Congo. Daarna volgt normaal gezien ook nog een project in het noordwesten van het land.