Een unieke plek in Vlaanderen wordt bedreigd in zijn voortbestaan. Achter gesloten deuren werd immers beslist dat het Smoefelpark zal verdwijnen. Doodzonde, want het stukje Maldegemse stadspark is misschien wel het enige parkvoedselbos van ons land. Het is een door vrijwilligers aangelegd en onderhouden stuk bos boordevol bomen en struiken die eetbare bessen, noten en andere vruchten produceren. In de landbouw maakt het concept zijn opmars, maar in stadsparken, waar beleving centraal staat, is het principe van eetbare natuur redelijk uniek in Vlaanderen.

Het Smoefelpark is centraal gelegen en enorm toegankelijk. Het is de speeltuin van ravottende kinderen, de vaste wandelstek van hondeneigenaars en dus ook de plek waar mensen de natuur letterlijk kunnen komen proeven. Terwijl heel wat steden het belang en potentieel van voedselbossen beginnen in te zien, heeft Maldegem echter beslist om te kappen met het voedselbos in het park. De reden: het oogt iets wilder dan de andere delen van het park. De vrijwilligers zijn hier niet mee opgezet en gaan momenteel in gesprek met de politiek.

Iedere stad verdient een voedselbos

Een mens kan maar mens zijn als hij zich af en toe kan opladen in de natuur. Connectie met groen reduceert stress en maakt ons gelukkiger. Die connectie vinden is geen evidentie als je in een stad woont, maar ook daar zijn er mogelijkheden. Zeker tijdens de afgelopen lockdowns werd het bijvoorbeeld des te duidelijk hoe belangrijk stadsparkjes zijn.

Toch is het voor sommigen een uitdaging om de discipline te hebben af en toe een luchtje te scheppen. Niet iedereen heeft een hond die moet worden uitgelaten, kinderen die buitenspeelruimte nodig hebben of de gewoonte om met vrienden iets te drinken op het parkgras. Wat heb je dan in hemelsnaam te zoeken in een park, buiten de voor sommigen saaie wandeling? Een boekje lezen op een bank kan uiteraard, maar we hebben een betere strategie nodig om mensen letterlijk in contact te brengen met het groen. We kunnen als maatschappij de burger niet verplichten om een viervoeter in huis te halen. Wat we wel kunnen doen, is een extra reden geven om de parkjes te bezoeken. Dé oplossing zou wel eens 'het plukpark' kunnen zijn.

Een van de belangrijkste taken die groenontwerpers hebben, is het creëren van lokzones. Een goed doordacht stadspark is ingericht zodat het voorbijgangers binnenzuigt. De stadsparkrand of zelfs de reputatie van het park moet zodanig verrassend zijn dat het kan opboksen tegen de duizenden andere prikkels die dagelijks op ons afkomen. Je wil mensen een reden geven om die eerste stap in het park te zetten. Na die initiële overtuiging moet er een volgende intrige zijn waardoor bezoekers verder wandelen en er misschien wel een tijdje blijven. En wat kan mensen lokken? Juist ja: eten.

Voedselzones doorheen de stad kunnen de gemeenschap verbinden en versterken

Want voeding is de lijm die de maatschappij bindt. Het is wat steden heeft doen ontstaan en het is wat hele dorpen samenbracht om te oogsten en daarna feest te vieren. Die tradities zijn vandaag dan misschien wel grotendeels verdwenen, maar zouden terug tot leven gewekt kunnen worden door de stad te doorweven met voedselzones. Zij zouden een netwerk kunnen vormen dat de gemeenschap verbindt en versterkt.

Stel je voor dat we in ieder stadspark een plukzone zouden creëren, of nog beter: een stadsvoedselbos zouden aanleggen in iedere stad. Hoe anders zou het leven er worden? Liefde gaat door de maag. Er is niets zo heerlijk als een sappig framboosje tijdens de avondwandeling. Een Siberische glasappel plukken terwijl je een babbeltje slaat met een onbekende. Samen met het buurtcomité frangipanes maken van abrikozen uit het stadspark.

We hoeven niet eens hypothetisch te spreken over zo'n groen gebied, want het Engelse stadje Todmorden is het levende bewijs dat eetbare natuur grote verandering met zich meebrengt. Nadat vrijwilligers het stadje eetbaar maakten, kende het een ongelofelijke nieuwe bloei. Klinkt dat jou ook als muziek in de oren? Ga dan nog vlug eens langs in Maldegem, om je te laten inspireren door het Smoefelpark, een magische plek die is ontstaan door het werk van gewone burgers. Identificeer daarna ongebruikte stukjes groen in je eigen gemeente en richt zelf een voedselboscomité op. Zoek gelijkgestemde mensen, zit samen met de groendienst en de lokale politiek en vraag of zij mee op de opkomende trend willen springen: duurzaam groen dat onderhouden wordt door een groep enthousiaste vrijwilligers.

Louis De Jaeger is medeoprichter van Food Forest Institute vzw en ontwerpt voedselbossen met Commensalist.

Een unieke plek in Vlaanderen wordt bedreigd in zijn voortbestaan. Achter gesloten deuren werd immers beslist dat het Smoefelpark zal verdwijnen. Doodzonde, want het stukje Maldegemse stadspark is misschien wel het enige parkvoedselbos van ons land. Het is een door vrijwilligers aangelegd en onderhouden stuk bos boordevol bomen en struiken die eetbare bessen, noten en andere vruchten produceren. In de landbouw maakt het concept zijn opmars, maar in stadsparken, waar beleving centraal staat, is het principe van eetbare natuur redelijk uniek in Vlaanderen.Het Smoefelpark is centraal gelegen en enorm toegankelijk. Het is de speeltuin van ravottende kinderen, de vaste wandelstek van hondeneigenaars en dus ook de plek waar mensen de natuur letterlijk kunnen komen proeven. Terwijl heel wat steden het belang en potentieel van voedselbossen beginnen in te zien, heeft Maldegem echter beslist om te kappen met het voedselbos in het park. De reden: het oogt iets wilder dan de andere delen van het park. De vrijwilligers zijn hier niet mee opgezet en gaan momenteel in gesprek met de politiek.Een mens kan maar mens zijn als hij zich af en toe kan opladen in de natuur. Connectie met groen reduceert stress en maakt ons gelukkiger. Die connectie vinden is geen evidentie als je in een stad woont, maar ook daar zijn er mogelijkheden. Zeker tijdens de afgelopen lockdowns werd het bijvoorbeeld des te duidelijk hoe belangrijk stadsparkjes zijn. Toch is het voor sommigen een uitdaging om de discipline te hebben af en toe een luchtje te scheppen. Niet iedereen heeft een hond die moet worden uitgelaten, kinderen die buitenspeelruimte nodig hebben of de gewoonte om met vrienden iets te drinken op het parkgras. Wat heb je dan in hemelsnaam te zoeken in een park, buiten de voor sommigen saaie wandeling? Een boekje lezen op een bank kan uiteraard, maar we hebben een betere strategie nodig om mensen letterlijk in contact te brengen met het groen. We kunnen als maatschappij de burger niet verplichten om een viervoeter in huis te halen. Wat we wel kunnen doen, is een extra reden geven om de parkjes te bezoeken. Dé oplossing zou wel eens 'het plukpark' kunnen zijn. Een van de belangrijkste taken die groenontwerpers hebben, is het creëren van lokzones. Een goed doordacht stadspark is ingericht zodat het voorbijgangers binnenzuigt. De stadsparkrand of zelfs de reputatie van het park moet zodanig verrassend zijn dat het kan opboksen tegen de duizenden andere prikkels die dagelijks op ons afkomen. Je wil mensen een reden geven om die eerste stap in het park te zetten. Na die initiële overtuiging moet er een volgende intrige zijn waardoor bezoekers verder wandelen en er misschien wel een tijdje blijven. En wat kan mensen lokken? Juist ja: eten. Want voeding is de lijm die de maatschappij bindt. Het is wat steden heeft doen ontstaan en het is wat hele dorpen samenbracht om te oogsten en daarna feest te vieren. Die tradities zijn vandaag dan misschien wel grotendeels verdwenen, maar zouden terug tot leven gewekt kunnen worden door de stad te doorweven met voedselzones. Zij zouden een netwerk kunnen vormen dat de gemeenschap verbindt en versterkt. Stel je voor dat we in ieder stadspark een plukzone zouden creëren, of nog beter: een stadsvoedselbos zouden aanleggen in iedere stad. Hoe anders zou het leven er worden? Liefde gaat door de maag. Er is niets zo heerlijk als een sappig framboosje tijdens de avondwandeling. Een Siberische glasappel plukken terwijl je een babbeltje slaat met een onbekende. Samen met het buurtcomité frangipanes maken van abrikozen uit het stadspark. We hoeven niet eens hypothetisch te spreken over zo'n groen gebied, want het Engelse stadje Todmorden is het levende bewijs dat eetbare natuur grote verandering met zich meebrengt. Nadat vrijwilligers het stadje eetbaar maakten, kende het een ongelofelijke nieuwe bloei. Klinkt dat jou ook als muziek in de oren? Ga dan nog vlug eens langs in Maldegem, om je te laten inspireren door het Smoefelpark, een magische plek die is ontstaan door het werk van gewone burgers. Identificeer daarna ongebruikte stukjes groen in je eigen gemeente en richt zelf een voedselboscomité op. Zoek gelijkgestemde mensen, zit samen met de groendienst en de lokale politiek en vraag of zij mee op de opkomende trend willen springen: duurzaam groen dat onderhouden wordt door een groep enthousiaste vrijwilligers. Louis De Jaeger is medeoprichter van Food Forest Institute vzw en ontwerpt voedselbossen met Commensalist.