Bananenbloesem wordt weleens de nieuwe jackfruit genoemd. Net als dat andere exotisch ingrediënt is het een product uit de Aziatische keuken dat zich prima laat inblikken en dat dankzij zijn vlokkige textuur, die wat wegheeft van die van witte vis, makkelijk smaken opneemt. Dat maakt het op hippe plaatsen zoals Londen een graag geziene gast in vegetarische of veganistische eetplekjes. Terecht of niet? Wij sloegen aan het experimenteren.
...

Bananenbloesem wordt weleens de nieuwe jackfruit genoemd. Net als dat andere exotisch ingrediënt is het een product uit de Aziatische keuken dat zich prima laat inblikken en dat dankzij zijn vlokkige textuur, die wat wegheeft van die van witte vis, makkelijk smaken opneemt. Dat maakt het op hippe plaatsen zoals Londen een graag geziene gast in vegetarische of veganistische eetplekjes. Terecht of niet? Wij sloegen aan het experimenteren.Bananenbloesem is de gigantische - één exemplaar weegt algauw een kilo - bloem die aan het einde van een tros bananen groeit. In veel landen waar bananen geteeld worden, wordt hij bereid als groente in stoofschotels of soep, of wordt hij rauw gegeten in salades. Heel veel smaak heeft bananenbloesem niet van zichzelf, maar hij neemt wel erg goed andere smaken in zich op en is dus een prima kandidaat voor marinades. Het is mede die laatste eigenschap die de interesse wekt van mensen die hun menu plantaardiger willen inrichten.Maar daar stopt het niet helemaal, want ook de textuur van het restproduct van de bananenteelt is bijzonder. Die is te omschrijven als vlokkig en doet wat denken aan de structuur van witte vis. Wie handig kan toveren met zilte smaakmakers zoals zeewier, spreekt daarom weleens van 'plantvis'. Wie ermee aan de slag wou, moest tot voor kort een uitstapje plannen naar een Aziatische winkel of het internet afschuimen, maar vanaf nu duiken de blikken dankzij het Nederlandse voedselmerk Fairtrade Original her en der op in vestigingen van Albert Heijn. Hoog tijd dus voor een serieuze test. Ik besluit om twee recepten uit te proberen die ik op de website van Fairtrade Original vind, een warme en een koude bereiding. Stap één bij beide recepten is het blik openen en de bloesem grondig spoelen en laten uitlekken. Het is mijn eerste kennismaking met bananenbloesem en ik denk er spontaan bij aan artisjok, die andere heerlijke eetbare bloem. Tijdens het omroeren van de simpele visvrije makreelsalade denk ik even dat er een haartje in mijn mengkom terecht is gekomen, maar terwijl ik het eruit vis, besef ik dat het een flinterdunne snipper bananenbloesem is. De beloften over de op vis lijkende structuur zijn dus alvast niet gelogen: de bloesem valt als het ware uit elkaar, net zoals zou gebeuren wanneer je een stuk makreel zou mengen met crème fraiche en stukjes appel. Ook bij het proeven begrijp ik de verwijzingen naar vis, al gaan die in dit recept enkel op voor de textuur. Doordat je de bloesem hier niet marineert, blijft het zilte en vettige van makreel in deze salade achterwege. Tijd voor het tweede recept: de Thaise viskoekjes met rode curry. Je maakt ze redelijk letterlijk in een handomdraai en verrast proevers met de exotische smaken in een knapperig korstje. Het resultaat is best lekker en de dradige textuur doet denken aan vis, alleen: op vlak van smaak herken ik niets van een viskoekje. De curry neemt immers alles over. Als ik dit nog een tweede keer zou maken, zou ik experimenteren met wat snippers zeewier in het beslag, om zo toch iets zilt te krijgen. De twee uitgevoerde experimenten demonstreren wat we eigenlijk op voorhand al wisten: bananenbloesem heeft amper smaak van zichzelf. Wil je dat echte visgevoel nabootsen, dan moet je die smaak er zelf aan toevoegen. De textuur zit echter wel meteen goed. Onze conclusie? Bananenbloesem is een ingrediënt waar we het laatste nog niet van hebben gehoord, maar waarmee het wel wat spelen zal worden om een optimaal resultaat te krijgen.