Afgelopen week klonk vanop de VN-top nog maar eens klimaatalarm: hoog tijd om over te stappen naar een duurzame levensstijl. Daar speelt landbouw een belangrijke rol in. Deze week start de Week van de Fairtrade en ook daar staat de boer in de schijnwerpers. Zijn inkomsten zijn immers vaak mensonterend laag.

Zoveel ogen er gericht zijn op de landbouw, zoveel meningen zijn erover. De ene vindt dat we het welzijn van de boer voorop moeten stellen, de ander dat er offers gebracht moeten worden voor het klimaat. Nochtans is landbouw een en-enverhaal. Eerlijke handel en duurzaamheid gaan namelijk hand in hand.

De verantwoordelijkheid van de consument

In de discussie over de toekomst van de planeet is de boer vaak kop van jut. Hij is verantwoordelijk voor een verschraling van de bodem, zijn koeien schijten het klimaat naar de knoppen en hij strooit zo kwistig met pesticiden en meststoffen dat alle andere natuur er het leven bij laat, klinkt het dan. Maar mogen we alle schuld wel in de schoenen van de boer schuiven? En welke verantwoordelijkheid dragen wij met onze voorliefde voor gebruiksvriendelijke supermarkten en jacht naar de laagste prijs?

Het uitblijven van verduurzaming is immers niet zomaar te wijten aan onwil van de boer. Landbouworganisaties, financieringsorganen, bedrijfsadviseurs en de verantwoordelijke beleidsmakers hebben de sector in de richting geduwd van steeds meer grootschaligheid en rendabiliteit, vaak gericht op export, en ten koste van duurzaamheid.

Eerlijke handel en duurzaamheid gaan hand in hand

In Vlaanderen is de investeringssteun voor de landbouw voornamelijk ten voordele van één model: grootschalige, industriële bedrijven. Dat betekent dat de omzet stijgt en de productiviteit groeit. De opbrengsten voor de boer volgen echter niet dezelfde stijgende lijn. Het inkomen van de landbouwer in de Europese Unie bedraagt gemiddeld slechts veertig procent van de gemiddelde lonen. Dit is inclusief inkomenssteun van de overheid, die kan oplopen tot tachtig procent in sommige sectoren. Wie wordt er dan eigenlijk beter van dit type landbouw?

Hoge schulden door grote, noodzakelijke investeringen in combinatie met lage inkomens houden veel boeren in een wurggreep. Schommelingen in (wereld)marktprijzen, internationale concurrentie en het feit dat landbouwers prijsnemers zijn, maken dat de boer tevreden moeten zijn met de prijs die wordt geboden. En die is vaak te laag. Dit alles maakt het boeren moeilijk om in te spelen op veranderende trends of om te schakelen naar een ander bedrijfsmodel. Terwijl dat precies is waar we nood aan hebben, zowel om een leefbaar inkomen voor boeren te realiseren, als om ons klimaat te reanimeren.

Defecte machstgeometrie

Willen we dus dat boeren beter voor het milieu zorgen, dan moeten we hen ook betere prijzen geven, zodat ze kunnen investeren in duurzame methodes.

Maar wie bepaalt die prijs? Kijken we even in het hart van de voedingsketen, naar het zogeheten agribusinesscomplex. De boeren doen vooral zaken met de tussenhandelaar, toeleverancier en de verwerkende industrie. Dit is zo voor boeren wereldwijd, van de cacaoboer in Ghana tot de Vlaamse aardappelboer. Het leidt tot een specifieke machtsgeometrie waarbij enkel het winstbejag van belang is. En wie is er in dit model het minst weerbaar en kwetsbaar voor uitpersing? De boer.

© .

Die bikkelharde concurrentie tussen opkopers, verwerkers en supermarkten dient uiteindelijk de consument. Het verdict valt immers vaak in de winkel. Daar kiezen wij helaas nog te dikwijls voor de laagste prijs, zelfs als we weten dat die zelden tot een leefbaar inkomen leidt, laat staan een inkomen dat de boer toelaat te investeren in duurzame landbouwpraktijken.

De kracht van kleinschaligheid

Een markant fenomeen binnen ons huidig landbouwsysteem is de schaalvergroting. In Vlaanderen stoppen er steeds meer boeren, en slokken de overblijvers de landbouwgronden op. Steeds minder boeren, steeds grotere bedrijven. Het succes van grootschalige landbouw wordt afgemeten aan de rendabiliteit, de opbrengst. Dit gaat voorbij aan wat voedsel in de fond is: een basisrecht.

Grootschaligheid leidt tot hogere rendabiliteit, maar ook tot ecologische rampspoed, machtsmisbruik en uitbuiting. Die hogere rendabiliteit komt vooral goed uit voor de aandeelhouders van grote concerns, in de vorm van zadenfabrikanten, meststofproducenten, voedselverwerkers en supermarkten. De boer, het fundament van dit systeem, krijgt zelden inspraak, laat staan een fair deel van de koek.

Kleinschalige landbouw kan de boer zijn autonomie teruggeven, de grote financiële investeringen beperken en de vicieuze schuldencirkel van onrendabele en onduurzame praktijken vermijden. Het kan de verhoudingen binnen de machtsgeometrie danig hertekenen en kan boeren dichter bij de consument en bij de natuur brengen.

Patronen doorbreken

Dit complexe probleem heeft nood aan een toekomstgericht landbouwmodel met respect voor de grenzen van de planeet, eentje dat zich richt op de mens en niet op de markt. Het zwart-wit denken van goed (bio, kleinschalig, ...) versus slecht (industriële en vervuilende prijsvechters) is te simplistisch.

We kunnen ervoor zorgen dat de meerwaarde vooral bij de boer blijft

De oplossing ligt in het hart van het landbouwsysteem: als we boeren meer macht willen geven, dan moeten we het mogelijk maken dat zij naast de bestaande handelsrelaties met opkopers en verwerkers ook zelf andere aan- en verkoopmogelijkheden ontwikkelen. Moeilijk? Niet bepaald.

Oxfam-Wereldwinkels en Voedselteams ontwikkelen al jaren effectieve (landbouw)modellen, waarbij consumenten rechtstreeks voedsel kopen bij de boer, met een minimum aan tussenschakels en waarbij boeren beschermd worden tegen uitbuiting en schending van de mensenrechten. Door het regerende systeem te doorbreken en dit soort alternatieve handelsnetwerken verder uit te bouwen, kunnen we ervoor zorgen dat de meerwaarde vooral bij de boer blijft.

Als consument speel je een cruciale rol. Je kan inwerken op de machtsgeometrie, benut die kans dan ook. Kies niet voor de laagste prijs, maar koop producten waarvan je de herkomst kent en waarvan je weet dat ze sociaal en ecologisch duurzaam zijn. Zo kies je resoluut voor de boer én voor een haalbare, klimaatrobuuste landbouw op mensenmaat.

Tom Ysewijn, beleidsmedewerker Oxfam-Wereldwinkels

Sofie Vanthournout, coördinator Voedselteams