Opvoeding: hoe krijgen kinderen weer plezier in leren?

© Getty Images

Te veel leerlingen verlaten de basisschool met lees-, schrijf- of rekenproblemen. Taalkundige en ex-leerkracht Céline Alvarez startte een alternatief experiment in een kleuterklasje in het Franse Gennevilliers, met overtuigend succes. Een inkijk in ‘haar’ natuurwetten.

September. Mijn hoofd vult zich met muizenissen. Vormt ons onderwijs wel een goede voorbereiding op het échte leven? Leggen wij – ouders, grootouders, leerkrachten – niet te veel druk op ons klein grut? Moet mijn kind echt uitblinken in rekenen én schrijven én lezen én tekenen? Waarom moet mijn jongste ‘op tijd’ kunnen rekenen en lezen? ‘Je hebt zoveel woorden gelezen in zoveel seconden, proficiat!’

Ik hoef geen Einsteinbrein. Ik wil geen overprikkeld kind dat stress of godbetert een depressie krijgt door nooit aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Ik wil kinderen die, in hun eigen ritme, bijleren en op hun manier gelukkig zijn. Die voorvechters zijn van de minstbedeelden en gedreven worden door generositeit, want ook dat is een talent.

Het boek van Céline Alvarez, Les lois naturelles de l’enfant, – in Frankrijk een bestseller met meer dan tweehonderdduizend verkochte exemplaren en dit voorjaar ook in het Nederlands vertaald – vertrekt vanuit een natuurlijk leerproces, zonder druk of dwang. Of ze nu een naïeve wereldverbeteraar is dan wel een visionair – dat leert de geschiedenis ons wel – deze jongedame raakt in elk geval een gevoelige snaar. Ik ontmoet Céline in de bar van een hotel in Brussel, waar ze een lezing geeft voor 1500 toehoorders, onder wie veel leerkrachten. ‘Noem me geen leerkracht, ik ben gewoon een geëngageerde burger die het huidige schoolsysteem fundamenteel wil veranderen.’

Elk kind heeft een onvermoed groot potentieel, dat erop wacht om ontdekt te worden

uren schilderen

Tien jaar al is ze ‘geobsedeerd’ door het onderwerp. Ze liep school in een kansarme wijk in de Parijse voorstad Argenteuil en stelde met eigen ogen vast hoe het schoolsysteem jaar na jaar het licht in de ogen van veel medescholieren doofde en hun unieke talenten fnuikte. Alvarez: ‘Uit een rapport van de Franse Hoge Raad voor Onderwijs bleek dat jaarlijks vier op de tien leerlingen, oftewel driehonderdduizend kinderen, de lagere school verlieten met onvoldoende verworvenheden in lezen, schrijven en rekenen; honderdduizend beheersten zelfs de basis niet.’ Alvarez wou het probleem bij de wortel aanpakken en startte in 2011 een driejarig schoolexperiment, met goedkeuring van het ministerie van Onderwijs, waarbij ze in de klas stond met zo’n dertig kinderen van de eerste, tweede en derde kleuterklas. Ze kreeg een assistente die haar bijstond en richtte het klasje zo in dat de kinderen heel zelfstandig konden werken, alleen of in groepjes. Ze mochten de activiteiten die hen interesseerden zoveel herhalen als ze wilden en de hele dag vrij met elkaar werken. Alvarez: ‘Het klopt niet dat een kind in een omgeving waarin het vrij is om activiteiten te kiezen die hem/haar motiveren, niet tot ‘schoolse’ kennis zou kunnen komen, zoals rekenen, geschiedenis of aardrijkskunde. Natuurlijk waren er kinderen die vooral lazen, terwijl anderen complexe puzzels van de continenten verkozen, er waren ook kinderen die uren zaten te schilderen, praatten of nadachten. Belangrijk is dat ieder kind de basis van elk domein kan verwerven, maar tegelijk de vrijheid krijgt om zijn eigen passies uit te diepen, van jongs af aan.’

Al na één jaar waren de resultaten verbazingwekkend: aan het eind van het tweede jaar konden alle sterke en 90 % van de gemiddelde kleuters lezen en rekenen. Ze objectiveerde elk jaar de resultaten via wetenschappelijke tests en liet experts toe in de klas om het een en ander met hun eigen ogen te aanschouwen. Ook de ouders merkten grote veranderingen: hun kinderen werden rustiger, vertrokken enthousiast naar school, hadden zelfdiscipline en legden vooral een grote empathie aan de dag. En: ze waren hongerig om te leren.

Kneedbare hersenen

‘Elk kind heeft een onvermoed groot potentieel, dat erop wacht om ontdekt te worden’, stelt Alvarez. ‘Kinderen worden geboren met een natuurlijke aanleg om nieuwe informatie gemakkelijk op te nemen. Maar in de klassieke scholen worden kinderen vaak niet gestimuleerd en zelfs gedemotiveerd. Zo creëren we een gigantische achterstand op wat kinderen op een natuurlijke manier eigenlijk al zouden kunnen. Het Franse schoolsysteem negeert de grote principes van die natuurlijke ontplooiing totaal. Dat is deels te begrijpen, want de cognitieve psychologie en de neurowetenschappen, die de manier bestuderen waarop de mens leert, zijn vrij recente wetenschappen.’

Opvoeding: hoe krijgen kinderen weer plezier in leren?

Alvarez vertrekt vanuit onze bovenkamer, de hersenen. De mens wordt niet geboren als een wit blad. Integendeel. Bij onze geboorte zijn de belangrijkste neurale circuits al uitgetekend. ‘We worden geboren met een aanleg om te communiceren, om te onthouden, om te creëren en een waaier aan emoties te ontwikkelen. Maar onze hersenen zijn nog onrijp en niet volledig ontwikkeld. Er is echter geen genetische of erfelijke fataliteit. We zijn allemaal in staat om gesofisticeerde intellectuele en sociale vaardigheden te ontwikkelen, het is de omgeving die zal bepalen hoe goed dat aangeboren potentieel zich ontwikkelt. Niemand ontsnapt aan zijn omgeving. Wist je dat 70 % van de woordenschat van driejarige kinderen rechtstreeks van hun ouders komt? Dat zadelt ouders, maar ook leraren, op met een loodzware verantwoordelijkheid.’

bloed, zweet en liefde

In haar boek beschrijft Alvarez gedetailleerd veertien natuurwetten (zie kader onderaan). Ze paste die elke dag toe in haar klas, maar je kunt ze evengoed thuis gebruiken als ouder. Kort na de verschijning van haar boek doken de eerste criticasters op, vooral vanuit onderwijshoek. Ze zou de mosterd gehaald hebben bij Edouard Séguin en Maria Montessori, twee befaamde dokters-pedagogen, van wie ze ook didactisch materiaal gebruikte. Dat geeft ze zelf grif toe, ook in haar boek. Haar ‘hypergeïndividualiseerde’ onderwijsfilosofie zou in de praktijk onhaalbaar zijn, maar ook die kritiek weerlegt ze: ‘Het is inderdaad hyperindividueel in die zin dat ik wil inspelen op de noden van elk kind, maar de kinderen werkten wel de hele dag samen aan taken waarbij ze elkaar voortdurend hielpen. Net omdat ze zo autonoom konden werken, zou het zelfs in mijn eentje gelukt zijn. Maar ik koos bewust voor een assistente, omdat de Franse klassen in de regel overbevolkt zijn en ik wou vermijden dat ze zeiden: ‘Zie je wel, het lukt in je eentje.”

In eigen land was het zoeken naar een speld in een hooiberg om iemand te vinden die commentaar wou of kon geven bij de natuurwetten van Alvarez. Lieve De Maesschalck, al twintig jaar kleuterjuf in een West-Vlaams schooltje, las het boek wél en vond het bijzonder inspirerend, alleen vreest ze dat één persoon het schoolsysteem nooit kan veranderen. ‘Bovendien bouwde Alvarez alleen ervaring op in het kleuteronderwijs, al wordt daar natuurlijk de basis gelegd. Dat speelse en natuurlijke leren is typisch voor het kleuteronderwijs, het is jammer dat daar zo weinig van overblijft in de lagere en middelbare school. Dé vraag die mij intrigeert, is hoe nieuwe technologie ons onderwijs in de toekomst zal veranderen. Ooit krijgen leerlingen misschien elk hun eigen leerplan, via onlineleerplatformen en digitale snufjes, maar de mens, de leerkracht, zal hopelijk altijd centraal blijven staan.’

Niemand ontsnapt aan zijn omgeving. 70 % van de woordenschat van driejarige kinderen komt rechtstreeks van hun ouders

Lieve kent ook een aantal leerkrachten in het middelbaar onderwijs die vol overgave blijven trekken aan gedemotiveerde leerlingen, maar uiteindelijk zelf opbranden. ‘Dat de omgeving cruciaal is – zoals Alvarez poneert – zal ik niet tegenspreken. Zowel ouders als leerkrachten moeten beseffen dat we onze kinderen elke dag met veel toewijding en liefde moeten vormen tot ze op eigen benen kunnen staan.’

‘Ik ben niet moedig,’ zegt Alvarez nog, ‘gewoon gepassioneerd.’ Wereldwijd geeft ze lezingen – geen opleidingen – en probeert ze ouders en leerkrachten te overtuigen om de natuurwetten van het kind toe te passen. Haar blog werd al door twee miljoen mensen bekeken. Daarom staat ze ook niet meer in de klas. Door lezingen te geven reikt haar stem zoveel verder: ‘Enkele duizenden leerkrachten hebben hun aanpak in de kleuterklas intussen veranderd, ze lieten mij dat weten via mijn blog. Ze zien een opvallende ontplooiing bij hun kinderen, maar voelen zichzelf ook weer tot leven komen. Daarvoor doe ik het.’

De natuurwetten van het kind, Céline Alvarez, uitg. Horizon, 22,50 euro.

ZES NATUURWETTEN IN EEN NOTENDOP

1. Leer door actieve ervaringen en door fouten te maken.

Activiteiten waar een kind zelf voor kiest, geeft onmiddellijke controle over zijn fouten. Het kind stelt zijn verwachtingen bij en leert bijzonder snel. Alvarez: “We leren in eerste instantie door te doen en door te herhalen, niet door te luisteren. Als je iets graag doet, wil je het steeds beter doen en blijf je oefenen tot je het beheerst.” Fouten zijn broodnodig. Alvarez: “Je leert alleen als je verwachtingen niet uitkomen. Als we fouten bestraffen en kinderen belonen die zich niet vergissen, dan durven kinderen geen risico’s meer te nemen en wordt het natuurlijke leerproces geblokkeerd.”


2. Begeleiding door de ander is onontbeerlijk.

Het kind leert best zelf, maar met de hulp van anderen. Een baby neemt alles op wat de volwassene hem vertelt. Alvarez: “We zijn sociale wezens en leren bij uitstek op een sociale manier. Daarvoor is er een individuele interactie tussen volwassene en kind nodig. Help het kind dus, maar ook niet te veel, anders saboteer je zijn enthousiasme. Wij geven de sleutel als volwassene, het kind doet de deur open.”


3. Mix leeftijden.

Kinderen van verschillende leeftijden nemen spontaan een natuurlijke leerhouding aan tegenover elkaar. Alvarez: “Dat zag ik in mijn klasje, met kinderen van drie leeftijden. Ze verbeterden elkaar voortdurend en leerden razendsnel. Kinderen die al verder stonden of ouder waren, deelden en consolideerden niet alleen hun kennis, ze leerden ook om geduldig en empathisch te zijn door de interactie met anderen. Elke dag stelde ik vast dat een van de kinderen zonder mijn hulp alweer een grote stap vooruit had gezet.”


4. Motiveer van binnenuit.

De motivatie moet altijd vanuit de persoon zelf komen. Exogene motivatie – iets te leren om daarvoor iets terug te krijgen – werkt veel minder goed. Alvarez: “Het kind zal misschien wel betere punten halen, maar de kans is groot dat de kennis die het op die manier verwerft, even snel verdwijnt als het inpakpapier rond een cadeau.”


5. Het kind onthoudt alleen wat zinvol is.

De hersenen beslissen wat ze consolideren: wat ze niet zinvol vinden, laten ze links liggen. Alvarez: “Als een kind een reeks vingerbewegingen op een piano moet onthouden zonder daarbij op de melodie te letten, slagen zijn hersenen er niet in deze bewegingsreeks op te slaan. Maar als het wél let op de melodie, onthouden de hersenen de reeks wel. Het aanleren van de letters van het alfabet is ook een mooi voorbeeld. Kinderen leren alleen door te horen hoe de letters klinken. In mijn klasje maakte ik een radicale keuze: elke activiteit waarvan het belang niet meteen duidelijk was voor het kind elimineerde ik.”


6. Pik de draad met de natuur weer op.

De natuur kalmeert de geesten, frist ze op. We moeten kinderen weer in contact brengen met de natuur, alleen zo ontwikkelen ze respect voor de natuurlijke rijkdommen. Alvarez: “De meeste kinderen leren over de seizoenen zoals ze een vreemde taal leren op school. Zonder context. Ik vind het belangrijk dat kinderen leren om planten te laten groeien met alle voedingsstoffen en kracht die de aarde rijk is. Mocht ik kunnen, ik verhuisde het klaslokaal naar een bos (lacht). We probeerden de natuur naar onze klas te halen, via planten die ze zelf elke dag mochten verzorgen.”

Partner Content