Column

‘Nachtwinkels zijn een vreemde mix van het banale en het exotische’

Jean-Paul Mulders mijmert in zijn column over de dingen des levens.

Er is een pakje aangekomen, bevattende reinigingsvloeistof voor elpees en een ‘geitenharen applicatieborstel’. Wegens uithuizigheid ten tijde van de levering, moet ik de zending afhalen in een nachtwinkel. Nachtwinkels zijn een vreemde mix van het banale en het exotische. Je vindt er gezinsverpakkingen calorieën, goedkope roes en soms goden met acht armen, maar niet veel dat in de voedingsdriehoek een plaats verdient.

Deze nachtwinkel is nieuw, de jonge uitbater glanst van ijver en vriendelijkheid. Hij scant mijn streepjescode en krabt zich in de haren als het systeem die niet blijkt te herkennen. ‘Ik vind het wel, meneer’, stelt hij mij gerust. ‘En anders komt u er na sluitingstijd om. Ik woon boven de winkel en vind het belangrijk om u goed te helpen.’ Ik kan mij de tijd niet herinneren dat ik iemand nog eens zoiets hoorde zeggen.

Terwijl hij zoekt, dwalen mijn ogen over de rekken. Er is snoep die je tong blauw doet kleuren en goedkope hummus met een koksmuts en de slogan: Never Tasted This Good. Ik vraag uitleg bij een potje met tahin. Het verrast hem dat ik mijn weg ken in de keuken van het Midden-Oosten.

Nachtwinkels zijn een vreemde mix van het banale en het exotische.

‘Waar kom je vandaan?’ vraag ik. Het klinkt onderzoekender dan ik het bedoelde. ‘Mama is Libanees’, zegt hij. ‘En papa kwam uit Syrië. Hij is in zijn slaap gestorven toen ik nog een kind was. Er scheelde hem niets, maar volgens mama maakte hij zich te veel zorgen over de toekomst.’

Ondanks mijn pantser van zelfverklaard sarcasme, voel ik een rilling langs mijn ruggengraat trekken. Misschien komt het door de vriendin met wie ik vroeger ging dansen en die onlangs werd gediagnosticeerd met een terminale tumor.

De man van de nachtwinkel zegt dat hij zich heeft laten onderzoeken na zijn aankomst in België. Met zijn lijf lijkt alles voorlopig prima in orde. ‘Ik ben de zaak begonnen met alleen maar wat spaargeld’, zegt hij trots. ‘Geen schulden. Ik wil niet voor de bank werken.’

Bij de kassa staat een rek vol gemengde noten die redelijker geprijsd zijn dan in de supermarkt. Ik vraag een kwart kilo gezouten pistachenoten en hetzelfde van de melange met citroensmaak.

De man schept de noten zorgvuldig in zakjes. Dan doet hij iets dat ik geen winkelier al eerder zien doen heb. Hij legt twee lege zakjes op de weegschaal en tokkelt op zijn rekenmachine. ‘Ik trek die van het gewicht af meneer’, grijnst hij. ‘Je betaalt voor de noten, niet voor het plastic.’

Het wegen van de zakjes is futiel en tegelijk van een ontwapenende eerlijkheid, in deze wereld waarin je voortdurend uit je doppen moet kijken om niet genaaid te worden. Ik denk aan de kruidenier bij wie ik vroeger fruit kocht. Altijd bleek er bij thuiskomst wel een beschimmelde mandarijn onder in de zak verstopt.

Ik zeg aan de man dat ik hoop dat zijn nachtwinkel bloeit als een granaatappel met rijpe vruchten. ‘Dank je wel, Jeepee’, grijnst hij. Hij leest mijn initialen op het alsnog opgedoken pakje met de geitenharen borstel. Ik hoor ze liever dan meneer.

Ik krijg nog een lolly met een gifgroene wikkel waarop staat te lezen: assorted fruit mix. Fruit en groenten zijn onmisbaar in de voedingsdriehoek.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content