Geluk zit in een klein hondje: vier baasjes over die grote liefde in hun leven

Bieke Purnelle en Beltran. © JEF JACOBS
An Swerts Journaliste BodyTalk magazine

“Hij leerde me hoe je mensen kunt lézen. Hoe je in een flits hun binnenkant kunt zien.” Wat baasjes over hun hond zeggen, is mooi en liefdevol. En voor menig hondenliefhebber ongetwijfeld een feest van (h)erkenning.

Arthur Japin en Trip

Met Honden voor het leven schreef Arthur Japin een prachtige ode aan zijn honden. Liefdevol blikt hij voor ons terug op Trip, de hond door wie hij naar eigen zeggen is opgevoed.

‘Hém moet ik hebben, zei mijn gevoel, toen ik als zesjarig kind een asielhond mocht uitkiezen. Trip was een vuilnisbakkenras, niet bepaald de mooiste hond, en niemand wist hoe oud hij al was. Bovendien kroop hij achter in zijn hok. Alsof hij zich schaamde. Zoals ik dat ook deed op school, als ik gepest werd. Maar door de liefde die ik hem gaf, veranderde hij in een trots hondje met rechte rug en parmantig opverende oren en staart. Als je doet wat je invalt, kun je overal doorheen kijken, leerde ik. En dan blijkt iets wat niemand wil hebben misschien wel een van de beste dingen uit je leven.

Arthur Japin en Trip
Arthur Japin en Trip© JEF JACOBS

Trip werd mijn hartsvriend en hielp me bovenal door mijn jeugd heen. Bij de ruzies van mijn ouders vloog er veel door de kamer. Niet alleen nare woorden, ook stoelen en asbakken. Trip leerde me hoe je gevaar kunt afleiden uit een stem of gebaren, en hoe je de spanning soms kunt doorbreken met een grapje of smoes. Hij leerde me vooral hoe je mensen kunt lézen. Hoe je in een flits hun binnenkant kunt zien, waarna je gerust op je eerste indruk mag afgaan, al proberen ze je nog van alles wijs te maken.

Hij hielp me door mijn jeugd heen.

Arthur Japin en Trip

Maar hij leerde me nog zoveel meer, ook over de liefde. Door de woorden van de kinderen op school geloofde ik zelfs als twintiger nog niet dat iemand van me kon houden. Zelfs niet toen ik Lex ( Japins levenspartner, red.) ontmoette. Maar gelukkig hield Trip me voor: hé, ik hou toch ook onvoorwaardelijk van je. Voor liefde heb je je verstand niet nodig. En ook: op liefde moet je niet gaan zitten wachten. Het begint bij jezelf. Jij zet het in gang en de ene liefde voedt de andere. Honden doen het je zelfs voor. Ze kunnen gewoon niet wáchten met van je te houden.

En dat bewijst onze jonge hond Basso ( foto) opnieuw. Het zit hem in elkaar aanraken, samen met je hondje ademen. Dan is het alsof er iets opengaat in je, alsof in je hart een knop wordt omgezet.’

Boekentip: Honden voor het leven, Arthur Japin (tekst) & Martijn van der Linden (illustraties), Uitgeverij Mozaïek, 2021.

Philippe Van Cauteren en Sapu en Picchu

Directeur Philippe Van Cauteren heet niet alleen blindengeleidehonden maar álle honden welkom in het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent. En wel om bijzondere redenen.

‘Honden hebben mij altijd al gefascineerd. Als kind waren het voor mij speelmakkers op vier poten die ik weleens in een ridderkostuum stak. Later werden het gezelschapsdieren die ik heel graag bij me heb. Mijn partner en ik hebben twee adoptiehonden, Sapu en Picchu. Ze zijn niet meteen moeders mooiste, maar in onze ogen: prachtig. We kiezen er altijd de honden uit die blijkbaar niemand wil. Hoe lelijker de hond, hoe mooier wij hem vinden. ( lacht)

Philippe Van Cauteren en Sapu en Picchu
Philippe Van Cauteren en Sapu en Picchu© JEF JACOBS

Wat ik zo geweldig vind aan honden? Ze zijn altijd blij en grenzeloos optimistisch, én ze voelen de dingen feilloos aan. Of je blij of verdrietig bent bijvoorbeeld. Maar ook welke sfeer er hangt en wat er te ervaren, te ontdekken en te beleven valt. Ze zijn heel sensibel en intuïtief. Iets wat wij, mensen, vaak een beetje verleerd zijn. Bij een museumbezoek bijvoorbeeld laten we onze beleving soms sterk kleuren of zelfs belemmeren door onze ratio. Terwijl we kunstwerken in de eerste plaats zouden moeten ervaren met al onze zintuigen en zonder alles meteen te willen begrijpen. Honden doen ons voor hoe dat moet. Zij zijn wat dat betreft de gedroomde museumbezoeker.

Honden zijn de gedroomde museumbezoeker.

Philippe Van Cauteren en Sapu en Picchu

Kunstenaars zijn vaak ontroerd als ik hun vertel dat ook honden tot bij de werken mogen komen. Bij veel andere mensen roept de gedachte aan een hond in een museum spontaan het beeld op van beschadigde kunstwerken en plasjes op de vloer. Dat valt in werkelijkheid reuze mee. We hebben nog geen incidenten gehad met viervoeters, wél al met tweevoeters. ( lacht) Hoe dan ook, dat zélfs honden in ons museum zijn toegelaten vatten veel mensen op als een boodschap van verdraagzaamheid en gastvrijheid. En dat is precies wat we nastreven. Want we willen graag dat iederéén zich welkom voelt in ons museum.’

Bieke Purnelle en Beltran

Bieke Purnelle twittert over hem in woord en beeld met zoveel genegenheid dat niemand daar onbewogen bij blijft. Hem? Beltran aka the cutest teckel on earth.

‘Via een advertentie van S.O.S. Strays kruiste zijn blik de mijne. Ik was niet op zoek naar een hond, klikte weg… en zocht hem terug. Want er was iets bijzonders aan hem. Noem het gerust een instant crush op dit aandoenlijke oude mannetje met door artrose geplaagde knookjes en een gebit als een vergeten kerkhof. Het zal wel lang duren voordat hij ons helemaal vertrouwt, dacht ik. Maar nee. Vanaf het moment dat hij bij ons woonde gaf hij zich helemaal. In blind vertrouwen. Onvoorwaardelijk. Dat vind ik nog altijd heel bijzonder.

Hij is mijn vijfde ledemaat, mijn buddy.

Bieke Purnelle en Beltran

Sindsdien heb ik ook een schaduw als de zon niet schijnt. Want hij gaat overal met me mee: naar mijn werk ( RoSa vzw, red.), in een rugzak op de koersfiets, op reis… Nadat hij een keer onderkoeld raakte in de sneeuw, kocht ik zelfs een jasje voor hem. Iets waarvan ik vroeger dacht dat ik dat nooit zou doen, of waar ik altijd wat meewarig om lachte. Hij sláápt zelfs naast mij. Dan baker ik hem in als een baby in een alpacawollen sjaal, waarna hij roerloos blijft liggen, zichtbaar genietend. Zo’n innige band met een hond had ik nog nooit. Hij is mijn vijfde ledemaat, mijn buddy, nu al ruim een jaar. En ik ben dankbaar voor elke dag die ik nog met hem krijg.

Graag breek ik een lans voor de adoptie van oude honden. Ze hebben nog zo veel liefde te geven, zijn ook zo wijs, én brengen rust – letterlijk en figuurlijk. Als ik te fluks doorstap, gaat Beltran gewoon zitten en krijg ik hem met geen stokken nog vooruit. Maar ook de wervelwind in mijn hoofd gaat sneller liggen, als hij bij me is. Ik ben van nature onrustig, raak snel overprikkeld en heb altijd veel schuifjes openstaan in mijn hoofd. Hij doet ze op tijd dicht en leert me hoe ik meer met de flow kan meegaan.’

Twitter: twitter.com/akateckel

Ruth Wielockx en haar puppy’s

Met een heel groot hart voor honden én hun baasjes voedt Ruth Wielockx blindengeleidehonden op.

‘Hoe kún je een hondje dat al een jaar in je leven is afgeven? Waarom doe je jezelf dat telkens weer aan? Dat vragen mensen mij vaak, terwijl ik daar zelf anders tegenaan kijk. Als pleeggezin voor geleidehonden krijg je een pupje van 8 weken om het op een aangename manier de wereld te laten verkennen. Ik vind het een voorrecht om dat te mogen doen en voel niets dan liefde voor zo’n kleine ontdekkingsreiziger. Op de leeftijd van 15 maanden verhuist het hondje naar het opleidingscentrum voor een gespecialiseerde training van 6 tot 8 maanden. Al die tijd mag ik het niet zien. De dag dat ‘mijn’ hondje in training gaat voel ik me daarom triest en trots tegelijk.

Ruth Wielockx en haar puppy's
Ruth Wielockx en haar puppy’s© JEF JACOBS

Bij het afscheid in het opleidingscentrum vertrek ik pas als hij fijn aan het spelen is met de andere honden. Om dan op de terugweg mijn tranen de vrije loop te laten en nog diezelfde avond naar het centrum te bellen. Of alles goed gaat, wil ik dan weten. Waarna ik me een goed glas wijn inschenk en de volgende ochtend als een bezetene mijn huis begin te poetsen. ( lacht) Want natuurlijk moet ik dan een leegte vullen en voel ik een intens gemis. Dat is nu eenmaal de keerzijde van al het plezier dat we samen beleefden. Maar dat plezier blijft me veel langer bij dan mijn kortstondige verdriet.

De dag dat ‘mijn’ hondje in training gaat, voel ik me triest en trots tegelijk.

Ruth Wielockx en haar puppy’s

Wanneer ‘mijn’ hond uiteindelijk gematcht is met zijn blinde of slechtziende baasje mag ik hen bovendien samen als team ontmoeten. Dat is telkens weer hartverwarmend, want dan zie en voel ik wat de hond die ik mocht opvoeden voor zijn baasje betekent. Zijn geleidehond is een maatje dat hij altijd bij zich heeft én hem toelaat om zich veel vrijer te bewegen. Daar wil ik héél graag aan bijdragen, want vrijheid is voor ons allemaal toch het hoogste goed, niet?’

Meer info: geleidehond.be en puppyzoektpleeggezin.be

Boekentip: Mijn ogen zijn jouw ogen. Dagboek van een geleidehond, Ruth Wielockx en Julius Schellens, Clavis Uitgeverij, 2019.

Partner Content