© KAREN ELOOT

‘Echte kracht komt niet van buiten, maar van binnen’: het motto van Quadir Nadery tijdens zijn vlucht uit Afghanistan

De Afghaanse Belg Qadir Nadery (42) moest tijdens zijn vlucht in 2015 zijn zoontje begraven. Toch blijft hij pleiten voor een betere wereld, via lezingen en zijn voorstelling De knikkers van Qadir, gebaseerd op het gelijknamige boek.

“Ik ben geboren tussen twee raketinslagen door en kende daarna alleen maar oorlog. Soms zaten we weken vast in ons bergdorpje en moesten we kippenvoer eten. Maar omdat we nooit iets anders zagen en geen televisie of boeken hadden, was het voor ons normaal.

Aan mijn moeder zag ik ook nooit hoeveel verdriet ze had, zelfs niet toen mijn broertje stierf omdat we geen dokter dichtbij hadden en mijn zusje omdat ze van het dak viel. Moeder bleef altijd lief en sterk, en gaf dat aan ons door door te vertellen over Rostam. Hij is de held van een oud Perzisch verhaal en verslaat draken en tijgers om ons voorouderlijke land veilig te houden. ‘Zo zit Rostams sterkte in ons bloed’, zei mijn moeder. ‘Echte kracht komt niet van buiten, maar van binnen.’ Ik heb die les altijd meegenomen, ook nadat ze rond mijn zesentwintigste stierf.

In 2015 rukten terroristen alsmaar meer op, en op een dag waarschuwde onze imam mijn vader dat ik gezocht werd. Ik werkte voor internationale troepen en behoor tot de Hazara, een etnische minderheid die al jaren gediscrimineerd en uitgeroeid wordt. Mijn vader wilde dat ik mezelf, mijn vrouw en kinderen in veiligheid bracht. Zelf wou hij niet weg. Hij geloofde dat er aan elke oorlog een eind kwam. Ik dacht ook dat mijn vertrek tijdelijk was, maar het laatste wat ik van hem zag, was dat hij water in onze voetstappen goot, een ritueel om reizigers te beschermen. Twee dagen later hebben terroristen ons dorp afgebrand en mijn vader vermoord.

Ja, het doet pijn om mijn verhaal te blijven vertellen, maar ik wil de wereld verbeteren.

Intussen werden wij door de bergen geleid door mensensmokkelaars. Ze weigerden eerst om onze kinderen van twee, drie en vier jaar mee te nemen, met hun geween zouden ze de groep in gevaar brengen, maar mijn vrouw bedacht een slim verhaal om ze stil te houden. We vertelden dat we naar een groot trouwfeest voorbij de bergen en de zee reisden. Net als mijn moeder plantten we zo geen angst, maar hoop en kracht in hen. In Teheran kochten we voor onze dochters zelfs witte jurkjes om het verhaal geloofwaardig te houden. Mijn zoontje van drie was er toen al niet meer bij. Hij had astma en op de stoffige Afghaanse wegen kon hij drie dagen na ons vertrek letterlijk niet meer ademen. Ik heb hem met mijn handen begraven en daarna moesten we vooruit.

Hetzelfde geldt voor de tijd erna, toen we bijvoorbeeld in België vier jaar lang moesten strijden voor erkenning. Altijd voelde ik Rostams kracht, vandaar dat ik het zo belangrijk vind om authentieke verhalen door te geven. De doden kunnen niet spreken, net zomin als de miljoenen mensen die nog altijd in de greep zijn van terreur en discriminatie.

Ik voel me zo machteloos sinds de taliban in Afghanistan weer de plak zwaaien en ja, het doet pijn om mijn verhaal te blijven herhalen, maar ik wil de wereld verbeteren. Ik geloof dat dat kan, via de jonge generaties. Daarom sprak ik al voor honderden scholieren. Ik zeg hun: ‘Maak goede leerkeuzes, grijp kansen, geloof in je kracht.’

De slimsten onder hen en onder mijn lezers hebben niet alleen medelijden – dat wil ik ook niet – maar begrijpen dat we allemaal in dezelfde boot zitten. Als de achtersteven vol Afghanen en nu ook Oekraïners water maakt, is het een kwestie van tijd voor de voorsteven met Europeanen ook zinkt. Tenzij we respectvol naar elkaar luisteren, dan kunnen we allemaal Rostams zijn.”

Partner Content