Column

Jean-Paul Mulders

‘De zon schijnt en ik waan mij in de fifties, wat mij een prettiger tijd lijkt dan de mijne’

Jean-Paul Mulders Columnist voor Knack Weekend en schrijver

Jean-Paul Mulders mijmert in zijn column over de dingen des levens.

De kat komt apetrots naar binnen met in zijn bek iets dat te hevig spartelt om een dor blad te zijn. Hij laat een grijs diertje vallen dat bliksemsnel wegschiet onder de kast. Sinds eeuwen houden mensen katten om muizen te vangen. Ik heb er een die ze liever in huis laat ontsnappen.

De kat biedt mij ter vervanging een kurk aan die hij achter een luidspreker heeft gevonden. Blijkbaar acht hij mij niet snugger genoeg om het verschil te zien tussen een knaagdier en een stopsel. Ik hou mij van de domme en aai de kat over zijn kop: ‘Flinke jongen!’

De zon schijnt en ik waan mij in de fifties, wat mij een prettiger tijd lijkt dan de mijne.

De kurk is gevonden, maar de muis blijft de rest van de dag spoorloos. De volgende ochtend word ik wakker van kabaal in de keuken. De kat probeert de muis te pakken, die zich heeft verschanst in de engte tussen de muur en de keukenkast. Ik zou ze met de steel van de bezem kunnen doodknuppelen, maar ik ben niet het type dat glimlachend levende wezens om zeep helpt. Dus hou ik de kat op afstand. Dezelfde dag duikt de muis nog op achter het televisiemeubel, de basketbal, de schommelstoel, het prinsessenkasteel, het koffieapparaat en de buffetkast van mijn oma zaliger. Ik voel mij alsof ik in het huis woon van Tom en Jerry. De zon schijnt en ik waan mij in de fifties, wat mij een prettiger tijd lijkt dan de mijne.

“Heb je kaas?”, vraagt mijn dochter van negen. Schoorvoetend leg ik een blokje jonge Goudse op een bordje, overtuigd dat muizen zich alleen in tekenfilms zo gewillig laten lokken. Dat is gerekend buiten het geheime verbond tussen dieren en kinderen. Als bij toverslag komt de muis tevoorschijn en besnuffelt de lucht, trillend van genot. Ze trippelt naar het stukje kaas en brengt dat vliegensvlug in veiligheid achter de kast.

Ik hou niet van dingen die blijven plakken – en nog minder van een akelige dood waaraan niet valt te ontsnappen.

“Zo schattig”, zegt mijn dochter. “Is het raar dat ik haar Sacha wil noemen?” Ik weet niet of ik het een goed idee vind om een koosnaam te geven aan een veldmuis waarvan de toekomst onzeker is. Stiekem surf ik naar een webshop die wel weg weet met ongedierte allerhande. ‘De Trapper Rat lijmplank,’ lees ik, ‘is een kunststof bakje met daarin een extreem dikke lijmlaag zodat er geen ontsnappen aan is voor iedere muis of rat. De lijm die gebruikt wordt bij deze lijmplank droogt niet op en blijft dus altijd plakken.’

Ik hou niet van dingen die blijven plakken – en nog minder van een akelige dood waaraan niet valt te ontsnappen. Op de radio zeggen ze dat er in de oorlog weer vijftienhonderd slachtoffers zijn gevallen. Zelfs de weerspreuken kloppen niet meer door de klimaatverandering. Ik behoor tot een soort die het heeft over ongedierte, maar zelf het grootste plaagdier blijkt te zijn. In zo’n wereld voel ik de drang om zelfs het kleinste zieltje te beschermen. Aan Gandhi wordt de quote toegeschreven: ‘Be the change that you want to see in the world.’ Helaas heeft hij dat niet echt gezegd, zoals bij gevleugelde woorden wel vaker het geval is.

Toch besluit ik om de aanwezigheid van de muis te gedogen. Het raam blijft dag en nacht open. Ik hoop dat ze haar kans grijpt en door het onkruid naar de oude tuinmuur trippelt, om in het schijnsel van de maan haar muizenvolk terug te vinden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content