Chris Lambrechts, directeur van Sensoa: ‘Verplicht kinderen niet om iemand te kussen als ze dat niet willen’

© Titus Simoens

Chris Lambrechts (60) studeerde voor opvoeder en richtte in 1987 mee Het Aidsteam op, dat inzette op sensibilisering en preventie. Hij is sinds 2003 directeur van Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid, dat op 1 december opnieuw zijn schouders zet onder Wereldaidsdag.

Wie enige macht heeft, moet zelf de tegenspraak organiseren. Ik draag bij Sensoa de eindverantwoordelijkheid, maar betrek mijn collega’s bij de besluitvorming. Een organisatie mag niet op één persoon leunen. Je moet jezelf vervangbaar maken. Commentaar van medewerkers op iets wat ik gedaan of gezegd heb, kan uiteraard onaangenaam zijn, maar toch bedank ik hen daar steevast voor.

Een goede oplossing heeft een goed probleem nodig. Sommige dingen raken niet opgelost omdat je in de foute richting aan het zoeken bent. Vaak is het probleem verkeerd geformuleerd en blijkt er iets anders achter te schuilen. Komt iemand bijvoorbeeld klagen dat een ander te veel aandacht opeist tijdens vergaderingen, dan ligt het probleem misschien eerder bij onze vergadercultuur dan bij die ene persoon.

We mogen volgens mij nog wat vroeger aan relationele en seksuele vorming beginnen. Zelfs voor kleuters kun je een en ander bespreekbaar maken. Je kunt ze leren hun grenzen aan te geven. Ze zijn bijvoorbeeld niet verplicht om mensen te kussen als ze dat niet prettig vinden. Als jonge kinderen vragen stellen over seksualiteit, mogen ze daar een antwoord op krijgen, al hoeft dat niet gedetailleerd te zijn. Het belangrijkste is dat je kinderen het gevoel geeft dat ze vragen mogen stellen.

Vooroordelen zijn halsstarrig, ze overleven generaties lang. Daarom moeten we bepaalde boodschappen voortdurend herhalen. In België worden bijna alle mensen die hiv hebben medisch opgevolgd. Na zes maanden medicatie kunnen ze het virus niet meer overdragen. Toch rust er nog een groot stigma op. Mensen met hiv durven er vaak niet over te spreken omdat ze negatieve reacties verwachten.

Het is fascinerend hoe taal definieert. Neem het woord belastingontduiking. Dat klinkt alsof je belastingen ontwijkt, zoals een bal die op je gezicht afkomt. Maar wat is belasting? Een maatschappelijke bijdrage die je betaalt. Als je spreekt over maatschappelijke bijdrage, krijgt het woord ontduiking toch meteen een andere lading. Emissierechten, nog zoiets. Dat zijn toch geen rechten? Dat is vervuilingstaks! Door over de macht van de taal na te denken, heb ik veel begrip voor mensen die bijvoorbeeld gevoelig zijn voor persoonlijke voornaamwoorden.

Soms krijg ik kaartjes van vrienden: ‘Ik word vijftig. Vier met mij mijn tweede jeugd!’ Dan denk ik: je bent oud, deal with it!

Soep dient heet opgediend te worden, beledigingen koud. Voor je iemand verwijten maakt, denk je daar beter eerst goed over na. Ik ben vijfendertig jaar samen met mijn man en we hebben nog geen dag ruzie gehad. Er waren wel meningsverschillen en wrijvingen, maar we zijn nog nooit gaan slapen met het gevoel dat we boos waren op elkaar. Elkaar respect en ruimte geven, is ons devies.

Waren we maar even specifiek in het uitdrukken van onze waardering als in het formuleren van kritiek. Zeg wat je precies apprecieert in wat anderen doen. Positieve feedback doet mensen openbloeien. Als je enkel kritiek spuit, vergiftig je de relatie en de sfeer.

Op mijn 45ste begon ik mezelf oud te noemen. Ik was immers al over de helft van mijn levensverwachting. Ik had plots een leesbril nodig, kreeg tinnitus en rugproblemen. Als je jezelf als jong beschouwt, ondervind je meer last van die ongemakken, denk ik. Als je er daarentegen van uitgaat dat je oud bent, hoort die slijtage erbij. Door dat te herkaderen, ben ik nu blij met alles wat ik nog kan. Soms krijg ik kaartjes van vrienden: ‘Ik word vijftig. Vier met mij mijn tweede jeugd!’ Dan denk ik: ‘Je bent oud, deal with it!’ Ook van de herfst kun je genieten.

Ik herlees elk jaar mijn testament. Ik heb dat al op jonge leeftijd opgesteld, iets wat ik iedereen kan aanraden. Op moeilijke momenten – ik heb al met ernstige aandoeningen in het ziekenhuis gelegen – brengt dat rust. Het verplicht je om na te denken over wat je wilt nalaten en welke inzichten je nog wilt delen met wie achterblijft. Door dat testament elk jaar opnieuw door te nemen, herinner ik mezelf aan wat écht belangrijk is in mijn leven: mensen graag zien. Het helpt mij om meer te relativeren.

Partner Content