Is de Groene Wandeling in Brussel de moeite? Wij gingen op verkenning in Jette

© Catherin Mollet

Als je tijdens een citytrip in Brussel aan de drukte wil ontsnappen, dan zijn de Groene Wandelingen een aanrader. Deze zeven routes, elk tussen 5 en 12 kilometer, doorkruisen de hoofdstad op een creatieve manier. Knack Weekend trok de wandelschoenen aan voor ontdekkingstocht door het Koning Boudewijnpark in Jette.

Het oorspronkelijke idee voor dit stuk was om de Groene Wandeling in Brussel in z’n geheel te verkennen: een traject van zestig kilometer dat de hoofdstad in al z’n veelzijdigheid toont. Onderweg passeer je de vele prachtige parken die Brussel rijk is, maar ook intrigerende industriezones en opvallende architectuur. Uit tijdsgebrek moeten we ons echter beperken tot een dagtocht. Startpunt is het Koning Bouwdewijnpark in Jette, waar gids Catherine Mollet ons opwacht bij de ingang van het station. De zon schijnt uitbundig, er is geen zuchtje wind en de kinderen in het park zijn zichtbaar opgetogen.

De eerste stop is de abdij van Dieleghem, die doorkruist wordt door een zijrivier van de Zenne en een stroompje met de naam Molenbeek. Dat laatste is niet te verwarren met de gemeente Molenbeek, door president Trump ooit uitgeroepen tot ‘no-go zone’. Tijdens het wandelen maken we een reis door de tijd, waarbij de lange geschiedenis van de abdij uitgebreid aan bod komt. Het enige wat er nu nog overschiet van die lange geschiedenis is de prelaatswoning. Daar worden vandaag de trouwzaal en de erfgoedcollecties van de gemeente Jette zijn ondergebracht.

(c) Catherine Mollet
Vrome tuin

Vlakbij de abdij ligt de Sacré-cœur school, waar de Zusters van het Heilige Hart zich in 1834 vestigden om er een gratis gemengde lagere school te openen voor kinderen uit de meer gegoede gezinnen. Generaties lang sloegen nonnen hier de plak en die periode laat zeker nog z’n sporen na in het landschap. Ten tijde van het klooster kreeg het park, een mengeling van Franse en Engelse tuinen, een vromere look aangemeten. Zo werd tempel van Jupiter omgevormd tot de tempel van Sint-Michiel. De triomfboog werd een calvarieberg. Beetje bij beetje deed de tand des tijds z’n werk. Toen de zusters het park niet langer konden onderhouden werd het in 1978 verkocht aan het Ministerie van Brusselse Zaken.

Het is ook in die periode dat het idee ontstond om van het Koning Bouwdewijnpark en tegenhanger te maken van het Teramerenbos en het Woluwepark. Het moest een uitgestrekt bos worden, met af en toe wat stedelijke elementen, ter ere van de 150ste verjaardag van België. Een eerbetoon aan de dynastie was meer dan gepast, zo vond het Ministerie. Het park werd ingehuldigd in drie fases, tussen 1981 en 1989, en werd een van de laatste enclaves in het Brabantse landschap. Meer dan 36 hectare natuur wordt omgeven door gebouwen, wegen en spoorlijnen die Brussel met Gent verbinden.

(c) Catherine Mollet
Vissen en rotstuinen

Een geplaveid pad slingert door het groen, in de vijver kan je vissen spotten en rotstuintjes herinneren ons eraan dat Rococo ooit een tuintrend was. Het oude beukenbos ritselt in de ochtendwind. In het voorjaar bedekken berenknoflook, bosanemonen en viooltjes het kreupelhout. Een ideaal moment om deze plek nog eens te bezoeken, beloven we onszelf.

We steken de Wemmelweg over. De twee straatartiesten Samuel Idmtal en Orlando Kintero hebben hun creativiteit kunnen botvieren op de blinde muur van een oude smederij. Het resultaat is een fresco dat verwijst naar het wereldmuziekfestival Jam’in Jette. Een mooie illustratie van hoe stad en natuur soms moeiteloos in elkaar overvloeien. Dan is het tijd voor een kopje koffie in de Guingette.

(c) Anne-Françoise Moyson
Geen spoor van het verleden

In de speeltuin aan de Guingette leven heel wat kinderen zich uit. Dit deel is ook duidelijk het meest aangelegde stuk van het park: glijbanen, fietspaden, grasvelden, pontons en een vijver omzoomd met wilgen en zwarte elsen. Vroeger lagen hier prachtige tuintjes van Molenbekenaars, maar die moesten in de jaren 60 maken voor wegen. Er vonden onteigeningen plaats, maar opvallend genoeg zijn de voorziene wegenwerken nooit uitgevoerd. Van de tuintjes zelf is echter geen spoor meer.

We steken de Exositielaan over, die grenst aan het laatste en grootste stuk van het park. Dat bestaat uit een onwaarschijnlijke mengeling van elementen. Zo’n 19 hectare moeras, een natuurreservaat, platteland, weides, een Gallo-Romeinse villa, een kinderboerderij en zelfs een monumentaal beeldhouwwerk. Dit alles vormt een eclectisch geheel, zeker in combinatie met de plaatselijke natuur. Wie goed rondkijkt, ziet onder meer kikkers, salamanders, grasmussen, hazelaar- en meidoornhagen en tal van boomsoorten. Een echte luxe, zeker voor stadsbewoners.

De wandeling loopt stilaan op z’n einde. Dat stel ik vast tot zowel mijn eigen ongenoegen als dat van de gids, die duidelijk verkocht is aan het park. Catherine weet aanstekelijk te vertellen en heeft het talent om kleine en grote verhalen met elkaar te verweven. Ik beloof mezelf om terug te komen en de rest van de Groene Wandeling te vervolledigen.

PRAKTISCH

Arkadia biedt gratis geleide rondleidingen aan in meerdere Brusselse parken waarbij je meer te weten komt over de geschiedenis en omgeving van de plek. Bedoeling is om inwoners en bezoekers te wijzen op het belang van groene ruimtes in de stad.

Het Boudewijnpark is overigens niet de enige groene zone in Brussel. Ook het Jubelpark, de abdij van Ter Kameren, het park van Laken, het Dudenpark en het Rode klooster lonen de moeite.

Ook bij regenweer gaan de rondleidingen gewoon door.

Je reserveert best vooraf je rondleiding, want de plaatsen zijn beperkt

De volgende rondleidingen in het Boudewijnpark vinden plaats op 21 en 28 augustus en 11 september.

Met de steun van Leefmilieu Brussel

Arkadia.be

Partner Content