Waarom kunnen we de slaap niet vatten wanneer we ergens anders overnachten?

23/04/16 om 14:29 - Bijgewerkt om 14:53

Na een lange vliegreis zouden we niets liever willen dan in bed kruipen en in slaap vallen. Maar hoe moe je ook bent, in een hotelkamer kan je de eerste nacht de slaap vaak niet vatten. Onderzoekers van Brown University in Rhode Island hebben ontdekt waardoor dat komt.

Waarom kunnen we de slaap niet vatten wanneer we ergens anders overnachten?

© iStockphoto

Na een lange vliegreis zouden we niets liever willen dan in bed kruipen en in slaap vallen. Maar hoe moe je ook bent, in een hotelkamer kan je de eerste nacht de slaap vaak niet vatten. Onderzoekers van Brown University in Rhode Island hebben ontdekt waardoor dat komt. Dat schrijft Mental Floss. De volledige resultaten werden gepubliceerd in het wetenschappelijke magazine Current Biology.

Slaap is een raadselachtig verschijnsel. We weten dat we overlijden wanneer we niet meer slapen, maar waarom we slaap zo hard nodig hebben, is niet helemaal duidelijk. Voor de overlevingskansen van mensen en dieren is het zelfs een gevaarlijke toestand. Daarom hebben dieren zoals dolfijnen, zeeleeuwen, walvissen, eenden en kippen een manier ontwikkeld om te slapen waarbij ze toch half wakker blijven. Slechts de helft van de hersenen slaapt, de andere helft blijft waakzaam en zorgt ervoor dat ze meteen wakker schieten wanneer een roofdier nadert.

Waarom kunnen we de slaap niet vatten wanneer we ergens anders overnachten?

© iStockphoto

En dat is precies wat er gebeurt met onze hersenen wanneer we in een vreemde omgeving slapen. Onze hersenen ervaren een hotelkamer of ander huis als gevaarlijk en schakelen het zogenaamde Unihemispheric slow-wave sleep (USWS) mechanisme in.

Ontdekking per toeval

Slaaponderzoekers nemen in onderzoeksresulaten nooit de eerst nacht mee die de proefpersonen doorbrengen in een laboratorium omdat ze weten dat de deelnemers dan niet goed slapen. Wetenschappers van Brown University besloten te onderzoeken waarom dat zo is. Ze vroegen 35 vrijwillgers twee nachten met een week ertussen door te brengen in het laboratorium. Hun hartslag, zuurstof in het bloed, ademhaling, beweging van de ogen en benen en de activiteit van de twee hersenhelften werd daarbij voortdurend gemeten.

De wetenschappers concentreerden zich op de zogenaamde slow-wave activity (SWA), het gedrag van de hersenen waaraan je kan zien hoe diep iemand slaapt, en hoe die activiteit wordt beïnvloed door de ruimte waarin de slaper zich bevindt. Ze zochten niet naar verschillen tussen de twee hersenhelften, maar precies dat ontdekten ze wel.

Tijdens de eerste nacht bleek de linkerhersenhelft van de proefpersonen actiever dan de andere helft. Dat deel van de hersenen bleek ook gevoeliger voor geluiden. Tijdens de tweede nacht, een week later, was het verschil in activiteit tussen de twee hersenhelften vrijwel gelijk getrokken. Dat komt waarschijnlijk doordat de deelnemers de ruimte de tweede keer al kenden en deze daardoor als minder bedreigend ervoeren.

Volgens Yuka Sasaki, een van de onderzoekers, hebben onze hersenen een miniversie van het system dat dieren als walvissen en dolfijnen hebben. Mensen die heel veel reizen hebben er minder last van omdat hun hersenen zichzelf waarschijnlijk aangeleerd hebben om dat mechanisme uit te schakelen. "Onze hersenen zijn zeer flexibel. Mensen die vaak in een andere omgeving overnachten, hoeven daarom niet per se minder te slapen."

En daar zal het volgende onderzoek van het team van Brown University over gaan: ontdekken hoe je het Unihemispheric slow-wave sleep-mecanisme kan uitschakelen zodat je ook de eerste nacht in een hotel lekker kan slapen. (MS)

Lees meer over:

Onze partners