‘Koortsachtig probeert ze zonnepanelen en pellets te bemachtigen. Het woord doet mij denken aan haarschilfers’

© National
Jean-Paul Mulders
Jean-Paul Mulders Columnist voor Knack Weekend en schrijver

Jean-Paul Mulders praat graag met mama’s aan de schoolpoort.

Soms breng ik mijn dochter naar school met de tram en wissel aan de schoolpoort van gedachten met een mama. Ik praat graag met mama’s, omdat ze overvloedig voorhanden maar toch moeilijk te vinden zijn. ‘Ik verlangde naar een vader en een moeder en ik vond de nacht en de zee’, zei een schrijver van wie ik verder niets las.

Ik vraag aan de mama of zij het nog ziet zitten, in onze tijden die niet uitblinken door hoop en standvastigheid. Zij lijkt mij het type dat normaal voor de duivel geen stap achteruitzet. Nu echter zegt zij in paniek te zijn, als alleenstaande zelfstandige zonder loonindexering. Haar energiefactuur is van driehonderd-en-oneffen naar een slordige twaalfhonderd per maand opgetrokken. Koortsachtig probeert zij nu zonnepanelen en pellets te bemachtigen. De eerste blijken niet meer leverbaar voor de winter, de prijs van de laatste is tot acht euro per zak opgetrokken. Ik zeg dat ik niet weet wat pellets normaal kosten. Het woord doet mij denken aan haarschilfers.

Het klinkt misschien melig, maar ik mis het soms: het verlangen je werk goed te doen en iets te betekenen voor een ander

We vragen ons af hoe het zover is kunnen komen, met ons Europa dat tot voor kort het land van melk en honing leek. “Ze hebben alleen maar dwaze regeltjes uitgevaardigd”, moppert de mama. “En nu het erop aankomt, staan we met lege handen.” Gelaten toont zij haar handpalmen. Ik denk aan een boek dat bij mij thuis in de kast staat: Handlezen voor beginners, maar hoed mij ervoor om iets op te merken over haar hartlijn of kleine Marsbergen.

“We zijn gedegenereerd”, zeg ik daarentegen. “Of hoe noem je dat anders, als je niemand meer vindt om les te geven aan jongeren of de zieken te verzorgen? Het klinkt misschien melig, maar ik mis het soms: het verlangen je werk goed te doen en iets te betekenen voor een ander.”

De mama denkt dat dat nu snel zal veranderen. Volgens haar zijn we straks blij als we een knelpuntjob kunnen bemachtigen.

Ik opper dat een beetje meer schaarste misschien niet zo’n kwalijke zaak is. Het zou mensen dichter bij elkaar kunnen brengen. Misschien swipen we iemand straks niet meer weg omdat die een foute pullover draagt.

Ze zegt dat de avonden minder koud zijn als je ze niet alleen doorbrengt. Ik krijg een visioen waarin we samen bij haar gloeiende pelletkachel zitten. Ik mompel een woord van afscheid en loop naar tram twee, die net de hoek om komt. Het is druk op de tram. Tegenover mij zit een meisje met schichtige ogen boven een mondmasker. Het raam is dicht, hoewel erop staat te lezen: ‘Dit raam staat open voor uw gezondheid.’ Het is het soort dubbelhartigheid waaraan wij gewoon zijn geraakt.

Terwijl de tram door de straten knarst, lees ik op mijn telefoon een artikel met als titel: Geen leven zonder schimmels. ‘We zijn momenteel zo hard gericht op het bovengrondse,’ zegt een kenner, ‘dat we het halve plaatje missen.’ Ik vind het een prettige gedachte dat er in de diepte dingen aan de mens ontsnappen. Er schuilt troost in het geheime leven van champignons en morieljes.

Thuisgekomen blijkt mijn dochter van tien haar bed voor het eerst zelf te hebben opgemaakt. Dat vervult mij met trots, vooral omdat ik het niet had gevraagd.

Er heeft toch nog iemand zijn best gedaan.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content