De ene helft van het jaar is Jonas Elslander (30) reisleider en begeleidt hij groepsreizen voor de Vlaamse touroperator Anders dan Anders. Hij gidst voornamelijk in Azië en kent Japan als z'n broekzak. Het was daar, in het land van de rijzende zon, dat ik hem vorig jaar leerde kennen, toen hij twintig Vlamingen zestien dagen lang rondleidde en ik voor één dag aansloot bij de groep, voor een reportage. Om acht uur 's morgens wachtte Jonas mij op in het Daiichi Hotel in Tokio, waar hij met de groep verbleef. Vijftien intense uren later leverde Jonas alle deelnemers netjes weer af in hun hotel, na hen een hele dag geïnformeerd en geëntertaind te hebben. Voor de jongeman uit Antwerpen was dit een doorsneewerkdag. Een veertigurige werkweek, gevolgd door twee rustdagen, kent hij niet. Jonas draait werkdagen van vijftien uur, zeven dagen op zeven, vaak weken na elkaar. Deels omdat hij dit werk graag doet. En deels omdat hij na een periode van hard werken even hard vrijaf neemt: geen twee dagen, maar gemakkelijk één of twee maanden.
...

De ene helft van het jaar is Jonas Elslander (30) reisleider en begeleidt hij groepsreizen voor de Vlaamse touroperator Anders dan Anders. Hij gidst voornamelijk in Azië en kent Japan als z'n broekzak. Het was daar, in het land van de rijzende zon, dat ik hem vorig jaar leerde kennen, toen hij twintig Vlamingen zestien dagen lang rondleidde en ik voor één dag aansloot bij de groep, voor een reportage. Om acht uur 's morgens wachtte Jonas mij op in het Daiichi Hotel in Tokio, waar hij met de groep verbleef. Vijftien intense uren later leverde Jonas alle deelnemers netjes weer af in hun hotel, na hen een hele dag geïnformeerd en geëntertaind te hebben. Voor de jongeman uit Antwerpen was dit een doorsneewerkdag. Een veertigurige werkweek, gevolgd door twee rustdagen, kent hij niet. Jonas draait werkdagen van vijftien uur, zeven dagen op zeven, vaak weken na elkaar. Deels omdat hij dit werk graag doet. En deels omdat hij na een periode van hard werken even hard vrijaf neemt: geen twee dagen, maar gemakkelijk één of twee maanden. De andere helft van het jaar kan Jonas dan ook zijn wie hij echt is: een reiziger. Of in zijn woorden: "Ik bots de wereld rond." De voorbije maanden zat hij onder meer vijftig dagen in Indonesië, om te eilandhoppen, vloog hij naar Mexico om historische sites te bezoeken, ging hij duiken in de Malediven, en werkte hij twee maanden fulltime als gids, in Japan en Zuid-Korea. Tussendoor maakte hij stops in Warschau, in Antwerpen, om vrienden en familie te zien, en in Belgrado. Drie jaar geleden al, in de zomer van 2014, besefte de globetrotter dat hij door al dat reizen nog amper in zijn appartement kwam. Hij besliste de huur stop te zetten en ging fulltime op hotel wonen. "Wanneer ik mensen vertel dat ik op hotel woon, denken de meesten meteen dat ik een luilekkerleventje leid", zegt Jonas, wanneer we maanden na onze ontmoeting in Japan weer afspreken in Antwerpen. "Ik begrijp dat wel. De meeste mensen associëren een hotelkamer met nietsdoen en vakantie. Met roomservice en iemand die elke dag je bed opmaakt. Maar voor mij voelt leven in een hotelkamer hetzelfde aan als wonen in een appartement, zeker in de maanden waarin ik gids. Dan dient mijn hotelbed als bureau. In bed bereid ik me voor op de tours die ik begeleid." Als kind al reisde Jonas graag en veel. Tijdens zijn studententijd zat hij minstens één week per maand in het buitenland. "Ik was nieuwsgierig naar wat er buiten België te beleven viel. Na mijn studie productontwikkeling in Antwerpen besloot ik in 2010 om verder te studeren in Kyoto. Ik wou in het buitenland wonen. Japan sprak me wel aan." Op een dag werd hij daar benaderd door Anders dan Anders, met de vraag of hij een van hun reisgidsen wilde worden. "Ik was op dat moment onderzoeksassistent aan de unief van Kyoto, en mijn studiebeurs liep op haar einde. Gidsen leek me een fijne afwisseling. Aanvankelijk gidste ik alleen in het voor- en najaar, maar al snel sliep ik vaker in hotelbedden dan in mijn eigen bed in Kyoto." Drie zomers geleden moest Jonas beslissen of hij de huur van zijn flat wilde verlengen. "Ik huurde voor zeshonderd euro een appartementje van achttien vierkante meter. Dat is klein, maar niet abnormaal in Japan. Ik woonde daar graag, vanuit mijn woonkamer keek ik uit op een boeddhistische tempel. Maar de huur verlengen hield geen steek. De ene maand was ik twee weken thuis, maar de andere amper twee dagen. Mijn onderzoek aan de unief was bijna gedaan. Ik begon na te denken: heb ik wel een huis nodig? Of kun je ook thuiskomen op een plek waar je geen sleutel van hebt en de brievenbus niet moet leegmaken?" Jonas zegde zijn huurappartement op, deels uit praktische overweging, deels omdat het leven on the road hem aantrok. Zijn meubels schonk hij weg aan enkele vrienden en aan een tweedehandswinkel in de buurt. Zijn persoonlijke spullen stuurde hij in dozen naar zijn ouders in België. "Ik ben twee maanden bezig geweest met de opzegging van mijn appartement en de voorbereiding van mijn leven op hotel. Nadat ik de deur van mijn flat achter me dichttrok, heb ik nog twee dagen bij vrienden in Kyoto gelogeerd. Vervolgens zat ik een week bij vrienden en familie in België. Daarna is mijn leven op hotel officieel begonnen. Zowat de helft van het jaar slaap ik in een hotelkamer die mijn werkgever betaalt, omdat ik er als gids verblijf. De andere helft van het jaar betaal ik mijn hotelkamers zelf, of slaap ik bij vrienden of familie." Hij leeft vandaag uit drie koffers, die op drie verschillende plekken in de wereld staan. De ene in België, de andere in Tokio, een derde in Warschau, waar zijn Poolse vriendin vandaan komt. "Zij werkt momenteel voor een start-up, maar reisde tot voor kort ook de wereld rond. We proberen onze bestemmingen zoveel mogelijk op elkaars agenda af te stemmen." De inhoud van zijn drie reiskoffers is grotendeels hetzelfde. In elke valies zitten sokken, ondergoed, wat broeken en T-shirts. In de Poolse koffer zit ook skigerief. De Japanse koffer zit dan weer vol Belgische chocoladerepen, niet om zelf op te eten, wel om weg te schenken als hij onderweg nieuwe vrienden maakt. "Ik reis vaak enkel met handbagage, meer heb ik niet nodig. Mijn nomadenbestaan is een interessante les in antikapitalisme gebleken. Ik geef geen geld meer uit aan spullen, daar heb ik geen plaats voor. Liever betaal ik voor ervaringen: gaan duiken op afgelegen eilanden, een hotelkamer op het strand, met zicht op de zonsondergang. De enige spullen die ik bezit, zijn een hoofdtelefoon, wat adapters, een GoPro-camera, laptop, kleren, heel veel balpennen en post-its, zo'n bakje voor internetbankieren, en een bluetoothluidspreker om mijn Spotify-playlists te kunnen beluisteren. Met muziek voel ik me overal meteen thuis." Jonas heeft dan wel geen huis meer, toch beschouwt hij een aantal hotels en steden als zijn tweede, derde, vierde thuis. "Het Daiichi Hotel in Tokio is zo'n plek waar ik graag en veel kom, telkens als ik voor Anders dan Anders in Tokio ben. Een kwart van het jaar bevind ik mij op Japanse bodem, in dat land alleen al heb ik zo'n tien vaste hotels. Binnenkort verblijf ik als reisleider een aantal dagen op hotel in Osaka, in een kamer op de dertigste verdieping, met zicht op de stad. Daarnaast ben ik ook vaak in Denver, Hongkong en Seoel, waar ik vrienden heb wonen bij wie ik altijd kan logeren. Ook in België slaap ik altijd bij vrienden en familie, nooit op hotel." Zijn definitie van 'thuis' is de voorbije jaren veranderd. Thuis is voor Jonas niet de plek waar zijn kleren in de kast hangen en zijn lievelingswijn klaarstaat. "Ik voel me thuis op hotel als het bed opgemaakt is met kwaliteitsvol bedlinnen, er goede shampoo in de badkamer staat, of wanneer mijn kamer een prachtig uitzicht heeft. Ik heb een zwak voor zonsondergangen en vraag altijd een kamer die naar het westen gericht is. Als ik zelf een hotelkamer boek, en dus niet aan het werk ben, check ik bovendien eerst op Foursquare in welke buurt er leuke bars en restaurants gelegen zijn. Op hotel heb je geen tuin, keuken, living of al die andere kamers die mensen in een huis hebben, alleen een slaapkamer en badkamer. Om me thuis te voelen is het belangrijk dat ik een park, wat leuke cafés en restaurants in de buurt heb, ter compensatie." Of hij zonder internet en technologie ook jarenlang op hotelkamers zou kunnen wonen, kan Jonas moeilijk zeggen. Een internetverbinding is over de jaren heen zijn trouwe compagnon de route geworden. "Ik vind het belangrijk om contact te houden met vrienden en familie, waar ter wereld ze ook wonen. Dat ik berichtjes en foto's kan sturen naar mensen die ik graag heb, geeft me een goed gevoel. Ik denk dat ik zelfs een even intense band heb met mijn ouders als mijn zus, die in België achter de hoek van ons ouderlijk huis woont, omdat ik hen zoveel berichtjes stuur. Dankzij het internet hou ik ook voeling met wat er in de wereld gebeurt, zowel op politiek als cultureel vlak. Zo heb ik altijd iets om met mijn Belgische vrienden over te praten, ook als ik niet meer op de hoogte ben van de laatste ontwikkelingen in hun leven." Terwijl Jonas de wereld rondbotst, ziet hij hoe zijn vrienden zich settelen, huizen kopen, kinderen krijgen. Staat er een houdbaarheidsdatum op het leven dat hij leidt, vraag ik hem. Zou hij ooit weer op één plek kunnen wonen? "Een leven op hotel valt moeilijk te rijmen met een gezin. En aangezien mijn vriendin en ik in de toekomst wel kinderen willen, is de kans reëel dat we ooit weer ergens een appartement huren, of een huis kopen. Dat betekent nog niet dat ik daar elke dag zal zijn. Ik hou van mijn job en van reizen. Maar een plek hebben waar je eigen koffie in de kast staat en je kookboek naast het fornuis ligt, lijkt me ook wel een avontuur."