Hoe mooi hun stekje op de flank van het Muziekbos ook is, eigenlijk is het een wonder dat Geert en Nele in Ronse terechtkwamen. Hun beider roots liggen namelijk op een uur rijden, in de streek van Berlare. 'Daar hadden we pas mijn ouderlijk huis - een halfopen bebouwing - gerenoveerd tot een comfortabele gezinswoning,' zegt Geert, 'maar eigenlijk bleven we dromen van een nieuwbouw. Alleen vonden we de bouwgrond in onze geboortestreek te duur. Hoe meer we richting de taalgrens en de Vlaamse Ardennen begonnen te zoeken, hoe betaalbaarder het werd.'
...

Hoe mooi hun stekje op de flank van het Muziekbos ook is, eigenlijk is het een wonder dat Geert en Nele in Ronse terechtkwamen. Hun beider roots liggen namelijk op een uur rijden, in de streek van Berlare. 'Daar hadden we pas mijn ouderlijk huis - een halfopen bebouwing - gerenoveerd tot een comfortabele gezinswoning,' zegt Geert, 'maar eigenlijk bleven we dromen van een nieuwbouw. Alleen vonden we de bouwgrond in onze geboortestreek te duur. Hoe meer we richting de taalgrens en de Vlaamse Ardennen begonnen te zoeken, hoe betaalbaarder het werd.' Geert en Nele waren wel bereid om te verhuizen naar een streek waar ze niets of niemand kenden, maar dan moest het perceel wel iets extra's hebben. Het panorama bijvoorbeeld. En dat zat snor bij dit perceel in Ronse, dat ze simpelweg op Immoweb vonden. 'Het lapje grond, op de flank van het Muziekbos, was eigenlijk de tuin van de buren', zegt Nele. 'Een evidente bouwgrond was het zeker niet, want er zat drie en een halve meter niveauverschil tussen de straat en de achterkant van het perceel. Voor onze architect, Eugeen Liebaut, was het meteen duidelijk welk soort nieuwbouw hier moest komen. Eugeen ontwerpt heel intuïtief en heeft geen vijf voorontwerpen nodig om tot de juiste oplossing te komen. Voor hem was het eenvoudig: de woning moest zo open mogelijk naar het landschap zijn. We wilden geen spectaculair huis dat schreeuwerig of gigantisch groot was. Vandaar dat de match met Eugeen zo goed was.' 'Als architect probeer ik altijd zo ecologisch en compact mogelijk te bouwen en zeker geen exuberant grote paleizen op te trekken', bevestigt architect Eugeen Liebaut. 'Ik streef altijd naar inwendige ruimtelijkheid. In dit geval bepaalden de bouwlijnen de vierkante vorm. Omdat het terrein zo sterk helde, is de woning deels in de heuvel geschoven. Op de gelijkvloerse verdieping wonen was daarom ook geen optie, daar zijn nu de inkom, de berging en de carport. Het woongedeelte begint op de eerste verdieping, waar je een open platform hebt met een betonnen zwemvijver en een prachtig zicht op de omgeving.' De betonconstructie is zo voorzien dat op die etage de hoeken helemaal in glas uitgewerkt zijn. De verdieping erboven, met de slaapkamers en de badkamer, is dan weer een pak intiemer en geslotener. 'Toch zijn daar ook voldoende perforaties voorzien om het zicht op de Vlaamse Ardennen naar binnen te trekken', zegt Liebaut. 'Aan de slaapkamers en badkamer voorzagen we inpandige terrassen, die aan elkaar gelinkt zijn, zodat je ook van daaruit het landschap discreet kunt beleven. De oriëntatie is optimaal, je waant je er in Toscane.' Hoewel de woning intussen zo'n tien jaar geleden is opgeleverd, heeft het ontwerp nog niks aan kracht ingeboet. Het is eigen aan de archetypische bouwstijl van Liebaut: hij is geen architect die het moet hebben van effectbejag of hippe materialen. 'Ik vertrek inderdaad graag vanuit de archetypes van het wonen. Maar het modernisme heeft ook een archetype opgeleverd: de doos. Daar heb ik me hier mee geamuseerd', aldus Liebaut. Net zoals Eugeen Liebaut de architectuur volledig op het plaatselijke landschap richtte, is het interieur geënt op Belgische topkwaliteit. Toegegeven: de DS-600 bank is van het Zwitserse De Sede, het krukje van Charlotte Perriand en de salontafel van Pierre Chapo. Maar de rest is kunst en design van eigen bodem. 'Eugeen heeft het interieur niet mee ontworpen, behalve dan de keuken en de badkamer. Hij zou het huis ook nooit bemeubelen of decoreren zoals wij dat hebben gedaan, hij houdt meer van een eenvoudige inrichting. Gelukkig laat zijn architectuur toe om zelf je eigen accenten te leggen', aldus Nele, die zelf ingenieur-architect is. De design- en kunstcollectie van Geert en Nele startte pas toen ze al een tijdje in Ronse woonden. 'Erfstukken uit ons vorige huis hadden we nauwelijks. Maar intussen begint het hier wel goed vol te staan. Tot op vandaag hebben we nog altijd niks verkocht. Afscheid nemen is moeilijk als je een verzamelaar bent.' Echte kenners noemen Geert en Nele zichzelf niet. Ze laten zich graag leiden door hun buikgevoel. En door de smaak van enkele doorgewinterde handelaars, zoals Dries Vanlandschoote uit Brugge of Lukasz Majewski, de Antwerpenaar die in september een galerie opende in Knokke. In Ronse spotten we belangrijke stukken van meubelontwerper Maarten Van Severen, abstract kunstenaar Guy Vandenbranden en beeldhouwers Paul Gees en Eugène Dodeigne. Maar de prijs voor de opvallendste gastrol in het interieur gaat toch naar Pierre Caille (1911-1996). De Belgische beeldhouwer, keramist, tekenaar en juweelontwerper is bij Brusselse pendelaars nog het bekendst voor zijn kleurrijke beeldengroep Les Voyageurs (1980) in metrostation Kruidtuin. In Ronse staat zo'n vergelijkbare Jacques Tati-achtige figuur in gelakt hout, L'Oiseau, casual uit het raam te kijken. Links en rechts in de woning duiken nog andere sculpturen van Pierre Caille op, zowel in keramiek, brons als hout. Ze geven het interieur een welkome speelsheid, die compatibel is met de architectuur.