Zoals zovelen de laatste maanden toverde Christoph Hefti zijn woonkamer om tot home office. Voor de textielontwerper uit zich dat in opgerolde tapijten die als antieke zuilen in de hoek staan en dozen verbergen met stofresten van Ratti, jarenlang Versaces trouwe stoffenproducent. Rond de eettafel, die dienstdoet als bureau, ligt een aureool van netjes gesorteerde hoopjes kleurrijke zijde. Het papier dat ze samenhoudt, is vergeeld, het handschrift lijkt antiek. 'Bij mijn laatste bezoek aan Zürich belandde ik in het archief van de Zwitserse zijdeproducent Schwarzenbach. Sommige van deze stofmonsters zijn al meer dan honderd jaar oud', zegt hij uitgelaten. Zonder zijn tussenkomst waren de stalen misschien in de vuilcontainer beland, nu zal hij ze een tweede leven geven als patchwork.
...

Zoals zovelen de laatste maanden toverde Christoph Hefti zijn woonkamer om tot home office. Voor de textielontwerper uit zich dat in opgerolde tapijten die als antieke zuilen in de hoek staan en dozen verbergen met stofresten van Ratti, jarenlang Versaces trouwe stoffenproducent. Rond de eettafel, die dienstdoet als bureau, ligt een aureool van netjes gesorteerde hoopjes kleurrijke zijde. Het papier dat ze samenhoudt, is vergeeld, het handschrift lijkt antiek. 'Bij mijn laatste bezoek aan Zürich belandde ik in het archief van de Zwitserse zijdeproducent Schwarzenbach. Sommige van deze stofmonsters zijn al meer dan honderd jaar oud', zegt hij uitgelaten. Zonder zijn tussenkomst waren de stalen misschien in de vuilcontainer beland, nu zal hij ze een tweede leven geven als patchwork. Het idee ontstond tijdens de tweede lockdown. Op YouTube ontdekte hij het werk van Gee's Bend, een zwarte gemeenschap in Alabama die sinds het begin van de twintigste eeuw quilts maakt. Intussen leert hij zichzelf ijverig naaien op de naaimachine van een vriendin. 'Niet dat ik een nieuwe richting wil inslaan. Ik werk gewoon heel graag met mijn handen, zeker als het me professioneel wat te veel wordt. Normaal gezien reis ik naar ateliers waar ik vakmensen ontmoet. Daar kan ik ter plaatse ontwerpen, op basis van hun technische kennis. Nu verloopt alles via Zoom. Het voelt alsof ik een van mijn handen mis. Of als dansen zonder muziek', zucht hij. 'Toen ik het destijds moeilijk kreeg bij Lanvin stortte ik me op keramiek.' Bij een leek zal de naam Hefti niet meteen een belletje doen rinkelen, nochtans liep hij al een indrukwekkend parcours. De afgelopen drie decennia was hij de man achter de prints bij Gaultier, Dries Van Noten, Lanvin, Balenciaga en Acne Studios. En dat voor een jongeman die eigenlijk bitter weinig interesse had in mode. 'Ik was een new waver en woonde in een kraakpand. Ik wou schilderen en experimenteren met kleur. Mijn beeld van mode was ook anders. Ik vond punk en tweedehands veel interessanter dan wat zich toen in Parijs of Milaan afspeelde. De silhouetten van Sonia Rykiel deden me vooral aan mijn moeder denken', lacht de 54-jarige Zwitser in perfect Nederlands, verrijkt met wat Engelse termen en een heerlijk Alpenaccent. Bij gebrek aan een kunstopleiding, zoals die er vandaag zijn in Zürich, belandde hij met zijn specifieke interesses in de textielafdeling van Bärbel Birkelbach. 'Ze was me opgevallen tijdens de opendeurdag van de academie. Gekleed in Yamamoto, met minimalistische juwelen en een korte coupe. Ze was heel intellectueel, een echte jaren-tachtig-powervrouw. Ze was niet geïnteresseerd in mooie stofjes, wel in het creatieproces.' Hefti wijst intussen naar een foulard met kleurrijke figuren die hij tegen de muur van zijn woonkamerkantoor speldde. Een ontwerp van Sonnhild Kestler, die net afstudeerde toen hij zijn opleiding bij Birkelbach aanvatte. 'Wow, dacht ik toen ik haar werk zag. Als dat ook textielontwerp is, dan kan ik echt doen wat ik wil.' Als kraker bleek Hefti toch niet helemaal ongevoelig voor luxueuze modehuizen. Zijn eerste werkgever - een excentrieke Zwitserse stoffenproducent - nam hem mee naar het Parijs van Dior en Claude Montana. Die ervaringen gaven hem zin om naar Londen te trekken voor een opleiding aan Central Saint Martins. Maar de opkomende Jean Paul Gaultier gaf echt de doorslag, voor hem zal hij uiteindelijk zijn studie zelfs opschorten voor een plaats in zijn team. 'Zijn beeldtaal verraste me', legt Hefti zijn keuze uit, 'alles was fantasierijk en vrolijk. Hij creëerde een wereld waar ik deel van wilde uitmaken. Zonder afstand of arrogantie.' In Parijs leek zijn beeld van het modehuis net iets te naïef. Over de samenwerking met Gaultier zelf valt geen kwaad woord, het is vooral het circus eromheen dat hem terug naar Londen drijft om zijn masterproef te behalen. 'Het blijft me verbazen hoe vaak ouderwetse hiërarchieën blijven heersen in zelfs de meest vooruitstrevende modehuizen', zegt hij. Iets wat hem ook later parten zal spelen bij Lanvin ten tijde van Alber Elbaz en Balenciaga onder Alexander Wang. 'Na dertien jaar bij Dries Van Noten was ik gewend een job te doen waarvoor ze in Parijs vier mensen aannemen. Dat wil zeggen: vier visies, nog meer verschillende meningen en een veelvoud aan e-mails. Waar vroeger een directe lijn was met Dries, die heel gemoedelijk en ongecompliceerd was, ontstonden in Parijs misverstanden, soms zelfs een regelrechte oorlog. Je verspilt zoveel tijd. Ik werd er zo moe van.' Intussen is Hefti verlost van zijn modekater. Voor Mugler ontwerpt hij nog steeds prints die zelfs de kleerkast van Beyoncé sieren. Het team is klein en ongedwongen, de rollen duidelijk afgelijnd. En, hij heeft ook de mogelijkheid om zich voluit op zijn tapijten te concentreren. My money, my way, zo vat hij het samen. Een auto heeft hij niet, zijn bescheiden appartement in Brussel richtte hij in met vondsten die hij op reis en in de Marollen bijeensprokkelde. De witte handstoel is er een van, gekocht omdat hij een tapijt had gemaakt waarop handen en citroenen prijken. 'Toen ik uit de mode wou stappen, veronderstelde ik dat ik ook met textiel moest stoppen. Het was enorm bevrijdend om te ontdekken dat ik met tapijten toch een volledig nieuwe richting kon inslaan zonder al mijn passie voor textiel overboord te moeten gooien. Pas dan kon ik me gaan interesseren voor objecten zoals maskers, vazen of stoelen. Maar verzamelen doe ik niet. Ik koop op impuls, omdat iets fantasievol is of gewoon een beetje raar', lacht hij, want ook zijn creaties zijn allesbehalve doorsnee: gordijnen met een natuurlandschap van ogen en oren, wandtapijten met mystieke maskers en magische vossen of psychedelische insectenpoefs. Zijn woon- en werkkamer, die in elkaar overlopen via twee hoge binnendeuren, vormen zijn buitenissige speeltuin. Op de grond duiden plakbandresten de verschillende formaten waarmee hij speelt, want zijn interieur verandert geregeld. Zijn werken verhuizen constant van zijn woning naar Maniera, de designgalerie van Amaryllis Jacobs en Kwinten Lavigne, en terug. 'Ze vertegenwoordigen me niet alleen, samen hebben we een enorme creatieve uitwisseling. Tapijten zijn zo complex. Niet alleen om te ontwerpen en te produceren, maar ook om ze in de juiste context te plaatsen. Het is bovendien een echte cowboy style trade, je leert het alleen door het zelf te doen. Ik ben heel dankbaar voor het parcours dat we samen afleggen.' Zoals laatst in 'The Little House', de tentoonstellingsruimte van Dries Van Notens eerste Amerikaanse winkel in Los Angeles. De pandemie mocht dan roet in het eten gooien, toch vormde de expo een bijzonder moment voor Hefti. 'Tien jaar later gevraagd worden om daar te exposeren met werk dat ik pas kon maken nadat ik Dries als werkgever had verlaten, betekent veel voor me. Ontslag nemen was een van de moeilijkste episodes uit mijn loopbaan. Ik zat met zoveel existentiële vragen en kreeg de onrust niet meer uit mijn hoofd, ook al had ik met hem het ene topseizoen na het andere. Soms moet je echt een deur sluiten om een andere te kunnen openen.'