Deze Antwerpse woning is jarig, want ze dateert uit 1619. In de stenen zit met andere woorden geschiedenis.
...

In de vorige eeuw huisden hier onder meer een klooster, hotel en antiekzaak, maar sinds 2006 is de patriciërswoning in handen van een bekende ondernemer, die voor de restauratie ging aankloppen bij Axel Vervoordt en de jonge, minimalistische Kristof Goossens van architectenbureau Anversa. 'De restauratie was een lange zoektocht naar de authentieke elementen, die door de jaren heen verborgen raakten onder de vele toevoegingen en aanpassingen', zeggen zowel Axel als Kristof. Tien jaar duurde de restauratie om precies te zijn. 'Het gebouw was in erbarmelijke staat', zegt Axel. 'Ik bewonder de eigenaar dat hij de moed had om dit pand aan te kopen als gezinswoning. Veel mensen gaan tegenwoordig buiten de stad wonen en dat is jammer.' Axel en zijn team gingen op zoek naar een evenwicht tussen grandeur enerzijds en intimiteit anderzijds. Hoewel sommige ruimtes misschien leeg lijken, zijn ze dat nooit. Het is een van Vervoordts dada's: het paradoxale begrip 'vol-ledig', of de volle leegte. Het is zijn manier om uit te drukken dat alleen het beste mag overblijven, alle ballast moet verdwijnen, zodat de essentie tot uitdrukking komt. 'De leegte heeft présence en aanwezigheid.' Vergelijk het met het gevoel dat je krijgt als je naar de zee of een weids landschap kijkt. Dat klinkt wollig, maar Vervoordt is een meester in het creëren van soberheid én sfeer. 'Ik bewonder hoe hij de dimensies van een ruimte probeert te vatten vanuit een eigen art de vivre', aldus Kristof. 'Door perfect uitgekozen meubelen, objecten, materialen en textielsoorten omarmen de ruimtes je nog meer. Het lijkt wel magie.' 'Wat me vooral bijblijft is hoe Axel oude schilderijen als referentie neemt', zegt Kristof. 'Door die te bestuderen, kregen we een beter begrip van hoe we bepaalde ruimtes moesten indelen. De schilderijen toonden ons hoe een huis vroeger 'beleefd' werd.' De eigenaar heeft zelf een prachtige collectie oude meesters, die allemaal hun plaats vonden in het huis. Axel ontwierp lage houten boekenkasten om de muren vrij te houden voor de kunstcollectie. 'Als je door de woning loopt, waan je je in een andere tijd', zegt Axel. 'De lichtinval doet denken aan die op schilderijen van Pieter de Hooch of Johannes Vermeer. Het is alsof je bent teruggereisd naar het Antwerpen van de Gouden Eeuw.' De eigenaars zijn niet de minsten: hier wonen bankier Topsy Mathew en journaliste Manju Sara, voormalige hoofdredactrice van Architectural Digest India. Het koppel bracht hun favoriete ontwerpers samen om hun woondroom te verwezenlijken: het Indische Studio Mumbai, de Engelse landschapsarchitect Tom Stuart-Smith en Axel en Boris Vervoordt. Het licht, de oriëntatie en het kleurgebruik in elke ruimte volgen Vedische principes, zegt Axel. Een filosofie die voortvloeit uit de ayurveda en verwijst naar de kracht van de natuur. Het houten huis met koperachtige tonen past naadloos tussen de rivieren, kanalen en lagunes van de Backwaters in India. Schermen in kopergaas, bevestigd in houten kaders, houden de insecten buiten. 'Verschillende kamers in de woning hebben bewust geen glazen ramen', legt Axel uit. 'Glas is een materiaal dat hier niet thuishoort.' Net als het gebouw, zijn ook verschillende meubelen binnen gemaakt van recuperatiehout, afkomstig van oude boten of afgebroken huizen. Toen het huis klaar was, waren de eigenaars nog maar dertigers. Het bouwproces en de samenwerking met de ontwerpers hebben hen op een fundamentele manier geraakt, vertellen ze in het boek Interieurportretten. 'In sommige levensfases willen mensen graag van alles verwerven. Het is een impuls. Dit huis heeft ons verlangen om steeds meer objecten te willen getemperd. We brengen niks binnen wat overbodig is. We vragen ons steeds af of iets bijdraagt tot een harmonie of rust en kalmte toevoegt.' In dat citaat schuilt de ontwerpfilosofie van Vervoordt, die nooit gaat voor een woweffect, maar liever zoekt naar harmonie. De woning was vroeger in handen van een familie die het van generatie op generatie bijna onaangeroerd doorgaf. De bomen en planten die het gebouw vandaag omringen, zijn hun eigen leven gaan leiden. Voor het tuinontwerp bestudeerde Tom Stuart-Smith de waterelementen van lokale tempels. 'De kennis die de locals hebben van planten en bomen is buitengewoon', zegt de landschapsarchitect. 'Ze maakt deel uit van de opvoeding. Iedereen die je hier ontmoet is een soort tuinman.' In 2007 was Axel Vervoordt organisator en curator van de tentoonstelling Artempo: Where Time Becomes Art, in het historische Palazzo Fortuny. Omdat ze tijdens de voorbereidingen veel in Venetië verbleven, gingen ze op zoek naar een eigendom in de stad. Het echtpaar speurde naar industriële lofts, palazzo's en appartementen in verschillende wijken, tot ze plots aan het einde van een doodlopend straatje op de achterzijde van het Palazzo Alverà botsten, een veertiende-eeuws stadspaleis dat aan de voorkant uitgeeft op Canal Grande. Alverà heeft een binnentuin met hoge bomen en een lange trap, die naar een appartement op de piano nobile (bel-etage) leidt. 'Een van de uitdagingen bij de inrichting was het behoud van het renaissancekarakter van de architectuur en tegelijk plaatsmaken voor hedendaagse kunst en huiselijke meubels', vertelt Axel. Italiaanse sofa's en stoelen kregen witte katoenen hoezen en Axel combineerde ze met antieke meubels. De zitkamer heeft brede populieren vloerplanken, die contrasteren met de fantasierijke plafonds erboven. 'De dialoog tussen eenvoud en luxe boeit me. Het geschilderde plafond werd niet gerestaureerd en de vloer is natuurlijk. Die combinatie is écht. Het gaat erom dingen bij elkaar te brengen zoals ze zijn.' De inrichting dateert van 2007, maar voelt niet gedateerd. Zijn stijl is een rustgevend eclecticisme waar hij modern en klassiek vermengt. 'Het geheim van tijdloosheid is dat je niet in het verleden blijft hangen. Je moet vandaag en morgen ook integreren in het ontwerp.' Axel staat bekend als stiltezoeker, maar bestaat stilte nog in Venetië? 'We wonen aan de achterkant van het water en hier passeren geen toeristen of boten', zegt de interieurvormgever. 'We horen de vogels en zien de lucht en het groen van de binnentuin.' Hij noemt Venetië een openluchtmuseum, een drijvende wereld, die diep wortelt in een romantische geschiedenis. 'Er zijn maar weinig plekken in de wereld die al na één bezoek zo'n sterke indruk nalaten. Geen gevoel gaat boven het moment waarop je per boot aankomt, op een zonnige dag, tussen witschuimende golven en met een zoute wind die je tegemoet blaast. De rest van de wereld verdwijnt dan in het niets.'