De populariteit van rotan mag de afgelopen decennia ups en downs hebben gekend, toch blijft het materiaal een connotatie van warmte, vrije tijd en relaxte elegantie behouden. Het doet denken aan exotische strandhuizen en een glamoureuze levensstijl à la Diana Vreeland, hoofdredacteur van Vogue tussen 1963 en 1971. Sterren poseerden gretig in een Peacock-stoel, terwijl er ontelbare foto's bestaan van Europese royals, neergevlijd op rotan loungezetels op het dek van hun jacht of in hun tuin.
...

De populariteit van rotan mag de afgelopen decennia ups en downs hebben gekend, toch blijft het materiaal een connotatie van warmte, vrije tijd en relaxte elegantie behouden. Het doet denken aan exotische strandhuizen en een glamoureuze levensstijl à la Diana Vreeland, hoofdredacteur van Vogue tussen 1963 en 1971. Sterren poseerden gretig in een Peacock-stoel, terwijl er ontelbare foto's bestaan van Europese royals, neergevlijd op rotan loungezetels op het dek van hun jacht of in hun tuin. En dan te denken dat rotan oorspronkelijk als wegwerpmateriaal werd gebruikt. 'De Nederlandse en Britse rederijen waren vroege rotaninvoerders. Ze gebruikten het als verpakking voor het porselein, de zijde of de specerijen die ze uit de toenmalige kolonies Maleisië en Indonesië importeerden. Maar de palmstengels belandden telkens overboord wanneer de schepen de havensteden in het Westen bereikten', vertelt Lulu Lytle. De decorateur raakte zelf in de ban van rotan nadat ze een kinderwagen kocht gemaakt door Dryad, een van Engelands belangrijkste rotanweverijen. 'Het was pas ver in de 17de eeuw dat men hier de voordelen van rotan inzag. Het bleek sterker dan meubelen van Europees riet, maar ook lichter en goedkoper. Bovendien konden insecten zich niet nestelen in de rotanstoelen die uit Azië werden ingevoerd, om de eenvoudige reden dat een klassieke voering ontbrak. Daarom werd het ook als hygiënischer gezien.' Tegen 1660 werd Londen het epicentrum van ingevoerde zetels. In die mate zelfs dat ze in Frankrijk chaises anglaises werden genoemd. Toch zal het nog goed tweehonderd jaar duren voor er sprake is van een echte rotanhype in het Westen. Met dank aan een kruidenier in Boston. Cyrus Wakefield, zoals de man heette, kreeg na een wandeling in de haven zin om te experimenteren met een bundel gedumpte rotanstengels. 'Hij was in 1851 de eerste die rotan op grotere schaal commercialiseerde met zijn Wakefield Rattan Company. Zijn betaalbare meubelen, manden en kinderwagens vlogen de deur uit', licht Lytle toe. Tegen de tijd dat hij tafels, sofa's en schommels aan zijn collectie toevoegde, schoten gelijkaardige ateliers als paddenstoelen uit de Europese grond. In Parijs was het de elite, waaronder componist Claude Debussy, keizerin Eugénie (mevrouw Napoleon) en Cornelius Vanderbilt (de stamvader van de miljardairsfamilie), die als een blok voor 'de landelijke zetels voor villa's en kastelen' viel van La Maison du Bambou. Intussen werden de cafés in de lichtstad volgestouwd met de bistrostoel van Maison Drucker. Midden jaren 1910, onder invloed van de arts-and-craftsbeweging, zorgde het Engelse Dryad voor een nieuwe wind binnen de westerse rotanweverijen. In plaats van rechtlijnige, geometrische modellen besloot het bedrijf in te zetten op de wendbaarheid van rotan. Het produceerde stoelen met rondingen en details die aanleunden bij de opkomende art nouveau. Dankzij hun frisse kijk op esthetiek haalden ze hun grootste opdracht ooit binnen: de aankleding van het Café Parisien op de Titanic. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan was het designer Paul Frankl die een art-decotwist aan rotan gaf. Vanuit zijn showroom in Los Angeles bediende hij een roemrijk cliënteel gaande van Fred Astaire tot Katharine Hepburn, terwijl in New York Elsie de Wolfe - een van de eerste vrouwelijke interieurontwerpers van de Verenigde Staten - de lokale culturele elite bekoorde met haar frisse, tuinkamerachtige interieurs waarin rotan de hoofdrol kreeg. Met het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin rotan werd gebruikt om vliegtuigstoelen, manden voor spionageballonnen, brancards en munitiehulzen te produceren, verloor het materiaal plots aan publiek belang. Alle ogen waren gericht op nieuw baanbrekend spul: plastic. 'Toch zorgde net die publieke desinteresse ervoor dat rotan zijn populaire elan terugvond in de jaren zestig', gaat Lytle verder. 'Een resem avant-gardedesigners - Hans Wegner, Poul Kjaerholm, Giovanni Travasa en Janine Abraham op kop - ontdekte het potentieel van rotan om sculpturale vormen te creëren. Tegelijkertijd had je de opkomst van invloedrijke stijliconen en decorateurs als Marella Agnelli, Billy Baldwin, Madeleine Castaing en Bunny Mellon, een vertrouwelinge van de Kennedy's. Het is mede dankzij hun persoonlijke voorliefde voor rotanmeubelen dat ze opnieuw zo goed ingeburgerd raakten bij de beau monde.' In de golden sixties was rotan niet langer een teken van een ontspannen, informele sfeer zoals aan het begin van de eeuw, maar een chic element dat simpelweg niet mocht ontbreken in moderne, elegante interieurs. Tegen de jaren zeventig wist rotan een nieuwe doelgroep te charmeren: de hippies. Gedreven door oosters mysticisme grepen ze terug naar de rotan uit de victoriaanse tijd. Maar die bleek niet opgewassen tegen de fascinatie voor high- tech en de minimalistische loftruimtes die in de jaren 90 en 2000 opdoken. Decennialang bleef het stil rond rotan, tot het werd herontdekt door een nieuwe generatie (milieubewuste) interieurliefhebbers en -ontwerpers. Ze beschouwen de jaren vijftig als het nieuwe antiek en omarmen patronen, kleur en sfeer. Van de strakke, moderne interieurs tot wabi-sabi of japandi, combineren ze rotan net zo goed met zachte natuurlijke elementen als met metaal of glas. 'Natuurlijk, witgeverfd of felgekleurd, traditioneel of asymmetrisch, de veelzijdigheid van rotan maakt het een geliefd element om mooie interieurs te creëren', weet Lytle. 'Een nieuwe lichting ontwerpers en architecten, waaronder Marc Newson, Jaime Hayon, Piero Lissoni en India Mahdavi, is net zo betoverd door dit materiaal als hun voorgangers.' Net als onze Designer van het Jaar Sep Verboom. Voor Vincent Sheppard werkte hij nauw samen met de lokale ambachtslui van Cirebon in Indonesië om zijn AYA-collectie te creëren.