Het huidige stadhuis werd in 1565 ingehuldigd om amper elf jaar later bijna volledig uit te branden tijdens de Spaanse Furie, waarop in 1579 met de heropbouw werd gestart. In de loop van de negentiende eeuw kwam er een eerste echte verbouwing, onder leiding van onder meer de neoclassicistische architect Pierre Bruno Bourla. De binnenplaats werd een trapzaal en de zalen werden aangepast aan de moderne instellingen. Eind 1999 werd het stadhuis erkend als Unesco-werelderfgoed. Het is een van de oudste stadhuizen ter wereld dat nog steeds als dusdanig fungeert.
...

Het huidige stadhuis werd in 1565 ingehuldigd om amper elf jaar later bijna volledig uit te branden tijdens de Spaanse Furie, waarop in 1579 met de heropbouw werd gestart. In de loop van de negentiende eeuw kwam er een eerste echte verbouwing, onder leiding van onder meer de neoclassicistische architect Pierre Bruno Bourla. De binnenplaats werd een trapzaal en de zalen werden aangepast aan de moderne instellingen. Eind 1999 werd het stadhuis erkend als Unesco-werelderfgoed. Het is een van de oudste stadhuizen ter wereld dat nog steeds als dusdanig fungeert. Was het geen optie om er gewoon een monument van te maken en de kabinetten elders onder te brengen, vragen we aan architect Bart Biermans. 'Voor Unesco is het belangrijk dat het stadhuis al meer dan 450 jaar écht als stadhuis gebruikt wordt. Er zijn maar weinig monumenten, ook bij het werelderfgoed, die gedurende hun hele geschiedenis blijven dienen voor hun oorspronkelijke bestemming. Het stadhuis is evenwel nooit ontworpen voor het huidig aantal kabinetten. Vanuit historisch en bestuurlijk oogpunt was het interessant om te bekijken hoe we ze hier opnieuw kunnen onderbrengen. De werken aan het Schoon Verdiep en de eerste verdieping zijn puur restauratief, op de tweede verdieping worden de originele elementen behouden, maar gebeuren er ook een aantal wijzigingen om plaats te maken voor de kabinetten. Unesco gaat hierin mee omdat de functie haast even belangrijk is als de historische waarde binnen het beschermingsbeleid. Het is net omdat we de functie herstellen dat we op deze manier naar het gebouw konden gaan kijken. We voelen natuurlijk flink wat druk: na de eerste verbouwing in de negentiende eeuw is dit de tweede grote verandering. De wijzigingen uit de jaren 50 van de vorige eeuw waren niet zo geslaagd, die nemen we allemaal weg. We beseffen dat we het tweede grote team zijn dat het gebouw klaarmaakt voor een volgende periode.' Hoe staat het intussen met de timing? Biermans: 'We zijn de werken gestart met het najaar van 2020 in het vizier, en dat is nog steeds de deadline voor de opleveringswerken. Maar dan volgt nog de bemeubeling, de technische inrichting en fine tuning. We moeten de gerestaureerde schilderijen en meubels ook terughalen. Het was al een hele puzzel om uit te zoeken welk meubilair oorspronkelijk waar stond.' 'Aan het 'Schoon Verdiep' en de eerste verdieping zal niet zo veel veranderen. Het gaat vooral om restauratie, zoals 40 vierkante meter goudleerbehang in het kabinet van de burgemeester. De trouw- en raadzaal worden in hun oorspronkelijke staat hersteld. Ook de gemeenteraadsleden krijgen hun gerestaureerde banken terug, al veranderen we ze wel van plaats. De oppositie en de meerderheid zullen niet langer tegenover elkaar maar naast elkaar zitten', legt Ann Volders uit. 'Dat is van symbolisch belang maar ook een praktische puzzel voor de zichtlijnen en dergelijke', voegt Biermans toe. 'Tenzij er onverwachte dingen gebeuren, volgt de opening voor het grote publiek in de loop van 2021', bevestigt Volders. Vielen er, zoals bij bijna elke verbouwing, lijken uit de kast? Biermans: 'Aan het project ging een lange ontwerp- en onderzoeksperiode vooraf. Tussen 2015 en de start van de werken konden we nog niet beginnen strippen omdat er nog mensen in het gebouw zaten. Je leert het gebouw dus gaandeweg kennen. Het gebouw vertelt je de volgende stap. We vonden sporen uit de zestiende eeuw, zoals constructiebogen, een raam, een vloer, kasseien van de oude binnenkoer, maar ook sporen van de Spaanse Furie. We wisten uit geschriften en schilderijen dat het zeer heftig moet zijn geweest, maar nu hebben we ook een tastbaar bewijs: de natuursteen op het gelijkvloers was gewoon gesmolten. Het vuur moet dus echt duizenden graden warm geweest zijn. We gaan die sporen ook laten zien aan het publiek, met een korte toelichting.' Oorspronkelijk had het stadhuis ook winkeltjes. Is dat meegenomen in het ontwerp? 'Dat doen we, door het gelijkvloers open te stellen. Niet volledig natuurlijk, er zijn ook lokalen nodig voor het beleid, maar de ruimtes aan de voorzijde van het gebouw en naast de oorspronkelijke hoofdtoegang - die we terug in gebruik nemen - krijgen een publieke functie. Het stadsbestuur werkt nu aan de scenario's', weet Biermans. Om het stadhuis klaar te maken voor de toekomst, werd gekozen voor Breeam (Building Research Establishment Environmental Assessment Method), een methode om de duurzaamheid van het gebouw te meten en te verbeteren. Biermans: 'Na afloop zullen we de Breeam Excellent-accreditatie krijgen, wat uitzonderlijk is voor een zestiende-eeuws gebouw. We moesten oplossingen vinden voor het integreren van technische installaties zonder aan de historische omkadering te raken. We gingen dus op zoek naar extra ruimte in oude schoorsteenmantels en radiatorkasten. Een enorme uitdaging maar een geweldig gevoel als alles op zijn plaats valt. Maar ook het aankoopbeleid voor de computers moest bijvoorbeeld aangepast worden. Gebrek aan duurzaamheid is een veelgehoorde kritiek op het gebruik van historische gebouwen. We worden straks een voorbeeld, vermoed ik.' Op de tweede verdieping komt een kunstwerk van een Nederlandse artieste, een verwijzing naar de ambivalente relatie tussen Antwerpen en Nederland? Biermans (lacht): 'Helemaal niet. Het Schoon Verdiep en het gelijkvloers ontlenen hun identiteit aan het interieur, dat geldt niet voor de tweede verdieping. Deze is veel lager en heeft weinig ornamentiek, want ze was nooit bedoeld als ontvangst- of werkruimte. Dat vroeg om twee grote ingrepen. De oude koer was ingebouwd in een soort veranda die heel veel daglicht wegnam. Er worden daarom twee dakdelen weggenomen waardoor er twee verhoogde ruimtes ontstaan met heel veel daglicht. Ook de zestiende-eeuwse gevels komen zo opnieuw vrij. Daarnaast zal een kunstwerk de lucht, maar ook het risaliet (de gevelvoorsprong, red.) en de daken, naar binnen reflecteren. Boven het atrium zit een koepel van Bourla, daarover wordt een beschermende, isolerende koepel gebouwd en daarboven komt het kunstwerk. Als je door de ruimte loopt, zal je daarin de lucht kunnen zien, de reflectie wordt dus deel van het interieur. Bij kunstintegratie denken we vanuit de kunstenaar, het werk moet ons iets tonen wat wij nog niet hebben gezien, wat uiteindelijk gaat 'samenwerken' met het gebouw. Germaine Kruip wou het onmiddellijk heel graag doen en we konden haar kunstwerk al meenemen bij het wedstrijdvoorstel.' Wat vonden Biermans en Volders nu zelf het leukst aan dit project? Volders: 'De vondst van een uniek zestiende-eeuws raam achter een kast op het Schoon Verdiep, waarvan we niet wisten dat het er zat. Ook aan de voorkant zat het verdoken achter panelen. Via historisch onderzoek weten we ook dat er een historische deur in een Engels museum is beland.' Biermans herinnert zich een stap uit het voorbereidende proces: 'Je zag werkmannen en erfgoeddeskundigen verdwijnen in kleine openingen in de vloeren, op zoek naar een holte waarin we techniek zouden kwijtkunnen of om te onderzoeken hoe iets in de zestiende of negentiende eeuw in mekaar zat. In die periode leer je het gebouw echt kennen. Het is ook goed dat we zo bepaalde erfgoedkundige zaken die een veronderstelling waren, hebben kunnen bevestigen.'