Wat? Deze geüpdatete druivenkas is nu het verlengde van de leefruimte in een vrijstaand huis in Stekene.
...

Tegen dit vrijstaande huis niet ver van de Verbeke Foundation stond een oude druivenkas uit de jaren 80. De bewoners wilden hem vervangen, maar de architecten zagen het potentieel en maakten er een nieuwe leefruimte van. 'We geven onze klanten graag meer dan ze vragen,' lacht architect Sander Rutgers, 'maar altijd vanuit empathie en om het leven in en rond het huis aangenamer te maken.' Op de bestaande ruwe betonstructuur ontwierpen ze een nieuwe kap in glas en staal. Daarnaast kwam er een trap naar boven die de huidige leefruimte verbindt met de wintertuin boven. Daar, op de eerste verdieping, maakten de architecten ook een deuropening naar het huis. Al bij al relatief kleine ingrepen, maar wel met een zeer groot resultaat, omdat de leefruimte van dit huis gevoelig groter werd. Rutgers: 'De kas scheidt het huis van de schuur, die in de jaren 80 werd verbouwd tot slaapkwartier. Wij wilden al die verschillende ruimtes meer met elkaar verbinden. En met de tuin, die is prachtig en zeer groot. Met het grootste gemak binnen en buiten lopen: dat was het doel.' Lauren Dierickx en Sander Rutgers raakten bevriend toen ze allebei voor architecten de vylder vinck taillieu werkten. In 2017 startten ze samen hun bureau. Voor verschillende projecten, zoals ook voor dit, werken ze samen met Olivier Goethals, een kunstenaar en architect die ze leerden kennen bij De Vylder. Architecte Lauren Dierickx: 'Ons eerste project was de verbouwing van een rijhuis waarin binnen en buiten echt in elkaar overlopen. Die connectie met de natuur is essentieel voor ons, ook in stedelijke context. Woonkwaliteit bestaat voor ons uit leefruimtes die een duidelijke relatie hebben met buiten. Dit gaat ook hand in hand met duurzaamheid, want je kunt compact wonen en bij betere temperaturen je huis vergroten door de buitenruimtes erbij te betrekken.' De eigenaar kocht deze seventieswoning in de eerste plaats voor de tuin. Die was ooit deel van een kasteeldomein, getuige de honderd jaar oude eiken en een beschermde duiventil. De aanbouw werd ontworpen volledig in functie van de hof: vanuit het huis moest je de duiventil met erfgoedwaarde en de historische bomen zo goed mogelijk kunnen zien. 'Daarom trokken we de achtergevel breed open met zwarte stalen atelierdeuren. Een betonnen luifel filtert 's zomers het te felle zonlicht, want de gevel is zuidgericht', aldus Tom Gantois van Architectuuratelier Dertien12. 'Het originele huis, een bungalow, namen we ook volledig onder handen. We tekenden de circulatie zo uit dat je vanuit zoveel mogelijk ruimtes de tuin kunt zien. In die achterbouw zijn de leefruimtes ondergebracht.' De architecten tekenden samen met de bewoner de tuin. 'Rond de oude eiken maakten we een slingerend pad. Tussen het tuinpaviljoen en de achtergevel maakten we een open graszone, zodat je vanuit het huis de duiventil mooi ziet liggen en vice versa. Want we hebben dat paviljoen volledig gerestaureerd en ingericht als antichambre, een ideaal plekje om tussen de kunstwerken te aperitieven met vrienden. En van daaruit heb je een mooi zicht op de glazen achtergevel.' 'Noem dit geen veranda. Dat is voor mij een aanhangsel van een huis waar je slechts zelden kunt zitten: als het niet te warm of te koud is. Een serre daarentegen is een volwaardig deel van de woning. In dit project werd daarin de leefkeuken ondergebracht en gasten komen langs hier binnen in plaats van via de voordeur. De serre is echt het centrale punt in dit huis', aldus Olivier Daelman van het bureau MAN architecten, dat al verschillende schuren ombouwde tot woonhuis. 'De kopgevel openen en vullen met glas is een klassieke truc. Hier is het extra bijzonder, omdat er een volwaardige serre tegenaan werd gezet. Dat was echt het idee van de bewoner.' Dat is Yusuf Yaman, oprichter van PAKT in Antwerpen en dus iemand met een hart voor urban farming. 'Aanvankelijk wilde ik de stal volledig overkappen met een serre, zoals de kaswoningen uit Scandinavische landen. Maar daar kreeg ik geen vergunning voor. Ik wilde wel absoluut een serre aan mijn huis: voor extra lichtinval én voor meer groen. De eerste twee jaar teelde ik er ook tomaten, maar helaas is de lucht er te droog, onder meer door het ventilatiesysteem. Nu staat het vol kamerplanten die daar beter tegen kunnen.' De serre werd gebouwd door een klassieke serrebouwer, die ook de kas op PAKT bouwde. Het vele glas laat binnen en buiten in elkaar overlopen. En omdat het huis zo open is - er zijn amper deuren - kijk je vanuit bijna elke kamer in de serre, de tuin en de velden. Het glazen volume geeft een enorm gevoel van vrijheid. Klimatologisch deed Yaman wel enkele toegevingen. 'Omdat ik een echte serre en geen veranda wilde, is het hier 's avonds in de winter fris. Overdag valt het mee, zeker als de zon schijnt. In de zomer kan ik de schuiframen en dakramen openzetten en de zuidzijde heeft een zonwerende folie. Het wordt hier warm, maar nooit warmer dan buiten.' Dit klassieke herenhuis in Etterbeek kampte met de uitdagingen van elk rijhuis in de stad. Dankzij de hoogte is er veel plaats, maar het is smal, vaak donker en meestal moeilijk werkbaar voor stielmannen door de beperkte plaats. Het Brusselse architectenbureau AUXAU bedacht voor deze problemen een paar slimme oplossingen. Ten eerste geeft hun aanbouw in staal en glas massa's licht in zowel de leefkeuken als de eetplaats op de gelijkvloerse verdieping. En ook in de living, die zich op een vide bevindt op de eerste verdieping. Dankzij de vele planten oogt die als een wintertuin. Architect Cédric Callewaert: 'Het asymmetrische volume ontstond omdat we de vorm afstemden op de naburige panden. De aanbouw is zó gevormd dat hij mooi aansluit en de buren niet stoort.' Een ander heikel punt is dat een werf in een rijwoning vaak moeilijk bereikbaar is: alle materiaal moet door de voordeur. 'De site was zeer krap om er een werf in te richten: de gevel is nog geen vijf meter breed. Dus besloten we de aanbouw volledig te laten prefabriceren in een atelier', vertelt Callewaert. De stalen constructie van het dak met de twee zijwanden werd in zijn geheel over het huis getild met een grote kraan. Zelfs de stalen trap die vanuit de keuken naar de vide leidt, was er al aan bevestigd. Zo werden de plaatsingskosten uitgespaard. Om het gewicht te beperken, kozen de architecten voor plaatstaal van 5 mm dat met vijf ribben werd versterkt. 'Dankzij deze eenvoudige structuur kan de beschikbare ruimte optimaal worden benut.' De keuze voor prefab leverde ook veel tijdwinst op. Een voordeel, want de verbouwing moest snel gaan. De constructie van de aanbouw in de werkplaats nam drie weken in beslag, het schilderen één week. Met een mobiele kraan werd de uitbouw op drie uur geïnstalleerd. In drie weken stond hier dus een aanbouw. 'Een ander groot voordeel van staal is dat het volledig herbruikbaar is. Als het huis over enkele decennia opnieuw verbouwd zou worden, kan het staal gerecycleerd worden, wat deze ingreep meteen een stuk duurzamer maakt.'