Zonder de experimentele kunstenaars en ontwerpers van De Stijl zag onze vormgeving er anders uit, dat staat vast. Zonder Rietveld had je geen Rem Koolhaas, Le Corbusier of Bauhaus en zonder Mondriaan geen Rothko. In 1917, toen de rest van Europa kreunde onder de Eerste Wereldoorlog terwijl Nederland neutraal bleef, richtte Theo van Doesburg in Leiden samen met enkele kunstenaars, als Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Gerrit Rietveld, Vilmos Huszar en de Belg Georges Vantongerloo, een tijdschrift op dat een stroming werd. Het blad De Stijl streed voor een nieuwe, moderne samenleving met strakke huizen, industrieel design en abstracte kunst en had als credo: hou het simpel.
...

Zonder de experimentele kunstenaars en ontwerpers van De Stijl zag onze vormgeving er anders uit, dat staat vast. Zonder Rietveld had je geen Rem Koolhaas, Le Corbusier of Bauhaus en zonder Mondriaan geen Rothko. In 1917, toen de rest van Europa kreunde onder de Eerste Wereldoorlog terwijl Nederland neutraal bleef, richtte Theo van Doesburg in Leiden samen met enkele kunstenaars, als Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Gerrit Rietveld, Vilmos Huszar en de Belg Georges Vantongerloo, een tijdschrift op dat een stroming werd. Het blad De Stijl streed voor een nieuwe, moderne samenleving met strakke huizen, industrieel design en abstracte kunst en had als credo: hou het simpel. Het blad verscheen slechts enkele jaren en had amper driehonderd abonnees, maar kunstenaars gaven het over de hele wereld aan elkaar door. Daardoor werd het een soort 'revolutionaire blog' die uiteindelijk resulteerde in een omwenteling die je zelfs nu nog voelt. Uiteraard vooral in Nederland, waar De Stijl nu op vele plaatsen schitterende tentoonstellingen krijgt.Maar liefst veertien musea werken samen aan een feestjaar onder de titel Mondriaantot Dutch design. Wij maken alvast een stijlvolle trip door Nederland met acht haltes. In het Noord-Nederlandse stadje Drachten kreeg Van Doesburg in 1921 zijn eerste grote opdracht. Hij mocht er het schrijnwerk van een aantal nieuwe woningen schilderen in de primaire tinten rood, geel en blauw. Het leverde de wijk de spotnaam 'Papegaaienbuurt' op. In 1922 werd alles overschilderd, maar intussen hebben de huizen hun kleuren terug. 'Does' ontwierp ook enkele interieurs, waarvan eentje in zijn pracht is hersteld als museumwoning, herdoopt tot Museum Dr8888, inclusief het originele Rietveld- en Gispenmeubilair. Zelfs de oude lagen verf werden tevoorschijn gekrabd van onder behang. Het museum programmeert dit jaar vier achtereenvolgende tentoonstellingen over De Stijl, waaronder één over de voormalige Rijksluchtvaartschool in Eelde, een nabijgelegen monument. Dat gebouw is een van de laatste creaties van Bart van der Leck, die de school in 1953 mee vormgaf. Hij bedacht het meubilair en de kleurschema's. Het gebouw wordt nu gebruikt als creatief lab voor kunstenaars en designers en is een ommetje waard. Het verhaal van De Stijl is er eentje van vrienden en vijanden, want niet iedereen kon met elkaar opschieten. Zo was Van Doesburg geen makkelijke kerel en hij viel niet bij iedereen in de smaak. Hierdoor verlieten sommige leden vroegtijdig de groep, zoals Bart van der Leck in 1918. De beroemde mecenas Helene Kröller-Müller sloeg Van der Leck trouwens hoger aan dan Mondriaan, wat vandaag eigenlijk onbegrijpelijk klinkt. Hij kreeg dan ook veel opdrachten van de puissant rijke Kröller-Müllers, die veel van hem in hun collectie hebben. Hun exuberante museum in Otterlo, met een van de rijkste Van Goghcollecties, blijft een topper van Europees formaat. In het Kröller-Müller ontdek je niet alleen veel werk van Van der Leck, maar in de beeldentuin staat ook het schitterende Rietveldpaviljoen, een transparante kunstshelter uit 1955, ontworpen door Gerrit Rietveld. Dit geometrische architectuurwerk is een laat voorbeeld van de zuivere De Stijlvormgeving. Aan de Kortegracht in Amersfoort staat het geboortehuis van kunstschilder Piet Mondriaan. Hij bracht er ook zijn kinderjaren door, maar na het vertrek van de familie herinnerde niets nog aan de iconische schilder. Toch moet je er nu naartoe. Want in dit museumhuis kun je op een unieke manier het leven volgen dat Mondriaan leidde van Amersfoort naar Winterswijk en vervolgens via Amsterdam, Parijs en Londen naar New York, waar hij in 1944 eenzaam overleed. De blikvanger in dit pand is de - pas afgewerkte - reconstructie van zijn kunstenaarsatelier in de rue du Départ in Parijs, waar hij zijn belangrijkste werken maakte. Het origineel bestaat niet meer, maar het werd nu in Amersfoort perfect en op ware grootte nagebouwd. Het was ooit zowat het beroemdste kunstenaarsatelier van Parijs, waar zoveel illustere kunstenaars aanklopten, van Malevitch en Kandinsky tot Kertész. Ze waren allen verrast door de bijzondere ruimten, waarbij de wanden werden opgedeeld als de vlakken van zijn geometrische schilderijen. In het Mondriaanhuis word je werkelijk ondergedompeld in zijn wereld. Je krijgt er ook vroeg werk van de meester te zien, uit zijn figuratieve periode, toen hij landschapjes borstelde, wat voor velen een ontdekking is. Geen enkel modern pand uit de westerse wereld werd meer gepubliceerd dan dit huis uit 1924, opgetrokken naar de plannen van meubelmaker en architect Gerrit Rietveld voor weduwe Truus Schröder en haar drie kinderen. In die tijd bouwde 99% van de bouwmeesters nog in klassieke stijl, dus schudde deze creatie terstond de gehele architectenwereld door elkaar. Je moet het echt zien en voelen om te begrijpen dat Rietveld eigenlijk een driedimensionaal woonmeubel ontwierp, volgens de regels van De Stijl, een ode aan het vierkant, de rechte lijn en de primaire kleuren rood, blauw, geel, zwart en wit, zowel binnen als buiten. Rietveld liet waar het kon de muren weg of verving ze door schuivende panelen, zodat er een open leefruimte ontstond die nooit eerder gezien was. Hij gaf ook de grens op tussen interieur en exterieur, wat nu wel, maar toen helemaal niet vanzelfsprekend was in de architectuur. De ontwerper tekende er ook de intussen beroemd geworden meubelen voor. Als je toch in Utrecht bent : we raden ook de Rietveldwandelroute en -fietstocht aan die je andere creaties van de meester laat ontdekken. En vergeet de grote Rietveldexpo in het Centraal Museum niet, nog tot 11 juni. In het pittoreske Leiden, dat er in 1917 nog uitzag alsof Rembrandt het pas had verlaten, stichtten Theo van Doesburg en Piet Mondriaan hun avant-gardeblad De Stijl. Wat een contrast. Nu kun je daar op Het Gerecht een grote maquette bewonderen van een woning die Van Doesburg in 1923 samen met zijn kompaan Cornelis van Eesteren ontwierp, hun Maison d'Artiste. De kunstenaarswoonst, die nooit werd gebouwd en waarvan de originele maquette verloren ging, werd nu gereconstrueerd op grote schaal, maar liefst vier meter hoog. De plannen waren destijds, via publicaties, een revolutionaire inspiratiebron voor veel moderne architecten. De invloed van Mondriaans werk is overduidelijk. Het is dus een icoon van de moderne architectuur, hét 'architectuurobject' waarmee het allemaal begon. Het geometrische vormenspel van De Stijl heeft onze manier van ontwerpen beïnvloed tot op vandaag. De Stijl inspireerde stedenbouw, architectuur én het interieur, zelfs ons servies. Dat wordt duidelijk op de expo De architectuur en interieurs van De Stijl, in het Haagse Gemeentemuseum. Je bezoekt die expo het best samen met Deontdekking van Mondriaan, in hetzelfde museum waaruit blijkt dat de kunstenaar geen strenge heremiet was, maar een humorist die veel vrienden had en hield van dansen en jazzmuziek. In 1925 stond hij op de eerste rij om Josephine Baker te zien in Parijs, en in 1941 stond hij naast Thelonious Monk in New York, waar hij zijn beroemde Boogie-Woogie's schilderde. Het Haagse Gemeentemuseum heeft maar liefst 300 Monriaans in hun collectie en een permanente De Stijlvleugel. Logisch dat Mondriaan hier zijn hommage krijgt met alle topwerken en veel biografische documenten. In 1926 mocht Theo van Doesburg samen met Jean Arp en zijn vrouw Sophie Taeuber-Arp in het Franse Straatsburg een feestzaal ontwerpen die al snel de Sixtijnse kapel van de moderne kunst werd genoemd, met wanden en plafonds versierd met kleurvlakken à la Mondriaan. Het laat zien hoezeer de beeldende kunst en de architectuur in de jaren twintig naar elkaar toegroeiden. In de jaren dertig werd de zaal heringericht. Er werd lang gedacht dat het decor verloren ging, tot het enkele jaren geleden werd herontdekt. Het is intussen gerestaureerd. Op weg naar het zuiden kun je daarvoor even halt houden in Straatsburg, want nu is het feestpaleis weer toegankelijk. Maar je kunt ook voor een reconstructie met bijgaande expo terecht in het Van Abbemuseum in Eindhoven, dat een van de rijkste collecties moderne kunst van Nederland in huis heeft. Je verwacht De Stijl niet in de Kempen, en toch. In het dorp Bergeijk, net over de grens, staat een van de mooiste naoorlogse fabrieken van Nederland, in 1958 ontworpen door Gerrit Rietveld. Rond dit betonnen kunstwerk met sheddak ligt een prachtige tuin van ontwerper Mien Ruys. In de fabriek zat De Ploeg, een bedrijf dat meubeltextiel weefde voor alle avant- gardedesigners. Waar ooit stoffen werden geproduceerd, worden nu tentoonstellingen en hightech exhibits voor o.a. musea ontwikkeld. Het bezoekerscentrum vertelt o.a. het verhaal van De Stijl en is het startpunt voor een bezoek aan Rietveld en Ruys locaties in Bergeijk.