De smeedijzeren lift leidt ons tot de bovenste verdieping, zes hoog. Het appartement dat rond een binnenkoer gebouwd is, neemt de volledige verdieping in beslag. De vele ramen en de terrassen met zuiderse planten zorgen voor een royale lichtinval.
...

De smeedijzeren lift leidt ons tot de bovenste verdieping, zes hoog. Het appartement dat rond een binnenkoer gebouwd is, neemt de volledige verdieping in beslag. De vele ramen en de terrassen met zuiderse planten zorgen voor een royale lichtinval. 'Ik woon al 22 jaar in Parijs, dit is mijn derde appartement. Ik heb jaren gezocht naar een appartement met een groot terras. Deze buurt stond niet meteen bovenaan op de lijst omdat ik ze nogal bourgeois vind, maar de stijl van het appartement en het feit dat het ruime terrassen heeft, hebben de doorslag gegeven. Ik heb de hele dag zon, dat vind ik een ongelooflijke troef. Het is een typisch Parijs appartement van het einde van de negentiende eeuw. Ik heb de bestaande ruimtes behouden. Aan de indeling van een Haussmannien raak je immers niet. Het parket en de sierlijsten vind ik heel mooi. Alleen tussen twee ruimtes hebben we de dubbele deur weggehaald om het perspectief te vergroten. Ook de keuken, de badkamer en de nutsleidingen zijn vervangen.' Het grootste deel van het meubilair in het appartement dateert uit de jaren vijftig. 'Tien jaar geleden ben ik design van Pierre Jeanneret beginnen te verzamelen. Jeanneret was een neef van Le Corbusier en werkte veel met hem samen. Ik hou van de artisanale manier waarop deze meubelen gemaakt zijn. De stoelen zijn allemaal volgens hetzelfde plan gemaakt, maar toch zijn er geen twee identiek. Het werk van Jeanneret spreekt mij vooral aan omdat het zo uitgepuurd en architecturaal is. Het is heel no-nonsense, op het industriële af. Ik raak er nooit op uitgekeken. Die zuivere lijnen zorgen voor rust in het interieur. Ik heb dat nodig. Een interieur moet voor mij een zeker weekendgevoel uitstralen. Daarom heb ik bewust geen kantoor in mijn appartement.' De soberheid van het fiftiesmeubilair vormt een sterk contrast met de kleurrijke, imposante keramieken kunstwerken op de schoorsteenmantel. Een ervan is van de Deense kunstenaar Morten Løbner Espersen. Het andere, een organisch ogend kunstwerk, is van Brian Rochefort, een jonge keramist uit Los Angeles met wie Kris Van Assche samenwerkte voor de zomercollectie 2021 van Berluti. Als alternatief voor een digitale show liet hij een video maken van deze samenwerking die afwisselend gefilmd werd in het kunstenaarsatelier in LA en in zijn eigen huiskamer. 'Ik verlang hoe langer hoe meer naar warmte in mijn interieur. Ik streef naar een balans tussen kleur en soberheid, ook in de kunstwerken die ik koop. Met mijn eerste hoge loon heb ik het werk White Gauze van Robert Mapplethorpe gekocht. Het is een beeld in zwart-wit van twee lichamen die samengebonden zijn in witte wikkels. Via deze aankoop heb ik het werk van Peter Hujar leren kennen en ook een paar stukken van hem aangekocht. Hujar is een generatiegenoot van Mapplethorpe die in de underground gay scene gewerkt heeft. Ik hou van de fotografie van die tijd: de fotografen regelden zelf hun licht en ontwikkelden zelf hun foto's. Ik ben heel gevoelig voor die menselijke hand in de kunst. Hoe digitaler en killer de wereld wordt, hoe meer ik verlang naar het menselijke aspect. Ik hou van kunstenaars die hun handen vuilmaken, zoals Rinus Van de Velde, die ik enorm waardeer. Ik heb vroeger nog met hem samengewerkt voor een campagne van Dior Homme. Via Rinus heb ik de Belgische kunstenaar Ben Sledsens leren kennen. Zijn werk is heel kleurrijk. Ik vind het fantastisch om het te combineren met het donkere werk van Van de Velde.' In zijn vrije tijd bezoekt Van Assche vaak kunstgalerieën. 'Ik heb mijn vaste adressen waar ik altijd terugkom. Ik koop ook heel gericht. Tim Van Laere Gallery in Antwerpen is mijn favoriete galerie, ik volg er alle tentoonstellingen. Ik volg ook de Brusselse galerie Pierre Marie Giraud. In Parijs ga ik vaak naar Downtown van François Laffanour, Jousse en Thomas Fritsch, die allemaal in de rue de Seine gevestigd zijn. Thomas Fritsch is gespecialiseerd in keramiek van de jaren vijftig. Aangezien ik veel mid-century meubelen heb, ben ik ook keramiek uit die tijd beginnen verzamelen, vooral van Pol Chambost. Zijn esthetiek is volmaakt, je kunt het bijna vergelijken met de haute couture van Christian Dior. Ik blijf maar werk van hem verzamelen. Ik kijk altijd uit naar vormen die ik nog niet heb. Het wordt hoe langer hoe moeilijker om stukken van hem te vinden. Mijn interesse voor kunst blijft evolueren. Elk jaar leer ik bij en besef ik des te meer dat er nog zoveel is dat ik nog niet ken.'