Wat is ze mooi.' Nick en Rian, een Nederlands stel van middelbare leeftijd, staren op de kade naar de boeg van wat de komende week hun varende thuis zal zijn. 'Finnmarken' staat in witte letters op een rode bies. Het is een van de vlaggenschepen van de Hurtigruten: 138 meter lang, negen dekken hoog en plek voor duizend passagiers.
...

Wat is ze mooi.' Nick en Rian, een Nederlands stel van middelbare leeftijd, staren op de kade naar de boeg van wat de komende week hun varende thuis zal zijn. 'Finnmarken' staat in witte letters op een rode bies. Het is een van de vlaggenschepen van de Hurtigruten: 138 meter lang, negen dekken hoog en plek voor duizend passagiers.Bergen is een veelbelovend vertrekpunt. Ooit was dit de belangrijkste Hanzestad van Noord-Europa, waarvan de middeleeuwse houten pakhuizen aan de oude haven nog getuigen. Het is lente als de Finnmarken tussen de eilanden door koers zet richting de Noordpool. Het achterdek biedt uitzicht op de door de ondergaande zon goudgeel verlichte stad, omlijst door hoge bergen en een pastelblauwe lucht.Vele breedbeeldpanorama's zullen volgen. Meteen de volgende ochtend al, als ik in mijn hut de gordijnen opentrek. We varen pal langs de kustlijn met diepe fjorden en hoge bergen, met aan de voet ervan stille poppendorpen met een handvol houten huisjes. Animatie, musicals, casino's, disco's, minigolfbanen en surfsimulators, daar doen ze niet aan bij de Hurtigruten - het entertainment is de natuur die in slowmotion voorbijtrekt.Een dag doet de Finnmarken over de tocht van Ålesund naar Ålesund - via de koning der fjorden; een ommetje van honderd kilometer in de smalle Storfjord, smallere Sykkylvsfjord en smalste Geirangerfjord. Die laatste is een fjord volgens het boekje: gevuld met wilde zalm en omringd door ruige bergen, rondcirkelende roofvogels en klaterende watervallen met fraaie namen als de Vrijer en de Bruidssluier. Een panorama in azuurblauw en sappig groen met een bonte regenboog in de witte waternevel. Tenminste, zo staat het in de brochure. Maar de lucht is grijs, de zee is zwart, de bergen zijn grauw, de toppen verschuilen zich in de wolken en het miezert. Niettemin zitten de passagiers in de panoramalounge op het puntje van hun stoel, fototoestellen en mobieltjes in de aanslag. 'Dames en heren,' roept reisleidster Aud Ræstad om, 'aan bakboordzijde ziet u de Zeven Zusters.' Helaas: een wolkbreuk belemmert het zicht op de 250 meter hoge waterval. Vanuit toeristendorp Geiranger, op de kop van de fjord, worden we per bus via een bochtige bergweg vervoerd naar een uitzichtpunt. Hiervandaan zijn alle ansichtkaarten van de Geirangerfjord gefotografeerd - maar dan hoogzomers. Opnieuw sippe gezichten, ook bij Nick en Rian. Ze staan op een van de mooiste plekken op aarde, maar probeer dat maar eens vast te leggen in de wind, regen en mist. Elke cameraklik levert hetzelfde monochrome plaatje op. Daar kunnen ze niet mee thuiskomen. Niets wees erop, op die zonovergoten vertrekdag in Bergen, maar de Noren aan boord weten het: zodra je voorbij de Westkaap vaart, is het weer in toenemende mate onvoorspelbaar. De komende week krijgen we de zon zelden te zien. 'Jullie hebben pech', zegt kapitein Raymond Martinsen 's avonds bij het dessertenbuffet. 'Op de vorige reis was het prachtig weer, een week lang geen wolkje aan de lucht. Maar nu moet ik terug naar de brug, want we varen de open zee op en er is storm op komst.' Servies en glaswerk rinkelen, de regen slaat in vlagen tegen de ramen en de wind fluit langs de flanken van de Finnmarken. De passagiers houden het voor gezien en trekken zich terug in hun hutten, door de gangen wankelend alsof ze beschonken zijn. Buiten stormt het onstuimig, binnen zit ik hoog en droog. Eigenlijk wel knus. Mijn ruime hut op dek 6 is voorzien van vijfsterrencomfort: minibar, koffie en thee, vers fruit, tv, bureautje met internet, een Scandinavisch kingsize bed en voor een handvol kronen wordt 's ochtends ontbijt op bed geserveerd. Kan mij die storm schelen. Alleen het inslapen, dat wil niet zo lukken. Steeds als ik bijna onder zeil ben, schrik ik weer wakker omdat ik uit bed dreig te rollen. 'Dames en heren, goedemorgen', klinkt het vanuit het plafond. 'U hebt het misschien gemerkt, het was vannacht wat onrustig. Over enkele ogenblikken meren we aan in Trondheim.' Na Oslo en Bergen de derde stad van Noorwegen, hoewel dat weinig zegt in een land dat ruim tien keer zo groot is als België, met minder dan de helft van het aantal inwoners. Dit is een stad op zakformaat. De Nidaroskathedraal, een houten zomerpaleis en pakhuizen op palen in de rivier; wie zich haast, ziet alles in een ochtend. Bij een gewone cruise is het vaarschema onderdanig aan de bestemmingen; 's nachts wordt er gevaren, zodat er overdag tijd is om te luieren op het strand of een excursie te maken. Maar dit is geen gewone cruise. Behalve toeristen zijn er evenzoveel Noren aan boord, die het schip gebruiken als openbaar vervoer, om van A naar B te komen. In het vooronder is plek voor auto's en in elke haven wordt vracht gelost en geladen. De Finnmarken is geen cruiseboot, geen vrachtschip en geen veerdienst, maar drie-in-één. Die functie vervult de Hurtigruten al ruim een eeuw. In 1893 waren er nog nauwelijks wegen en was de boot het snelste vervoermiddel naar de afgelegen dorpen en gehuchten langs de grillige kust. Dat is het nu vaak nog en dus vaart een vloot van een dozijn schepen van Bergen naar Kirkenes, een reis van 2500 kilometer, langs dertigduizend eilanden en met tussenstops in 34 havens. Dag in dag uit, op en neer, weer of geen weer. Vroeg uit de veren voor een volgend hoogtepunt: tussen Nesna en Ørnes passeren we de poolcirkel, de denkbeeldige lijn rond de wereldbol waarlangs de zon één dag per jaar niet opkomt en één dag per jaar niet ondergaat. Meer dan een stalen globe op een onbewoond eilandje is er niet van te zien, maar voor veel passagiers is het een magisch moment. Nu varen we écht de beschaving uit en het diepgevroren avontuur tegemoet. Alleen vandaag is er een poolcirkelpostzegel te koop voor je poolcirkelansichtkaart, die wordt voorzien van een poolcirkelpoststempel. Bij de excursiebalie wordt gegokt op het precieze tijdstip waarop we de poolcirkel passeren. Ondanks een temperatuur rond het vriespunt en het uitzicht dat zich hier beperkt tot wat barre rotseilanden, is het druk op het dek. Aan stuurboord glijdt de globe voorbij. 'Dames en heren, zojuist, om 7 uur, 34 minuten en 40 seconden, passeerde motorschip Finnmarken de poolcirkel.' Op het achterdek verschijnt vanuit de mist de zilte zeegod Neptunus. Alle passagiers die voor het eerst in hun leven de poolcirkel zijn gepasseerd, moeten eraan geloven: de poolcirkeldoop. Met zichtbaar plezier giet Neptunus pollepels vol ijsblokjes in de nek van de toeristen. Ze gillen het uit en klappertanden van de kou. De kapitein staat klaar met voor iedereen een hartverwarmend borrelglas Aquavit. In Svolvær ruikt het vissig. Het dak van het hoogste hotel biedt uitzicht op het hoofdstadje van de Lofoten, misschien wel de mooiste archipel ter wereld. Het loopt tegen tienen en de haven vol vissersbootjes, eilandjes met rode vissershutjes en houten rekken vol drogende stokvis baden in de goudgele avondzon die we sinds Bergen niet meer hebben gezien. Svolvær, aan de met kabeljauw gevulde Westfjord, lijkt een Lego-dorpje aan de voet van de 'Svolværgeit', een vijfhonderd meter hoge berg met twee hoornvormige toppen. Een puike plek om te blijven plakken, maar binnen het uur is de Finnmarken alweer klaar voor vertrek. Ruim driehonderd kilometer boven de poolcirkel - ter hoogte van Alaska en Siberië - ligt Tromsø, met de noordelijkste bierbrouwerij ter wereld, de noordelijkste kathedraal en de noordelijkste moskee, het noordelijkste symfonie-orkest en voetbalelftal, het noordelijkste planetarium, de noordelijkste botanische tuin en, jawel, de noordelijkste Burger King.We verwachten vrieskou, eskimo's en ijsberen, maar dankzij een warme golfstroom heerst hier een mild microklimaat en duizenden studenten van de plaatselijke universiteit, 's werelds noordelijkste, uiteraard, maken van Tromsø een levendige stad. Maar neem de kabelbaan naar de top van de Storsteinen en de sneeuw ligt er metershoog. In vier minuten van de lente naar de winter - uit de mist doemt een groepje skiërs op. Door het aanhoudende rotweer wordt de ene na de andere excursie geannuleerd. De trip naar de beroemde Noordkaap gaat wél door. Niet dat er iets te zien is: een bar rotsplateau dat driehonderd meter loodrecht uit zee oprijst, met op de punt weer zo'n stalen globe - plus een bioscoop, café en souvenirwinkel. De Noordkaap wordt vermarkt als het noordelijkste punt van het Europese continent, maar dat is het niet: de naastgelegen kaap Knivskjelodden steekt anderhalve kilometer noordelijker uit. Die is niet bereikbaar per auto of touringcar en daarom trekt de Noordkaap jaarlijks tweehonderdduizend bezoekers, die voor een excursie honderd euro per persoon neertellen. Een toeristenfuik, maar we tellen onze zegeningen: doorgaans gaat de Noordkaap schuil in dikke mist, vandaag is het slechts zwaarbewolkt. We zijn dichter bij de Noordpool dan bij Bergen en kijken uit over de Atlantische Oceaan, de Barentszzee en de Noordelijke IJszee. Een kijkje, een fotomoment, een koffie en een kaartje en de bus brengt ons terug naar de boot. Maar ik kan tot in lengte van dagen opscheppen dat ik ooit stond te verkleumen op de Noordkaap. We stomen in volle vaart over de IJszee. Het is tegen middernacht, maar het schemert nog. De vrieskou giert over het achterdek, waar twee Noren bij een biertje bubbelen in de jacuzzi. De ijspegels hangen nog net niet aan hun neuzen, maar dat weerhoudt ze er niet van om kletsnat door de kou naar de sauna te lopen. In het buitenzwembad is geen buitenlandse toerist te vinden, maar de locals plonzen er met plezier in, zelfs bij een sneeuwstorm. Rare jongens, die Noren. Ook een beetje vreemd is Kirkenes. We zijn Zweden, Finland en zelfs Sint-Petersburg voorbijgevaren en Rusland ligt letterlijk op loopafstand. Ooit was dit grensdorp tot de tanden bewapend, sinds de val van het IJzeren Gordijn is het verzonken in een permanente winterslaap. Een kijkje bij de grensovergang is leuk, maar meer dan een hek, een verlaten wachttoren en twee oude grenspalen is er niet te zien. Wie de grens ongeoorloofd oversteekt, waarschuwt een verweerd bordje, wordt zonder pardon neergeschoten. Kirkenes voelt als het einde van de wereld -een gepast eindpunt van een epische reis. Net buiten het dorp aan een bevroren meer bezoek ik het Grensmuseum en werp een snelle blik op het smeltende Sneeuwhotel. Dan maak ik net als de Finnmarken rechtsomkeert, zij het per trein. Als ik met zeebenen de loopplank afloop, kom ik Nick en Rian weer tegen. De conclusie is snel getrokken: 'Ja hoor, het klopt wat ze zeggen. De Hurtigruten is de mooiste zeereis ter wereld.'