Mevrouw, mevrouw, u staat op de foto!' Een straatverkoper houdt een tijdschrift omhoog met de covertitel De 100 belangrijkste vrouwen van Afrika. Aïssa Dione glimlacht vanachter het stuur van haar wagen naar de jongen. Ze moet dringend naar een afspraak. Als ze de auto twee uur later weer op dezelfde plek parkeert, staat de jongen er nog steeds, in de brandende zon. 'Hij is geweldig, niet?' zegt ze geamuseerd.
...

Mevrouw, mevrouw, u staat op de foto!' Een straatverkoper houdt een tijdschrift omhoog met de covertitel De 100 belangrijkste vrouwen van Afrika. Aïssa Dione glimlacht vanachter het stuur van haar wagen naar de jongen. Ze moet dringend naar een afspraak. Als ze de auto twee uur later weer op dezelfde plek parkeert, staat de jongen er nog steeds, in de brandende zon. 'Hij is geweldig, niet?' zegt ze geamuseerd. Aïssa Dione heeft een kunstgalerie, ze schildert, is textielontwerpster, styliste én bedrijfsleider. Een vrouw met een vorstelijke uitstraling. Het is een voorrecht te mogen verblijven in een van de gastenkamers in haar villa, gelegen op de westelijke zeedijk in Fann Mermoz, die ze inrichtte in de stijl van de jaren dertig. Ze ontwierp alles zelf, van de hal met het zes meter hoge plafond tot de grote ontvangstruimtes met hun terrazzovloeren. Ook de elegante meubels werden in haar atelier gemaakt. Exceptioneel is hier het juiste woord. En het merkwaardigst van al is dat je je meteen thuis voelt. Op de begane grond huist Aïssa Diones kunstgalerie. Een tijdje terug, tijdens de Biënnale van de Hedendaagse Afrikaanse Kunst, presenteerde ze hier negen internationale kunstenaars. Dione heeft oog voor talent. 'In 1996 opende ik tijdens de Dak'Art Biënnale een galerie, omdat ik vond dat er een leemte moest worden gevuld', zegt ze. 'Toen ik enkele jaren eerder mijn textiellabel Aïssa Dione Tissus (ADT) lanceerde, ben ik gestopt met schilderen. Dat is een keuze die ik niet betreur. Afrika is Azië niet. Je kunt hier geen winst maken met massaproducten, je moet kwaliteit brengen: je hebt economisch meer succes als je een artistiek uithangbord hebt.' Aïssa laat ons kennismaken met het authentieke, creatieve Dakar en de vakmannen die de stad doen draaien. 'De Senegalese ambachtslieden hebben gouden handen', zegt ze. Als voorbeeld geeft ze de spectaculaire modecreaties van ontwerper Doulsy, die een showroom heeft in de wijk Ouakam. Maar evenzeer houdt ze van de ateliers in Soumbédioune, het dorp van de ambachtslieden. De ene maakt er ebbenhouten kralen, de andere leren etuis en nog een andere prachtige Mauritaanse vloermatten. Op het trottoir aan de overkant van de straat presenteert designer Ousmane Mbaye zijn meubels in metaal en email, met een originele combinatie van koude en warme kleuren. Terug naar de gezellige middagdrukte van het stadscentrum met zijn overweldigende kleuren, geuren en geluiden. Het is er een gewriemel van geel-zwarte taxi's, bontgekleurde bussen, paardenkarren en clandestiene verkopers van zangvogels en pinda's, maar ook schoenlappers, kappers, mecaniciens... 'Een lust voor het oog', zegt Antoine Tempé, de Frans-Amerikaanse fotograaf die ons vergezelt. Zoals fotograaf Richard Avedon dat deed in het westen van de VS, wil hij ze allemaal fotograferen, voor zijn project Waa Dakar, wat 'mensen van Dakar' betekent. De straat is het werkterrein van fotografen van zijn generatie, maar ook het laboratorium van zijn collega Omar Victor Diop, fan van waxstoffen, die we ontmoeten in zijn woning in Ngor, in La pointe des Almadies. 'Ik vind mijn stoffen in Colobane, de grootste vlooienmarkt van West-Afrika', zegt hij. 'Dakar raakt mij: het is een diverse stad zonder complexen.' Hetzelfde verhaal horen we bij de Burkinese fotograaf Siaka S. Traoré. Hij vond hier zijn plek en laat zich inspireren door de stedelijke dansstijlen, van hiphop tot house. Zijn beelden ademen de energie van de stad. Aïssa Dione is twintig wanneer ze in Dakar arriveert waar haar vader, bokskampioen Idrissa Dione, op dat moment woont. Aïssa is een wat revolutionair meisje, op zoek naar idealen. Het is 1975 en Dakar boomt. Het eerste Festival mondial des arts nègres, in 1966, zindert nog altijd na in de stad en president-dichter Léopold Senghor zet sterk in op cultuur. Hij creëert een artisanaal dorp, laat het Daniel Sorano Theater bouwen en richt het Musée dynamique op. Dakar ontwikkelt zich tot intellectuele hoofdstad van West-Afrika. Aïssa, omringd door dichters en kunstenaars, bouwt een reputatie op als schilder, vooral van batiks. Ze leeft als een bohemienne in haar huis op het eiland Gorée. Ze schildert veel, voedt vier kinderen op en neemt regelmatig de boot naar Dakar om zich onder te dompelen in het bruisende stadsleven.Haar gevoel voor schoonheid en haar liefde voor het traditionele vakmanschap van de Senegalezen, inspireren Dione in 1992 tot de oprichting van haar eigen textiel- en decoratiebedrijf. Met Aïssa Dione Tissus verzoent ze het lokale erfgoed met een moderne levensstijl. Vandaag levert ze stoffen en textielcreaties voor klanten, van meubelmerk Moroso en modehuis Hermès tot de Franse interieurontwerper Jacques Grange, van architect Peter Marino tot decoratrice Rose Tarlow, allebei uit de VS, van het Parijse restaurant Thoumieux tot Café de L'Esplanade, eveneens in Parijs. En recent kwam daar nog schoenontwerper Christian Louboutin bij. De wijze waarop Aïssa Dione lokale grondstoffen gebruikt, leunt aan bij haar politieke visie. Gesteund door haar succes zet de ontwerpster zich in voor een zachte maar industriële ontwikkeling van Senegal. Een vernieuwende aanpak voor het land. 'De toekomst is het resultaat van onze dromen en onze verbeelding. En de toekomst van Afrika hangt niet af van regels die elders zijn uitgewerkt', zegt Dione. Dakar, gelegen op een schiereiland dat volledig naar de zee is gericht, zet alleszins aan tot dromen. Aan de oceaan valt altijd wat te beleven. Zowel 's ochtends als 's avonds lopen sportievelingen er langs de zee. In hun kleurige outfits zorgen ze voor een feestelijk schouwspel. Er wordt gevoetbald op het strand, want de stress moet eruit. La Mer à Table, het favoriete restaurant van Aïssa, zet zijn stoelen in het zand met uitzicht op een surfplek. Ideaal om even bij te praten.Op het strand voelt Aïssa Dione zich helemaal thuis, dicht bij haar volk. Toch heeft ze ook een voorliefde voor de chiquere plekken van de stad, zegt ze wat provocerend, zoals het trendy hotel Le Djoloff met zijn artistiek cachet, het restaurant van het Institut Culturel Français met zijn waxtafelkleedjes en zijn heerlijke vis uit de oven, het luxueuze Radisson met zijn langgerekte zwembad en zijn Senegalese elite, en het Hôtel des Almadies, dat binnenkort het Sheraton wordt met zand zo fijn als in Florida . Maar ook de populaire, exuberante, ouderwetse trekpleisters kunnen haar bekoren, zoals Séoel II, of het luidruchtige Relais met zijn dicht op elkaar staande tafels en zijn atmosfeer vol rook van de grillades. En als ze zin heeft om even te ontsnappen aan de drukte, stapt ze in een kano om aan te meren op het eiland Ngor. Daar doet ze zich bij Seck te goed aan de beste kreeft die de Atlantische Oceaan te bieden heeft, terwijl groepjes jonge meisjes, de lendendoeken van wax strak rond de taille, langs het strand paraderen. 'Dat is het echte Senegal.'