'Het is hier fantastisch. Het is hier echt fantastisch.' Sean Villanueva blijft het het hele gesprek lang herhalen. Meer dan een jaar geleden intussen, op 10 januari 2020, belandt de Brusselse klimmer in Patagonië voor een expeditie in het Andesgebergte. Zijn uitvalsbasis is El Chaltén, een Argentijns bergdorp dat bekendstaat als mekka voor klimmers en trekkers. De bedoeling was dat hij op 30 maart 2020, aan het einde van de zomer in het zuidelijk halfrond, zou terugkeren naar België. Maar daar stak corona een stokje voor.
...

'Het is hier fantastisch. Het is hier echt fantastisch.' Sean Villanueva blijft het het hele gesprek lang herhalen. Meer dan een jaar geleden intussen, op 10 januari 2020, belandt de Brusselse klimmer in Patagonië voor een expeditie in het Andesgebergte. Zijn uitvalsbasis is El Chaltén, een Argentijns bergdorp dat bekendstaat als mekka voor klimmers en trekkers. De bedoeling was dat hij op 30 maart 2020, aan het einde van de zomer in het zuidelijk halfrond, zou terugkeren naar België. Maar daar stak corona een stokje voor. 'Voor mij is dit het paradijs. Ik had nooit kunnen dromen dat ik hier nog zou zijn', vertelt Villanueva tijdens onze ontmoeting in november 2020, in een appartement met zicht op een rotswand die hij al meermaals beklom. De atleet is al die tijd in Patagonië gebleven. Zonder dat we het van elkaar weten, zijn we de drie laatste Belgen in El Chaltén. Ook mijn vriend Frederik en ik verblijven er, nadat we een aantal weken van het ene trekkersdorp naar het andere zijn gereisd. Een dag na onze aankomst in El Chaltén gaan de nationale parken onherroepelijk dicht, als maatregel tegen de verspreiding van het coronavirus. Niet ideaal voor een dorp dat midden in de natuur ligt. Desondanks beslissen we om te blijven, de pandemie uit te zitten in de bergen, in een dorp dat vooralsnog coronavrij is gebleven. Pas wanneer een gemeenschappelijke vriend op Facebook de link legt dat wij alle drie in hetzelfde dorp verblijven, weten we van elkaars bestaan af. Enkele dagen later staat Villanueva enthousiast voor de deur van ons appartement: 'Ik ben Sean!' Sean Villanueva neemt ons op zijn beurt mee naar zijn verblijfplaats, een caravan in de tuin van een vriend. 'Ik hoef niet veel luxe,' zegt hij, 'ik hou wel van die ontbering.' In de winter in Patagonië, als het kwik vijftien graden onder nul daalt, is het nochtans 'best heftig' geweest. 'Bevroren water, een toilet dat niet meer werkt. Maar dat deert mij niet. Op basiskamp in de bergen zit je soms wekenlang in extreme omstandigheden.' In die zin is El Chaltén minder extreem, vindt hij. 'Als je gaat klimmen, kun je een warm bad nemen. Je kunt de bekendste bergtop, Fitz Roy (3375 m), in één dag beklimmen', zegt Sean. Het is maar wat je een dag noemt, natuurlijk. '36 uur heb je ervoor nodig, heen en terug trekken naar de voet van de berg en hem dan beklimmen. Dat is toch een dag?' In zijn tijdelijke achtertuin heeft Sean een moestuin aangelegd, in een zelf gefabriceerde serreconstructie. Het is de eerste keer dat hij zelf voedsel teelt. Gretig overloopt hij wat hij tot nu toe geplant heeft: sla, rode biet, spinazie, erwten, aardappelen, tomaten. Bij sommige groenten kan hij enkel op de Spaanse naam komen. Zanahoria, wortel. Het is lang geleden dat de Belgische klimmer nog zoveel Nederlands sprak. 'Ik wil zeker blijven tot de radijzen schieten. Ik wil weten hoe ze uitkomen.' Ondanks de maatregel om natuurparken te sluiten, wordt Sean door parkwachters niet tegengehouden om de ene na de andere bergtop te verkennen. Fitz Roy beklom hij al meerdere keren en op de berg ernaast, Poincenot, heeft hij een nieuwe klimmanier uitgeprobeerd. In de winter klimt hij er langs ijswanden en maakt hij een meerdaagse tocht in de eeuwige sneeuw. 'Elke expeditie is een avontuur: je weet nooit helemaal zeker of het je gaat lukken. Van beneden ziet zo'n beklimming er vaak onmogelijk uit. Zodra je bezig bent, valt de puzzel in elkaar', zegt hij. Een ideale setting voor een klimmer, lijkt het wel: vastzitten aan het einde van de wereld, tussen besneeuwde bergtoppen die erom smeken om verkend te worden. Aanvankelijk dacht Sean te blijven tot september, het moment waarop de Argentijnse overheid de binnenlandse vluchten opnieuw wilde opstarten, nadat het openbaar vervoer maandenlang had stilgelegen. Een verkeerde inschatting: uiteindelijk zou het eerste vliegtuig in Zuid-Argentinië pas opstijgen in de loop van november, een paar dagen na onze ontmoeting. Mijn vriend en ik nemen plaats aan boord, Sean niet. 'Dit is mijn seizoen,' zegt de klimmer over de ontluikende lente in Patagonië, 'nu begint het pas echt.' 'Zet je voet daar. Ja, daar. Dat is ne goeie! Nog een stapje. Nog eentje en dan mag je stoppen.' Een dag voor ons vertrek nodigt Sean ons uit voor een kliminitiatie. Blootsvoets klautert hij de rots op om onze touwen vast te maken. De hoogste schakel hangt zo'n twintig meter hoog. Aangespoord door onze instructeur klimt Frederik behendig naar boven. Ik trek de knoop aan het klimtouw nog wat harder vast. Proberen tot halverwege te raken lijkt me al meer dan uitdagend genoeg voor iemand met hoogtevrees. 'Vertrouw mij maar,' sust Villanueva bemoedigend, 'nog een stapje. Nog eentje!' Twintig hoogtemeters, inclusief de acht meter die ik uiteindelijk met knikkende knieën overwonnen heb, zijn niks. Zeker in vergelijking met een bekende granieten muur als El Capitán in Californië, nog zo'n top die Villanueva al meermaals bedwongen heeft. Voor het tv-programma Tomtesterom nam hij Tom Waes bijna een kilometer mee naar boven. Zo raakte Villanueva bekend bij het Belgische publiek. 'Mensen spraken mij aan in de supermarkt', zegt de klimmer, die het fijn vond dat klimmen als sporttak meer ingeburgerd raakte. Van jongs af aan stond Villanueva in de klimzaal. Als kind vond hij het een toffe inspanning. 'Het is vechten om boven te raken. Eens goed afzien doet deugd. Het is nooit mijn bedoeling geweest om professioneel klimmer te worden. Ik heb een paar jaar gewerkt als leerkracht lichamelijke opvoeding. Zodra er genoeg geld was, ging ik op reis om te gaan klimmen.' Dat is intussen anders: met een klimprijs als de Piolet d'Or op zak, na een expeditie in Groenland, haalde Villanueva een paar sponsors binnen. Op kosten van een bekend outdoormerk klimt hij sinds jaar en dag over de hele wereld en geeft hij seminaries over zijn expedities. Het knaagt wat, in coronatijden, dat hij enkel video's kan maken en geen spreekopdrachten heeft. 'Doe ik wel iets constructiefs?' laat Sean zich ontglippen. 'Zit ik hier wel op mijn plaats?' Snel herpakt hij zich, en vraagt wat hij nu in Europa zou kunnen doen. 'Waarom zou ik terugkeren? Uit sociale druk? Omdat het zo moet? Ik zit hier goed. Het virus heeft hier geen voet aan de grond. Na een paar meter stappen sta ik in de natuur.' Daarop vertelt Villanueva honderduit over hoe graag hij kampeert in het bos, in zijn eentje. 'Ik kan goed alleen zijn. Dan ga ik een week mediteren. Ideaal om te rusten, om na te denken. Je leert schoonheid te zien in de kleinste dingen.' Dat is het voordeel van corona, vindt hij: de manier waarop we collectief de pauzeknop heruitvinden. 'Onze maatschappij is zo gebrand op consumeren, constructief zijn, iets presteren. Er is zoveel meer dan dat. Die inzichten mogen we niet verliezen na de pandemie.' Als klimmer verkent Villanueva al 25 jaar de wijde wereld. 'Ik zie hoe de planeet verandert. Ik merk hoe de gletsjers achteruitgaan. Dat pakt mij. In de klimwereld zijn expedities een consumptieproduct geworden: snel de wereld rond om drie weken een bergmassief te bedwingen en weer terug. Zo wil ik niet omgaan met de planeet. Ik voel mij daar schuldig over.' Meer zelfs: Villanueva wil geen klimexpedities meer doen met het vliegtuig. 'Als ik nu wegga uit Patagonië, weet ik niet of ik nog terugkom.' Het enige alternatief lijkt hem om de oceaan over te steken met een zeilboot. 'Dat heb ik al gedaan. Er waren veel magische momenten op de boot, maar die reis duurt lang en ik was de hele tijd zeeziek. Je hebt minstens twee weken nodig om de oceaan over te steken. Tegen de tijd dat je weer aan land komt, ben je je conditie helemaal kwijt. Als klimmer kan ik dat niet maken.' Villanueva heeft erover gedacht om in El Chaltén te blijven, permanent. Hij zou er wel kunnen wonen, zegt hij, alleen zou hij zijn familie te veel missen. 'Ik wil de kindjes van mijn zus zien opgroeien. Ik heb familie in Ierland die ik onder normale omstandigheden twee keer per jaar zie. Als ik dit jaar dacht aan terugkeren, had dat telkens met vrienden en familie te maken.' Voor ons afscheid speelt Villanueva nog een riedeltje op zijn Ierse doedelzak. Het instrument voert hem in gedachten mee naar zijn familie in Ierland. Het is een geluid dat de buren intussen bekend in de oren klinkt. Voor hij aankwam in El Chaltén, kon Villanueva er geen noot op spelen. 'Ik had de doedelzak pas gekocht en had gehoopt dat ik wel wat tijd zou vinden tussen expedities door om 'm te leren bespelen. Intussen heb ik de hele winter kunnen oefenen.' Sean zit intussen al meer dan een jaar in El Chaltén. Hij denkt erover om terug te keren in de loop van deze maand, maar honderd procent zeker is hij nog niet. 'Hoe gaat het nog met jullie? Hier is het nog steeds machtig', stuurt hij af en toe, omringd door vier of vijf uitroeptekens. Zijn veertigste verjaardag vierde hij in februari 2021 boven op het massief dat Fitz Roy omringt. The Moonwalk Traverse, zo wordt die krachttoer genoemd: meer dan vijf kilometer klimmen, 4000 hoogtemeters, tien pieken. Slechts twee klimmers hebben het hem voorgedaan, in omgekeerde richting. Het was de eerste keer dat iemand de Moonwalk op zijn eentje deed. Zes dagen heeft Villanueva erover gedaan. 'De kers op mijn taart', noemt hij het, een ideaal verjaardagscadeau voor zichzelf. 'Ondanks alles is dit voor mij geen rotjaar geweest. Helemaal niet. Het is hier fantastisch. Het is hier echt fantastisch.'