In Milaan deden Dolce & Gabbana, Max Mara, Valentino en Boss mee. In Parijs stonden Chanel, Hermès en Balmain paraat. Met handgels, mondmaskers en, in sommige gevallen, thermometers. Het aantal in real life-shows - in parken, feestzalen en tenten, op trottoirs en rivierkades - bleef er wel beperkt tot een twintigtal shows, voor 50 tot 400 hoofdzakelijk Franse toeschouwers.
...

In Milaan deden Dolce & Gabbana, Max Mara, Valentino en Boss mee. In Parijs stonden Chanel, Hermès en Balmain paraat. Met handgels, mondmaskers en, in sommige gevallen, thermometers. Het aantal in real life-shows - in parken, feestzalen en tenten, op trottoirs en rivierkades - bleef er wel beperkt tot een twintigtal shows, voor 50 tot 400 hoofdzakelijk Franse toeschouwers. Er was een duidelijke tweespalt tussen de twee grote luxegroepen, LVMH en Kering. De eerste deed (min of meer) alsof er niets aan de hand was, met shows van Fendi, Dior en Louis Vuitton. De tweede hield zijn raspaarden op stal: geen Gucci, Saint Laurent, Bottega Veneta, Alexander McQueen of Balenciaga. Dior bouwde als vanouds een gigantische structuur, vanbinnen zwart geschilderd, met digitale glasramen. Chanel had, voor de allerlaatste keer, een spectaculair decor onder het glazen dak van het Grand Palais: het logo van het label in gigantische Hollywoodletters. Het was de overtuigendste show van artistiek directeur Virginie Viard sinds ze vorig jaar de teugels van Karl Lagerfeld overnam. Zoals gewoonlijk waren er ook kleinere en onafhankelijke merken, zij het vooral uit Frankrijk. Yohji Yamamoto was de belangrijkste internationale uitzondering. Belgen waren er nauwelijks. Al was er een geslaagde presentatie van het Brusselse duo Ester Manas, dat in extremis naar Parijs was afgezakt. Online viel er veel te beleven. Te beginnen met de, vanuit historisch oogpunt, belangrijkste show van het seizoen: die van Prada, waar Miuccia Prada een creatief huwelijk aanging met Raf Simons. De eerste reacties op het online gebeuren waren overwegend positief, maar naarmate de week vorderde klonk hier en daar twijfel. Matthew Williams beperkte zijn debuut voor Givenchy tot een paar foto's. Bij Maison Margiela maakte John Galliano samen met regisseur Nick Knight een film van maar liefst veertig minuten. Er was een simpele maar efficiënte, met een iPhone gefilmde video van Nina Ricci. Maar de grootste hit was er bij Balenciaga: modellen in de lege straten van Paris by night, met op de soundtrack een cover van I Wear My Sunglasses at Night.Louis Vuitton, dat zich een uitspatting kan veroorloven, ging voor meer, meer, meer: een echte show op een legendarische locatie, én een aparte digitale ervaring. De muren en vloeren van grootwarenhuis La Samaritaine waren beschilderd met groene verf, zodat ze als green screen konden worden gebruikt. Wie online keek, zag achter de modellen beeldfragmenten uit Der Himmel über Berlin, de film van Wim Wenders. Vuitton installeerde tussen de zitjes op de front row ook een reeks camera's, zodat gasten in het buitenland de show konden zien alsof ze er zelf bij waren. Bij Balmain werden de afwezigen dan weer gefilmd. Langs één kant van de catwalk was de volledige front row vervangen door 58 high-definition televisieschermen, waarop telkens een celebrity de show volgde, van Megan Thee Stallion tot Anna Wintour. Was het een goed idee om in real life-modeshows te organiseren? Bij de show van Coperni, op het dak van de Tour Montparnasse, waren welgeteld 100 mensen, stuk voor stuk gemaskerd, nog een beetje onwennig. Het was de eerste show van de week. Het regende zachtjes. Parijs lag half verscholen in de mist, grijs en stil. Wie erbij was, zal het wellicht nooit vergeten. De sfeer op de show van XULY.Bët, de Frans-Afrikaanse ontwerper die al twintig jaar upcycling en diversiteit hoog in het vaandel draagt en die zich sinds vorig seizoen aan een comeback waagt, kun je digitaal onmogelijk zelfs maar benaderen. Maar de modeweek was vaak ook onwezenlijk, net door al die afwezigen. Er waren geen Chinezen, geen Amerikanen, geen Belgen of Nederlanders, met uitzondering van een handvol correspondenten. Het leek soms alsof de apocalyps net had plaatsgevonden, en wij de enige overlevenden waren. Gemengde gevoelens, kortom. Een tijdlang heeft de mode-industrie de adem ingehouden: zou er wel een nieuw modeseizoen komen? Want niet alleen de spinnerijen lagen lang stil, ook de grondstoffenleveranciers en de productieateliers werkten niet of op halve kracht. En dus zat er voor veel merken niets anders op dan te innoveren en in te zetten op recycling en upcycling. De stocks, die wél binnen handbereik lagen, ontpopten zich tot heuse schatkamers. Jonathan Anderson, creatief directeur bij Loewe, zette de toon. 'We zijn aan de slag gegaan met wat we nog hadden. Mijn briefing was duidelijk: 'Zorg dat elk silhouet je ideeën en je dromen ademt.'' Marine Serre, die al sinds haar start in 2017 een lans breekt voor upcycling, ging nog een stap verder: in de film Amor Fati onthult ze een collectie uit geregenereerd tapijt en denim, biologisch afbreekbaar nylon en gerecycled moiré. Bij Balenciaga, waar Demna Gvasalia de creatieve plak zwaait, is dan weer 93,5 procent van de effen stoffen en 100 procent van de bedrukte basisstoffen die in de collectie worden gebruikt, gecertificeerd organisch, gerecycled of het resultaat van upcycling. Nog een opvallende tendens: overal bloeien er bloemen. We zagen ze onder andere bij Tom Ford, Giambattista Valli, Dries Van Noten en Miu Miu. Het is de enige print die er momenteel toe doet en de beste remedie tegen de melancholie. Sinds jaar en dag voedt kunst de mode en vice versa. Meer dan ooit deden de ontwerpers een beroep op kunstenaars. Maria Grazia Chiuri voerde de Italiaanse beeldend kunstenares Alina Marazzi op bij Dior, Luca Guadagnino maakte een film voor en over Salvatore Ferragamo, het danscollectief (LA)HORDE zorgde voor vuurwerk tijdens de show van Isabel Marant en de Duitse kunstenares Claudia Wieser kleedde levensgrote totems aan voor Hermès. Wanneer de wereld zoals we die altijd gekend hebben uit elkaar valt, is de verleiding groot om de eigen roots in de verf te zetten en het eigen DNA uit te diepen. Vandaar dat Delvaux andermaal zijn link met het Belgische surrealisme beklemtoont, dat Armani zijn Timeless Thoughts in een intieme documentaire met ons deelt en dat Fendi ons herinnert aan de kracht en de troeven van familie en... het van generatie op generatie doorgegeven recept van pasta al pesto di limone. Hoogst ongewoon waren de modeweken ook voor de winkeliers, die zich anders de benen vanonder het lijf lopen, van showroom naar showroom, om collecties aan te kopen. Dit seizoen gebeurde ook dat digitaal. 'Er waren geen fysieke showrooms in Parijs', zegt Marjan Eggers van Louis in Antwerpen, dat merken als Balenciaga, Jil Sander, Rick Owens en Maison Margiela verkoopt. 'Toch niet van mijn merken. Ik vind dat een groot gemis. Je kunt een stuk niet eens vastpakken en voelen.' 'Ik heb het geluk dat bijna negentig procent van wat ik verkoop Belgisch is', zegt Sonja Noël van de Brusselse winkel Stijl. 'Zij hadden allemaal een showroom in België. De internationale merken heb ik online gekocht. En dat is toch moeilijk. Bij Rick Owens konden ze bijvoorbeeld alleen foto's laten zien. Waar ik heel blij mee ben voor volgende zomer is Ann Demeulemeester. Dat wordt een kleine collectie met enkel heruitgaven van topstukken die Ann nog zelf ontworpen heeft. Die stukken ken ik door en door en zou ik blindelings kunnen bestellen. Dan speelt het digitale geen rol.' Zowel bij Stijl als bij Louis komen er voor de zomer geen nieuwe merken bij. 'Ik vind het risico te groot om te bestellen bij een merk dat je alleen digitaal hebt gezien', zegt Marjan Eggers. 'Dat kan enkel met de modehuizen waar je al jaren mee samenwerkt. Zij brengen ook interessante, vernieuwende dingen en van hen ben ik zeker dat het goed zal zijn.' 'We kunnen ons geen fouten veroorloven', bevestigt Sonja Noël. 'In Parijs stapte ik zo veel mogelijk showrooms binnen, en zo deed ik regelmatig een onverwachte vondst. Dat valt nu weg. Kleine, beginnende merken die nog geen vaste winkels hebben, zullen het zeer moeilijk krijgen.' De gevestigde namen zijn hun klanten tegemoetgekomen. 'Iedereen heeft gezocht naar een manier om het zichzelf, maar ook zijn klant gemakkelijker te maken', zegt Noël. 'Ik zou het omschrijven als 'ongecompliceerd'. De kleuren, de materialen: alles is licht en fris. Het zijn kleren die je zin geven in de zomer. Wat me ook opvalt, is dat steeds meer merken kiezen voor genderless kleren. Dries Van Noten toonde heel wat stukken die rechtstreeks uit zijn mannencollectie komen: hemden, blazers, shorts. Maison Margiela is bijna volledig uniseks en ook bij Y/Project is ongeveer tachtig procent van de collectie zowel voor mannen als vrouwen. Over enkele weken zullen we ook met Stijl die stap zetten: de 'men' in onze Stijl Men wordt geschrapt. Het wordt een genderless winkel.' Winkels hebben het vandaag vanzelfsprekend niet gemakkelijk. Beide winkeliers geven aan minder te hebben gekocht dan vorige zomer. 'Ik heb meer ingezet op stukken waarvan ik weet dat ze zullen verkopen', zegt Eggers. 'Maar het wordt niet saai. Mijn selectie is altijd onze sterkte geweest, en dat geeft me vertrouwen.' Ook Noël geeft aan niet op veilig te spelen. 'Ik haal er altijd de mooiste stukken uit, niet de gemakkelijkste. Daarvoor komen mensen niet naar Stijl.'