Sport: middellange afstand, 1500 m
...

'Als adolescent ging ik vooral voor de fun naar de training, om vrienden te zien. Dat veranderde nadat ik in 2015 voor het eerst deelnam aan de wereldkampioenschappen voor scholieren. Toen werd het serieus. In 2017 besloot ik mijn studies aan te passen en te combineren met sport op hoog niveau. Dat is dus nog niet zo lang geleden. Als ik terugdenk aan Torún, denk ik dat mijn succes te maken heeft met de trainingssessies waarbij ik probeerde de 200 meter zo snel mogelijk af te leggen. Tijdens de finale, op de laatste dag, zei ik tegen mezelf: 'Vooruit Elise, doe zoals tijdens de training. Je hebt al zoveel afgezien tijdens de trainingen, geef nu alles wat je in je hebt, daarna kun je instorten.' Ik had die overwinning niet verwacht, en al zeker niet met zo'n grote voorsprong. Ik was ervan overtuigd dat de meisjes mij snel zouden bijbenen en versnelde nog uit schrik dat ze mij zouden inhalen. Dat boostte mijn zelfvertrouwen. Ik zie dat mijn inspanningen lonen. Misschien zal er bij de volgende wedstrijden meer van mij verwacht worden, maar ik loop voor mezelf, niet voor anderen. Momenteel heb ik nog geen duidelijke planning. Normaal gezien gaat de eerstvolgende wedstrijd door op 23 mei in Rabat. Daarna volgt een korte terugkeer naar België met twee data, in Luik en in Eupen. En dan het belangrijkste, natuurlijk: de Olympische Spelen. Ik moet mij nog wel kwalificeren: hetzij door de vereiste tijd te halen - daarvoor moet ik mijn eigen record met een dikke seconde verbeteren - hetzij door een plaats te krijgen bij de 45 besten op de wereldranglijst. Nu zit ik al in de top 30. Dat ziet er dus goed uit. Moet lukken.' 'Taekwondo begon voor mij op een manier die iedereen verrast als ik erover vertel: met mijn moeder. Als jong meisje was zij gefascineerd door de club dicht bij haar huis in Marokko. Zelf kon zij er niet terecht omdat ze er thuis de middelen niet voor hadden. Toen al zei ze tegen mijn grootmoeder: 'Later zullen mijn kinderen taekwondo beoefenen.' Zo zijn wij er allemaal mee begonnen toen we drie jaar waren. Ik werd prof op mijn zestiende, in het spoor van mijn grote broer Jaouad, die verschillende keren wereldkampioen en Europees kampioen is geworden. Dat heeft uiteraard een grote rol gespeeld in mijn carrière. Maar als wij elkaar bevechten, staan we niet tegenover elkaar als broers maar als tegenstanders. De coronacrisis heeft de zaken wel bemoeilijkt. Maar om aan te top te komen moet je ontgoochelingen en frustraties incasseren, moet je leren omgaan met elk probleem dat zich op je weg voordoet, en dus niet alleen met corona. Je moet niet alleen een goede fysieke conditie hebben, maar ook mentaal sterk staan, dat hangt samen. Ik ben net terug van een stage in Servië en moest tien dagen in 'sportquarantaine' blijven. Dat dwong mij om me te concentreren op mijn training. En dat is niet slecht, want de Europese Kampioenschappen voor junioren komen er snel aan. Mijn ambities zijn duidelijk: ik ga altijd voor goud. Simpel en efficiënt. De stress en de adrenaline, de druk van de competitie geven mij een geweldige boost tijdens mijn training. Zodra ik op de tatami sta op de dag van de wedstrijd, ben ik relaxed. Ik weet dat ik mij hierop heb voorbereid. Ik ben er klaar voor.' 'Mijn papa was voorzitter van de lokale zeilclub in Oostende. Het was bijna vanzelfsprekend dat ik ook zou gaan zeilen. We kochten een tweedehandsbootje en daar deed ik elk weekend, van maart tot november, wedstrijden mee. Voor mij was het niet meer dan een hobby, tot we in 2011 een Laser Radiaal kochten, het enige type boot waarmee je als vrouw naar de Spelen kunt. In die tijd was Evi Van Acker de leading lady van het zeilen. Haar coach zocht jonge zeilers om samen met haar te trainen. Daardoor kwam alles in een stroomversnelling. Het jaar van de Spelen is intens. Ik train twee keer per dag, maar daarnaast zijn er ook de videoanalyses, de fysio en afspraken met mijn mental coach. Ook privé was het een bewogen jaar. Mijn vriend woont in Australië, waardoor we elkaar acht maanden niet gezien hebben. In november ben ik gelukkig drie maanden naar daar kunnen gaan, toen heeft hij me ten huwelijk gevraagd. Ik heb een appartement gekocht en ik ben Japans aan het leren. Ik maak me geen illusies dat ik het tegen de Spelen in Tokio vlot kan spreken, het is eerder bezigheidstherapie. Als iemand me 'de hoop op een Belgische medaille' noemt, zeg ik altijd: 'Hoop maar op iemand anders.' Zeilen blijft een onvoorspelbare sport, omdat je afhankelijk bent van het weer. Elke training en elke wedstrijd zijn daardoor anders. Als alles meezit, weet ik dat ik een kans maak. Op belangrijke momenten heb ik in het verleden goed gepresteerd. Maar er zijn ook wedstrijden waarin het niet goed ging. Veel zal afhangen van hoe ik met de zenuwen omga. Niet alleen op de eerste dag, maar op alle zes.'Sport: boksen, - 91 kg Palmares: o.a. Belgisch kampioen in 2015 en 2016, 16de finale Wereldkampioenschap Rusland (2019), toernooiwinst in Nederland, Albanië, Duitsland en Denemarken 'Ik ben beginnen boksen op mijn zeventiende. Ik had het moeilijk op school en wist niet wat ik wilde doen met mijn leven. Om me op het rechte pad te houden, raadde mijn moeder me aan om te gaan boksen. Een paar jaar eerder was ik ook al een keer gaan proberen, maar toen was ik er nog niet klaar voor. Die training was zo zwaar dat ik een week niet kon stappen en afhaakte. ( lacht) Nu lukte het wel en was ik verkocht. Ik bleek ook aanleg te hebben: dat jaar ben ik Belgisch kampioen bij de beginners geworden. Boksen heeft me gered. Het was mijn way out. Het heeft me zelfvertrouwen gegeven en discipline bijgebracht. Het heeft me geleerd om mijn angsten te overwinnen en om te gaan met moeilijke situaties. Allemaal zaken die ik ook buiten de ring kan gebruiken. Boksen heeft er ook voor gezorgd dat ik een stuk van de wereld heb gezien. Respect heb afgedwongen. En dat ik er nu mijn huishuur van kan betalen. Ik had nooit durven dromen dat ik zou kunnen leven van mijn sport. In juni vindt het kwalificatietoernooi voor de Spelen plaats in Parijs, dan pas weet ik of ik naar Tokio ga of niet. Het lange wachten zorgt bij veel boksers voor meer stress, terwijl dat jaar extra voor mij net goed was om weer helemaal fit te worden. Drie jaar geleden brak ik tijdens een wedstrijd in Tsjechië mijn rechterhand op zes plaatsen. Daardoor ben ik bijna een jaar out geweest. Dat was een heel moeilijke periode, zowel fysiek als mentaal. Die blessure had het einde van mijn carrière kunnen betekenen. Vroeger zou ik mijn hoofd hebben laten hangen, maar boksen heeft me geleerd om door te zetten. Ik heb nu weer zelfvertrouwen in mijn hand en in mezelf. Het afgelopen jaar heb ik me optimaal kunnen voorbereiden. Er was toch niks anders te doen dan boksen. De laatste maanden gaat het echt goed. Ik ben er meer dan ooit klaar voor.'