Inge Grognard was veertien toen ze Martin Margiela leerde kennen. Ze zat op school in Genk met Josiane Margiela, een nicht van de toekomstige ontwerper. De jaren zeventig waren nog maar pas begonnen. 'Josiane en ik zijn op de eerste schooldag vriendinnen geworden en dat zijn we nog altijd. Ook met Martin klikte het meteen. We waren in dezelfde dingen geïnteresseerd. We gaven al ons zakgeld uit aan kleren. Op zaterdag gingen we shoppen in Maastricht. We waren obsessed. Door mode. Door Fiorucci in het bijzonder.'
...

Inge Grognard was veertien toen ze Martin Margiela leerde kennen. Ze zat op school in Genk met Josiane Margiela, een nicht van de toekomstige ontwerper. De jaren zeventig waren nog maar pas begonnen. 'Josiane en ik zijn op de eerste schooldag vriendinnen geworden en dat zijn we nog altijd. Ook met Martin klikte het meteen. We waren in dezelfde dingen geïnteresseerd. We gaven al ons zakgeld uit aan kleren. Op zaterdag gingen we shoppen in Maastricht. We waren obsessed. Door mode. Door Fiorucci in het bijzonder.' 'De vaders van Josiane en Martin waren allebei kappers', vertelt ze nog over haar jeugd. 'Mijn vader liet zijn haar knippen bij de vader van Martin.' Inges ouders stonden in het onderwijs. 'Mijn vader speelde piano, mijn moeder zong opera. Ze waren muzikaal geschoold, maar dus heel klassiek. Mijn eerste single was er eentje van Creedence Clearwater Revival, gekregen van een vriendin. Ik had geen platenspeler. En ik kreeg geen platenspeler, want mijn ouders zweerden bij concerten. We hadden zelfs geen radio thuis, omdat ze die klank niet goed genoeg vonden. Het heeft heel lang geduurd voor ik dat plaatje eindelijk kon spelen.' Ze is gevlucht op haar zeventiende, in 1975. Naar Antwerpen, met Josiane en Martin. 'Ik moest mezelf wegtrekken van een leven dat ik niet wou', zegt ze. Ze studeerde schoonheidszorg in Berchem. 'Mijn ouders hadden me liever naar de universiteit zien gaan. Maar ik wou absoluut make-up doen. Geen mode, nee: ik wou op mijn domein de beste zijn, en ik wist dat ik nooit de beste ontwerper zou worden.' Achteraf werkte ze een jaar bij Hair Studio, een grote zaak aan de Frankrijklei. 'Manicure en pedicure. eerste lookbook wou doen? Ik heb onmiddellijk ja gezegd.' 'Hoe Demna het DNA van Martin gemixt heeft met sportswear en jongerencultuur, dat vind ik bijzonder. Toen ik die eerste collectie van Vetements zag, vroeg hij of zijn kleren me aan iemand deden denken. En ik heb geantwoord: 'Ja, natuurlijk, maar ik ben blij dat jij iets verderzet dat in feite niet meer bestaat.' Vetements heeft mij opnieuw zin doen krijgen in mode, zin om er volle bak voor te gaan. Zulke momenten zijn zeldzaam, en ik ben altijd blij als ik er eentje van dichtbij kan meemaken.' Grognard heeft sindsdien gewerkt aan shows en campagnes voor Balenciaga, maar ook voor cultlabels als Rick Owens, Hood By Air, GmbH, Mugler (met ontwerper Casey Cadwallader), Eckhaus Latta, Section 8 en 1017 ALYX 9SM, het cultmerk van de Amerikaanse ontwerper Matthew Williams, die deze maand debuteert bij het Franse luxehuis Givenchy. 'Ik ben altijd blij als ik met mensen kan werken van wie ik nog iets kan leren.' 'In mijn hoofd ben ik geen doorsnee make-up artist', vertelt ze. 'Ik ben ook geen Artiest met een grote A, dat weet ik wel. Ik zit ergens tussenin.' 'Etaleren wat ik allemaal kan, dat interesseert mij niet. Ik laat mijn make-up altijd onafgewerkt. Er is altijd een ruw kantje aan. Ik kan me dat veroorloven omdat ik mijn vak perfect beheers. Zo maar wat klatsjen op een gezicht is gemakkelijk. Om het goed te doen, moet je weten hoe een gezicht in elkaar zit. Je moet je vak kennen voor je kunt experimenteren.' Ze vindt de persoonlijkheid van een model belangrijk. 'Als je pas begint, geef je daar niet om. Dan ben je vooral met je eigen ego bezig. Dan wil je overal je stempel op drukken. Ik heb ooit zangeres Liliane Saint-Pierre een make-over gegeven voor een televisieprogramma op de BRT. Die was daar niet mee opgezet. Tegenwoordig houd ik rekening met de persoon die voor me zit. Dat is veel fijner. Vroeger kon ik echt kwaad worden als een belangrijk model net voor een show in het geniep wat blush over mijn make-up aanbracht. Ik vond dat een gebrek aan respect. Nu denk ik: doe maar, wees jezelf. Daarvoor ben je uiteindelijk ook gecast.' Ik deed dat niet graag, maar we kregen in die tijd veel fooien. Toen ik het daar beu was, ben ik verder gaan studeren. Chemie, maar dat heeft niet lang geduurd. Ik heb uiteindelijk nog twee jaar regentaat gedaan in Gent, haartooi en esthetiek. Op een dag hebben ze me daar op het matje geroepen. Ze vonden dat ik niet correct gekleed ging. Ik zag er niet uit als een lerares. Ik weet niet eens meer wat ik droeg. Geen écht rare kleren. Ik ben nooit een punkette geweest. Maar ik was ook geen schooljuf. Ik heb geantwoord dat ik me geen andere kleren kon veroorloven en daar is het bij gebleven.' 'We gingen vaak uit. Naar de Cinderella's, naar de OK Club. Op zondagnamiddag gingen we naar de Popcorn in Vrasene. Daar was het feest tot 10 uur 's avonds. Tuborg, iedereen op tafel. En vervolgens trokken we naar de homoclubs van Antwerpen: de Marcus Antonius, de Valentino.' Ergens onderweg leerde Grognard de man van haar leven kennen, fotograaf Ronald Stoops, met wie ze sinds 1981 geregeld samenwerkt. 'We hebben vaak zware discussies. Maar dat is goed.' Haar allereerste professionele opdracht was overigens een shoot voor Mode, dit is Belgisch, met Stoops. Via Martin Margiela was ze intussen ook bevriend geraakt met de modestudenten van de Academie: Dirk Bikkembergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Van Saene en Marina Yee. De Zes van Antwerpen werden de eerste Belgische ontwerpers van belang, en Grognard was erbij toen ze in Londen halverwege de jaren tachtig samen hun collecties presenteerden. 'Londen was heksenwerk. Ik herinner me dat elke ontwerper een eigen hokje had. Ik rende van het ene hokje naar het andere. Van assistenten was nog geen sprake. Bovendien liep ik ook nog mee als model in de show van Ann Demeulemeester.' Ze herinnert zich ook een reis naar Italië, voor een presentatie van de Zes in Firenze. 'We deelden één mobilhome en enkele tentjes. We hadden geen geld. Nochtans heb ik niets dan goede herinneringen aan die periode, net voor iedereen zijn eigen weg ging. In Parijs gingen we samen naar de shows kijken: Mugler, Montana, Sonia Rykiel, France Andrevie. Soms raakten we binnen met onze gekopieerde uitnodigingen, soms niet. De indrukwekkendste show die ik toen heb gezien was er een van Jean Paul Gaultier in Salle Wagram, niet ver van de Champs-Élysées. Dat was puur spektakel. Er gebeurde iets. Bij de Japanners lukte het nooit. Die collecties kregen we pas te zien wanneer ze in de winkels lagen. Bij Jenny Meirens, die in Brussel Crea en Comme des Garçons had ( Meirens was niet veel later de medeoprichter van Maison Martin Margiela, red.). Ik heb nog altijd een cardigan van Yohji Yamamoto uit die periode, grijs met zwarte bollen. 17.000 frank heeft die gekost. Ik moest daar toen lang voor sparen.' Margiela vroeg haar voor zijn debuutshow in Parijs, in 1989, in Café de la Gare. 'In één woord: chaos. Ik kreeg dat niet gebolwerkt. De backstage was een heel donkere, moeilijke ruimte.' Of ze besefte hoe bijzonder dat moment was? 'Nee. Je zit in die flow en je doet je werk. En daarna bepaalt de tijd of iets historisch wordt of niet. Die dag was er vooral veel kritiek. 'Dit is echt álles waar ik niet op zit te wachten', zei iemand. En iemand anders: 'Is dat make-up?' Mensen konden het niet plaatsen. Ik werd daar heel emotioneel van.' Grognard en Margiela werkten twintig jaar samen, tot de ontwerper bij zijn eigen huis vertrok. 'Ik denk dat hij er gewoon geen zin meer in had. Hij moest te veel doen. Hij heeft me ook altijd gezegd dat hij niet oud wilde worden in de mode. En ik denk dat hij het verhaal dat hij wilde vertellen, helemaal heeft verteld. Martin is heel belangrijk voor me geweest: hoe hij zijn collecties benaderde, hoe hij teruggreep naar dingen die je al kende en ze vervormde tot iets dat van hem was. Ik ben daar heel dankbaar voor. Er was toen ook meer tijd. Je kon rijpen, maturiteit kweken. Ik had dat nodig. We hadden dat allemaal nodig.' Ze heeft, op enkele uitzonderingen na, altijd voor onafhankelijke ontwerpers gewerkt. Aanvankelijk vooral Belgen: Van Beirendonck (sinds jaar en dag), Demeulemeester (tot ze op een bepaald moment voelde dat ze moest kiezen tussen Demeulemeester en Margiela; ze koos voor haar jeugdvriend, maar is altijd bevriend gebleven met Demeulemeester), Van Noten (sinds vorig seizoen opnieuw een klant, na twintig jaar onderbreking), Bikkembergs, en later ook A.F. Vandevorst, de eerste shows van Raf Simons en Veronique Branquinho, Peter Pilotto, Christian Wijnants. 'Tot 1998 kende niemand me buiten België. Ik had geen agentschap. Er was geen Instagram, zelfs geen mobiele telefoons. Of dat frustrerend was? Dat werd het uiteindelijk wel. In 1998 was er veel aan het bewegen in Antwerpen. De nood om uit te breken was groot. Intussen heb ik de schade ingehaald.' Grognard had nooit gebrek aan werk. Haar reputatie bleef altijd uitstekend en bovendien vormde ze een rechtstreekse link met de Belgische modegeschiedenis. 'Ik heb altijd op mijn gevoel vertrouwd,' zegt ze, 'en mijn gevoel heeft me nooit echt in de steek gelaten. Ik ben ook altijd consequent gebleven en loyaal aan de mensen in wie ik geloof.' Ze ziet zichzelf als 'underground, nog steeds.' Een jaar of vijf geleden nam haar carrière nochtans een nieuwe wending. Ze begon te werken voor Vetements, waarna een nieuwe generatie ontwerpers haar ontdekte, of herontdekte. 'Ik had al een zwak voor Demna toen hij nog aan de Academie studeerde', vertelt ze over Demna Gvasalia, de ontwerper van Vetements (hij is er sindsdien opgestapt en focust nu op Balenciaga). 'Hij werkte in de studio van Louis Vuitton toen hij me belde. Hij was in het grootste geheim bezig met het opstarten van Vetements. Of ik de make-up voor zijnIntussen zit Grognard al zes maanden thuis. 'Ik heb sinds 3 maart welgeteld drie jobs gedaan, van huis uit dan nog. Ik heb het moeilijk gehad. De eerste maanden voelde ik me verlamd, leeg. Op een bepaald moment heb ik een to-dolijst gemaakt. Ik heb gezegd: dit is ernstig, zeker voor een contactberoep als het mijne. Ik heb mijn huis aangepakt, kamer na kamer. Ben laat naar bed gegaan, laat opgestaan. Ik ben nooit een ochtendmens geweest. Ik heb gebingewatcht, en ik heb geduld gehad. Maar de extra maand isolement die er in augustus bij kwam, viel me heel zwaar. Ik voelde dat ik mijn geduld aan het verliezen was. Ik had een aantal jobs in het buitenland, maar die heb ik moeten afzeggen. Al zijn er natuurlijk mensen die er veel erger aan toe zijn.' Ze kijkt uit naar het najaar. Balenciaga heeft haar geboekt, en een nieuwe, bijzondere klant waarover ze nog niets kwijt kan. Wat haar betreft, hoeft niet alles exact te worden zoals vroeger. 'De hele ratrace was toch wat eng geworden. Vorig seizoen was ik in New York, Milaan en Parijs. Het stopt nooit. Werk, sociale verplichtingen. Het mag allemaal iets minder. Maar ik mis de shows, de ambiance waar je wordt ingezogen, zoals op een concert. Het kippenvelmoment, als het goed is. Digitaal krijg je zoiets niet. De beleving is weg. Ik ben een mens met veel emoties, en die kan ik nu niet kwijt.'