Volgens mij zijn de mensen die het positiefst in het leven staan mensen die weten wat het is om af te zien, om je anders of eenzaam te voelen. Ik vind het vandaag ontzettend belangrijk om een boodschap van optimisme de wereld in te sturen. Ik ben niet altijd zo positief geweest. Ik ben pessimistisch van aard, heb last gehad van depressie en geleefd met angst. Als tiener leek alles vreselijk en uitzichtloos. Ik had een negatief zelfbeeld. Toen ik veertien jaar was, begon elke dag met de gedachte: jij zult nooit iets kunnen betekenen voor iemand. Jij gaat je dromen niet waarmaken. Jij bent anders en mensen zullen jou nooit aanvaarden. Dat lijken normale gedachten voor een puber. Je hele hormonale huishouding staat op z'n kop, alles verandert snel en alles is een groot drama. Voor mij kwam daar dan ook nog eens mijn beperking bij.

Ook in mijn beperking ben ik niet normaal. Op een conferentie over albinisme werd ik aan de deur gezet omdat mijn ogen blauw zijn.

Door mijn albinisme heb ik heel mijn jeugd het gevoel gehad dat ik nergens thuishoor, zelfs niet bij andere mensen met albinisme. Want ook in mijn beperking ben ik niet normaal. Dat kreeg ik als kind toch te horen. Ik ging samen met mijn moeder naar een conferentie over albinisme en werd aan de deur gezet omdat mijn ogen blauw zijn - de meeste mensen met albinisme hebben paarse ogen.

Weinig informatie

Voor mijn ouders is het ook niet altijd evident geweest. Mijn huid is wit door mijn albinisme, maar mijn familie heeft een zwarte huidskleur. Als kind kon ik daar misbruik van maken. Toen ik in de speelgoedwinkel eens mijn zin niet kreeg, zette ik de boel op stelten: 'Help! Dit is mijn moeder niet!' Daar reageren mensen op: een vrouw van kleur met een blank kind, dat kan niet kloppen. Mijn moeder werd op straat geregeld aangesproken door politieagenten met argwaan. Dan zwaaide ze met identificatiegegevens: 'Dit is echt mijn dochter!'

© SENNE VAN DER VEN

Wat mensen weten over albinisme is vaak verkeerd. Er wordt te weinig onderzoek naar gedaan en iedereen moet zelf maar zien uit te vissen wat werkt en niet werkt. Ik ben van de ene dokter naar de andere gegaan en werd slecht geïnformeerd over mijn albinisme. Niet elke dokter beseft dat een kind van acht misschien niet begrijpt wat er aan de hand is. Pas heel recent heb ik een gedreven oogarts gevonden die hemel en aarde beweegt om mij te helpen. Door mijn albinisme heb ik veel problemen met licht, dat komt bij mij veel feller binnen dan bij normale mensen. Mijn zicht is dus heel slecht. Daardoor ben ik ook heel snel vermoeid. Ik heb extra begeleiding nodig. En daar toegang toe krijgen, was niet altijd eenvoudig.'

Vuile albino

Mijn moeder komt uit Zimbabwe en daar heb ik de eerste helft van het eerste leerjaar doorlopen. Mijn albinisme is er nooit een probleem geweest. Tijdens de les kwam er iemand naast mij zitten om mij te helpen met het nemen van notities en met het lezen van wat er op het bord geschreven stond. In Zimbabwe is albinisme dan ook heel normaal, daar werken zelfs mensen met albinisme voor de televisie. Ik ben er nooit gepest geweest, voelde mij er nooit anders.

Maar eenmaal terug in België begon het naroepen, het staren. Ik was erg gesloten, want ik ging ervan uit dat als ik mensen te dicht bij mij liet komen, het alleen maar fout kon aflopen. Ik geloofde dat iedereen mij uiteindelijk wel zou kwetsen. Na school ging ik meteen naar huis. Pesters riepen: 'Vuile albino!' Ze hebben eens mijn e-mailadres gehackt en in mijn naam smerige berichten naar vreemden gestuurd.

© Senne Van der Ven

Ik ben vaak van school moeten veranderen door dat pestgedrag. Leerkrachten waren ook niet altijd even vriendelijk tegen mij en hielden geen rekening met mijn beperking. Ze zeiden: 'Je kunt goed mee met de rest, jij hebt geen speciale behandeling nodig.' Ik ben geweigerd op de middelbare school waar ik graag wilde studeren. De directie had een dossier opgesteld waarin stond dat mijn handicap te lastig was voor hen. Ze noemden me asociaal. Dat was hard. Na die afwijzing voelde ik me heel slecht. Ik had het gevoel dat ik mij op mijn studie moest storten. Als ik goede punten haalde, redeneerde ik, zou ik niemand reden tot ergernis geven. Dat liep uit de hand. Ik werd perfectionistisch. Een slecht resultaat bracht me volledig van mijn stuk. Ik was absurd streng voor mezelf.'

Goeie vrienden pushen

'Ik heb die knop pas echt kunnen omdraaien toen ik naar de universiteit ging en voor het eerst alleen ging wonen. Op kot heb ik ontdekt dat ik tot veel meer in staat ben dan ik zelf mogelijk achtte. De eerste maanden zat ik nog vast in mijn patroon van sociaal isolement. Ik sloot mij op in mijn kamertje om te studeren. Pas tegen de eerste examenperiode leerde ik mijn kotgenoten kennen: 'Wie ben jij eigenlijk? Wij hebben jou hier nog nooit gezien!' (lacht)

Mijn vrienden hebben mij geholpen om op te bloeien. Plots kon ik bijvoorbeeld uitgaan. Een nacht gaan dansen is een normale ervaring voor een tiener of twintiger, maar voor mij was het altijd een gevarenzone. Om een voorbeeld te geven: ik zie een auto in het donker niet aankomen en zou zomaar aangereden kunnen worden. Om veilig thuis te komen, moest ik dus andere mensen vertrouwen, en dat durfde ik niet. Maar mijn vrienden overtuigden me: 'Jij gaat mee feesten met ons, punt uit.'

Je hoort altijd dat modellen gemeen en bitchy zijn. Maar als outsider kon ik op veel steun rekenen.

Ik heb het geluk dat ik vrienden heb gevonden die mij pushen om mijn grenzen te verleggen, die nieuwsgierig zijn naar hoe ik de wereld ervaar en die daar rekening mee houden. Dankzij hen ben ik nu ook het proces gestart om een blindengeleidehond aan te vragen. Ik heb geleerd dat het oké is om hulp te vragen, dat ik daar recht op heb. Dat heeft veel gedaan voor mijn zelfvertrouwen.'

Model op sneakers

'Toen een talentscout voor een modellenbureau mij op straat aansprak, viel ik uit de lucht. Ik, model? Na opgegroeid te zijn als buitenbeentje, leek het bijna lachwekkend. Ik werd uitgenodigd voor een castingdag en wilde in eerste instantie zelfs niet gaan. Wat had ik daar te zoeken? Ik lag nog in bed toen mijn moeder mij kwam overhalen: 'Ga je toch niet proberen? Je weet maar nooit.'

Op de castingdag kwam ik aan op sneakers, ik wist niet eens dat ik schoenen met hakken moest meebrengen. Meer nog, ik had nog nooit in mijn leven op hoge hakken gelopen. (lacht) Ik wist totaal niet hoe ik dat moest doen en ik ben die dag zo vaak gevallen. Leren stappen als een model is vreselijk vermoeiend en pijnlijk, dat is iets waar ik nooit bij had stilgestaan. Je gaat ervan uit dat het niet zo moeilijk kan zijn. Modellen moeten er toch gewoon goed uitzien, niet? Maar nee, het is echt een kunst om die job onder de knie te krijgen.

Gelukkig hielpen de andere meisjes op die castingdag mij meteen. Ze gaven tips, moedigden mij aan. Ik heb altijd gehoord dat modellen gemeen en bitchy zijn. Daar heb ik nooit iets van gemerkt. Als outsider heb ik in de modellenwereld altijd op veel steun kunnen rekenen van de meer doorgewinterde meisjes, er is veel vriendschap in de sector.

Voor veel meisjes is modellenwerk een grote droom, bij mij was het zelfs nooit opgekomen. Ik ben absoluut niet voor het vak gemaakt. Ik heb dan ook alles al gehoord: dat ik niet genoeg ervaring heb, dat ik niet groot genoeg ben, en uiteraard dat ik zou moeten afvallen...

Maar ik heb een olifantenvel gekweekt. Daarom was ik totaal niet nerveus voor mijn eerste catwalk. Als ik op mijn bek ga, houden ze er tenminste een virale YouTube-video aan over, dacht ik. (lacht) Het ging zo goed dat de ene opdracht na de andere binnenrolde, ik liep show na show. Daarna stopte ik ermee, met uitzondering van enkele kleine klusjes. Ik had rijk kunnen worden van dat modellenwerk, maar het is mijn passie niet. Nu wil ik vooral via mijn blog en sociale media mijn verhaal met mensen delen. Ik wil iedereen tonen dat je goed genoeg bent, welke bagage je ook met je meedraagt.'

Lisa Winckelmans blogt op simplebylisa.com en is actief op Instagram als @simplebylisa.