Ik heb de dingen altijd graag op mijn manier gedaan. Dat speelde mee toen ik destijds voor de École Boulle in Parijs koos: niemand in mijn familie had een artistiek beroep, dus zou ik interieurarchitect worden. Vervolgens raakte ik gefascineerd door de materialen waarmee juweelontwerpers werken en het artisanale aspect, waardoor ik nadien, op mijn twintigste, meteen in het vak rolde. Veel anderen kwamen uit juweliersfamilies en traden vooral in de voetsporen van hun ouders. Vandaag zijn jongeren bedachtzamer en is juweelontwerpen een roeping: ze hebben vaak al andere designberoepen uitgeoefend en kiezen er bewust voor.
...

Ik heb de dingen altijd graag op mijn manier gedaan. Dat speelde mee toen ik destijds voor de École Boulle in Parijs koos: niemand in mijn familie had een artistiek beroep, dus zou ik interieurarchitect worden. Vervolgens raakte ik gefascineerd door de materialen waarmee juweelontwerpers werken en het artisanale aspect, waardoor ik nadien, op mijn twintigste, meteen in het vak rolde. Veel anderen kwamen uit juweliersfamilies en traden vooral in de voetsporen van hun ouders. Vandaag zijn jongeren bedachtzamer en is juweelontwerpen een roeping: ze hebben vaak al andere designberoepen uitgeoefend en kiezen er bewust voor. Mijn rol in de studio heeft iets van een kameleon. Ik breng met mijn jarenlange ervaring de taal van het huis over op twaalf ontwerpers en vorm als het ware de rode draad van de collectie, maar het draait niet alleen om mijn visie: in werkelijkheid verplaats ik me voortdurend in twaalf verschillende mensen en stijlen en probeer ik om hun creatieve logica te begrijpen. Ik heb zelf altijd mijn vrijheid opgeëist - voor mij is het evident dat ik die ook aan anderen geef. Juweelontwerpers werken met de emoties die edelstenen in hen oproepen. Wanneer de edelstenen aankomen in het atelier en de ontwerpers ze voor het eerst ontdekken, zie je meteen tot welke ze zich het meest aangetrokken voelen - een magisch moment waarvan de uitkomst niet vastligt. Het uiteindelijke juweel is altijd een kwestie van dialoog: van de wisselwerking tussen steen en ontwerper, en de associaties en ideeën die daarbij opborrelen.De pandemie heeft de vraag naar nieuwigheden niet geminderd. Het verlangen naar durf en vernieuwing is groot, denk aan ongewone combinaties van stenen en kleuren of transformeerbare juwelen voor verschillende momenten van de dag. Onze recentste collectie Sur Naturel is helemaal in die geest ontstaan: we wilden nog verder gaan in onze creatieve vertaling van de natuur en die op een abstractere manier uitdrukken. Eigenlijk is dat wat ons als studio elke dag stimuleert: nieuwe deuren openen en nieuwe dingen doen, en ondertussen toch een duidelijke koers varen. De rijkdom van onze studio is zijn diversiteit. De grondleggers van Cartier reisden om inspiratie op te doen, vandaag hebben we de hele wereld in huis. Dan denk ik niet alleen aan het feit dat onze medewerkers uit verschillende landen komen, maar ook aan de wederzijdse uitwisseling van ideeën en kennis tussen verschillende generaties en een gezond evenwicht tussen mannen en vrouwen, iets waar in het begin van de jaren tachtig nog geen sprake van was. Vooroordelen kunnen we ons niet permitteren: we hebben elkaar nodig om van anderen te leren en elkaar te voeden. Via mijn werk doorkruis ik verschillende tijdperken. Op designvlak omdat de juwelen zowel in de geschiedenis van Cartier als in het nu verankerd moeten zijn - een delicate evenwichtsoefening - maar ook op technisch vlak. Bepaalde ambachtelijke tradities blijven dan wel, de ateliers van vroeger zijn niet die van vandaag. Hoe dan ook is het niet interessant om louter naar de mode te kijken. Elk juweel is een drager van zijn tijd en er zijn altijd subtiele stijlkenmerken die toelaten om het te dateren, maar mode is per definitie iets dat voorbijgaat. Ontwerpen is het onbekende verkennen. Dat is de enige manier om verrassende dingen te doen: door uit je comfortzone te komen en vooreerst jezelf te vernieuwen. Vroeger moedigde ik mezelf aan om andere wegen te bewandelen dan degene die me sowieso al aantrokken, nu probeer ik andere ontwerpers zover te krijgen dat ze zichzelf in vraag stellen. Daarom is het ook zo belangrijk dat ze van musea en kunst proeven en andere omgevingen en periodes opsnuiven. Ontwerpers zijn van nature sponzen die alles wat ze zien en horen absorberen - vroeg of laat laten die ontdekkingen sporen na. Een sieraad vertelt nooit slechts één verhaal. Het is tegelijk het verhaal van een edelsteen en van de maker die hem verfraaide, maar ook het verhaal van de drager, diens aura en wat die persoon er van zichzelf in projecteert. Wat mijn verbeelding het meest doet werken, zijn juwelen die van de ene op de volgende generatie overgedragen worden: dan vernieuwt het verhaal zich telkens opnieuw.