Voor de expo 'Textiel in Verzet' gebruiken journaliste Samira Bendadi en fotografe Mashid Mohadjerin kleding en textiel om je onder te dompelen in verhalen die religieuze, culturele en nationale grenzen overschrijden. Migratie is voor zowel Bendadi als Mohadjerin een belangrijk deel van hun leven. Hun zoektocht begon in Antwerpen, maar de verhalen die ze brengen nemen ons mee naar andere delen van de wereld, naar Parijs en Beiroet maar evengoed naar Aleppo en Kaboel. Bij de tentoonstelling hoort ook een publicatie, waar wij het hoofdstuk 'Africa is coming' uit mogen delen.

Textiel met traditie

Vrijdag 28 februari 2019. Het is druk in Sonna, de stoffenwinkel in de Van Immerseelstraat achter het Centraal Station in Antwerpen. Een jonge vrouw zoekt tussen het kleurrijke en mooi gevouwen textiel een stuk stof uit om op het hoofd te dragen. Ze wil iets met een Ghana-print, dat vindt ze mooi. Nu haar zwangerschap zichtbaar is, wil ze in een Afrikaanse outfit een foto van zichzelf nemen en naar haar oma in Kameroen sturen. Een andere dame wil stof kopen voor haar zus in Ghana die binnenkort gaat trouwen. Via WhatsApp laat ze haar een eerste selectie zien, zodat ze mee kan helpen kiezen. De jonge Nadia en haar twee vriendinnen komen een stof uitzoeken om in op te treden.

De aantrekkingskracht van al wat als Afrikaans wordt beschouwd, is groot - ook bij jongeren.

Op 1 maart wordt in Gent de tweede editie van de Belgische Black History Month geopend met een Afrikaans bal. 'Wij willen alle drie dezelfde stof met dezelfde print. Maar elk van ons gaat het op haar manier dragen', vertelt Nadia. 'Dat is de traditie. Wij dragen als familie of als vrienden allemaal dezelfde stof, alleen de stijl verschilt. Op die manier tonen we aan dat we bij elkaar horen.'

Kleren van ontwerpster Kristel Bukasa op een show tijdens de Africa Fashion Week - Plantentuin Meise, België (2019) © Mashid Mohadjerin

Afrikaanse wax is in. Een hemd, een vestje, een das... Het zijn niet alleen activisten, die via hun kledij een statement willen maken, die waxstoffen in hun outfit integreren. De aantrekkingskracht van al wat als Afrikaans wordt beschouwd, is groot - ook bij jongeren. De trend is duidelijk zichtbaar in steden als Antwerpen, Brussel en Parijs. De vraag naar Afrikaanse mode is toegenomen, maar Afrikaanse kleermakers vinden is niet evident - of toch niet voor buitenstaanders. Zelfs niet in Matongé, de wijk in de Brusselse gemeente Elsene die zijn naam dankt aan de eerste Afrikaanse diaspora begin jaren zestig, toen vooral Congolezen zich in de hoofdstad kwamen vestigen.

'Toen ik met dit beroep begon, dacht ik dat ik een van de laatste kleermakers zou zijn. Afrikaans textiel was voor de mama's. Maar nu willen jonge mensen die nooit een voet in Afrika hebben gezet op al hun feestelijke gelegenheden, van doop tot verloving en huwelijk, in een Afrikaanse outfit opdagen', vertelt de 49-jarige Idriss. De uit Senegal afkomstige kleermaker werkt al zijn hele leven in de textielhandel. 'Ik maak nu moderne kledij in Afrikaanse stijl. Er zijn ceremonies die volledig in Afrikaanse stijl worden gehouden. Zelfs sterren in Amerika appreciëren nu de Afrikaanse mode', stelt Idriss vast.

Afrika heeft alles. Het heeft talent, knowhow, ervaring en grondstoffen. Het is belangrijk om die culturele eigenheid te behouden.

Pathé Ouédrago

Het atelier van Idriss bevindt zich in een galerij die zowel op de Waversesteenweg als op de Elsensesteenweg uitgeeft. De gentrificatie van de wijk is er al jaren bezig en de huurprijzen stijgen gestaag. Mensen huren samen een ruimte om de huur te kunnen delen, weet Alice, een verkoopster in een zaak voor schoonheidsproducten aan de Waversesteenweg. Maar het zijn vooral de kapperszaken die er domineren. Niet zelden moet je je langs kapsters en hun klanten wringen om tot bij een van de kleermakersateliers te geraken. Het is ook via de smalle en steile trap van een kapsalon dat ik in het kleine atelier van Alpha Dialo terechtkom. 'Ik ben van Guinea. Spijtig genoeg!', zegt Alpha Dialo in één adem als ik hem vraag van welk land hij afkomstig is. Niet het antwoord dat ik verwachtte. Guinea moet een arm land zijn, denk ik dan. 'Waarom vindt u dat spijtig?', vraag ik. 'Omdat we deze naam niet zelf gekozen hebben. Frankrijk heeft hem voor ons bedacht', antwoordt hij. En hij somt de landen op die de naam Guinea hebben: 'Het zijn er drie. Er is zelfs een eiland in Australië dat Nieuw-Guinea heet.'

Economische en culturele dekolonisatie is een situatie die deel uitmaakt van het dagelijkse leven van mensen met een Afrikaanse achtergrond

Alpha is afkomstig uit Guinea-Conakry, een land dat de op een na grootste producent ter wereld is van bauxiet en een bodem bezit die rijk is aan goud en diamant. Maar de naam is niet door de Fransen bedacht, zoals Alpha denkt. Blijkbaar hebben de Fransen hem van de Spanjaarden overgenomen en die op hun beurt weer van de Portugezen. De naam zou van het Berberse woord 'Iginawen' afkomstig kunnen zijn, wat 'zwarte mensen' betekent. Welke naam Alpha aan Guinea zou geven mocht hij daartoe de kans krijgen, dat kan hij niet meteen zeggen. Hij heeft er nooit over nagedacht. 'Er waren namen voordat de Europeanen naar Afrika kwamen, dat staat vast, maar we zijn zo lang gekoloniseerd geweest dat we die niet meer kennen', lacht hij. Ook de officiële taal van het land is niet wat de mensen thuis spreken. Peul is de moedertaal van Alpha. Soms vind je binnen een gezin een vader die één taal spreekt en een moeder met een andere moedertaal. Maar Frans blijft de officiële taal in het land, en ook dat vindt de kleermaker jammer.

© Mashid Mohadjerin

Dekolonisatie, de term die nu door activisten met een migratieachtergrond gebruikt wordt om een volwaardig burgerschap in westerse samenlevingen op te eisen, is hier geen abstract begrip. Economische en culturele dekolonisatie is een situatie die deel uitmaakt van het dagelijkse leven van mensen met een Afrikaanse achtergrond. Bij de kleermakers in de Matongéwijk is het iets wat ze elke dag aanraken, waar ze doorheen snijden met de schaar en waaraan ze met naald en draad steeds nieuwe gestalte trachten te geven.

Mode als motor

Dat er meer en meer vraag is naar Afrikaanse mode is een goede zaak, vindt Idriss. Voor hem betekent dat op de eerste plaats dat er toekomst is voor mensen in zijn vak. Het is ook een teken van groeiend zelfvertrouwen en trots op de eigen identiteit. Maar bestaat er wel zoiets als de Afrikaanse identiteit? En wat betekent dat dan precies? In de gesprekken met Alpha Dialo en Idriss, waarin zich ook af en toe een klant mengt, verwijst de Afrikaanse identiteit toch vooral naar de huidskleur. Afrikaan zijn is een donkere huidskleur hebben. Afrikaan zijn, dat is zwart zijn. Religie, taal en etnische afkomst blijven op de achtergrond.

Het verhaal van de wax - het feit dat de stof haar oorsprong vond in Azië, want geïnspireerd op de Indonesische batik, en eind negentiende eeuw door het Nederlandse bedrijf Vlisco op het Afrikaanse continent werd geïntroduceerd - kennen de twee kleermakers niet, en eigenlijk interesseert het hen ook niet. Wat zij weten is dat elk land zijn eigen prints heeft en dat die van Ghana het populairst zijn, dat de beste waxstoffen uit Nederland komen en dat de Chinese wax van minder goede kwaliteit is, en dat het vooral belangrijk is dat Afrikaans textiel in Afrika geproduceerd moet worden, door Afrikaanse bedrijven. Daar draait het om. Het gaat uiteindelijk om economie.

Een uitkering van het OCMW krijgen is voor de jonge generatie een belediging. Daarom geloof ik dat het gaat veranderen

Alpha Dialo

En dat vindt ook Pathé Ouédrago, de artistiek directeur van Pathé'O, het modemerk uit Ivoorkust dat internationaal bekend werd nadat Nelson Mandela hemden van het huis gedragen had aan het begin van zijn presidentschap. Volgens de Burkinese stylist is er meer bewustzijn nodig over het economische belang van mode. Mode kan deel uitmaken van ontwikkeling, van de industrie van morgen. Het kan voor werkgelegenheid zorgen. 'Afrika heeft alles. Het heeft talent, knowhow, ervaring en grondstoffen. Het is belangrijk om die culturele eigenheid te behouden. Afrikanen hoeven niet op anderen te lijken', zo zei hij in een interview naar aanleiding van de voorstelling van Croisière 2020, de collectie van Dior die volledig geïnspireerd is op Afrikaanse mode. Voor deze collectie, waarin het Franse modehuis materialen gebruikte die volledig in Afrika zijn geproduceerd, heeft Pathé'O een hemd ontworpen met een afbeelding van Nelson Mandela, een eerbetoon aan de eerste zwarte president van Zuid-Afrika.

Textiel in Verzet: Africa is Coming © MoMu Antwerp, Foto: Stany Dederen.

'Afrika is aan het opkomen. Er is geen andere mogelijkheid dan dat het beter wordt in Afrika. En dat zal gebeuren dankzij mensen zoals wij, de migranten', zegt Idriss. 'Dat is bij alle volkeren het geval geweest. Zelfs de Europeanen zijn geëmigreerd. Binnen Europa maar ook daarbuiten. Denk maar aan Amerika en aan Australië. Daar zijn het allemaal Europeanen. Hetzelfde geldt voor ons. Er zijn Afrikanen die liever hier willen blijven. Ik niet. Ik ben hier alleen om te werken en ik schaam me niet om te zeggen dat ik hier ben om dingen naar Afrika te brengen. Ik leef hier niet, ik ben hier op het veld, zo zie ik mezelf.'

'Mensen van mijn generatie wilden op de eerste plaats hier papieren krijgen', vertelt van zijn kant Alpha Dialo. 'Als we een sociale woning toegewezen kregen, waren we gelukkig. En als we een uitkering kregen, was het feest. Maar eigenlijk hebben we niets. Je wordt veertig en vijftig en wat heb je in je leven bereikt? Niets. Maar onze kinderen zijn anders. Ze willen geen sociale woning. Ze willen zelfs niet horen van een sociale woning. Zij willen een eigen huis kopen, dat is het verschil. Een uitkering van het OCMW krijgen is voor de jonge generatie een belediging. Daarom geloof ik dat het gaat veranderen.'

'Ik weet dat veel Afrikanen dit niet begrijpen, maar ik behoor niet tot diegenen die de Afrikaanse staatshoofden de schuld geven', antwoordt Idriss als ik hem vraag naar de verantwoordelijkheid van de Afrikaanse leiders. 'Ik weet dat ze geen keuze hebben, want telkens als er een staatsman is die nationalist is en van zijn volk houdt, werkt het niet. Hij wordt vermoord, of hij wordt van iets beschuldigd. Het zijn nog steeds de koloniale machten die beslissen, en het is te nemen of te laten.'

Matongé © Mashid Mohadjerin

Alle volkeren hebben te maken gehad met de westerse kolonisatie, vinden de twee kleermakers. Er zijn volkeren die stand hebben gehouden, zoals de Chinezen. Maar de mensen die het meest hebben afgezien, zijn de Afrikanen. 'Tegenwoordig zetten de westerse machten hun eigen soldaten niet meer in. Ze delen wapens uit en laten de mensen tegen elkaar vechten. Dat is de nieuwe strategie, kijk maar naar Libië', zegt Alpha. De Chinezen zijn voor Alpha het grote voorbeeld. 'Het heeft geen zin om te vechten tegen wie sterker is dan jezelf', vindt hij. 'Wij moeten doen zoals de Chinezen. We moeten observeren, analyseren en leren. Studies zijn heel belangrijk. Er zijn heel veel Afrikanen die hogere studies hebben gedaan, maar wie koopt hen? De Fransen en de Amerikanen. We moeten leren om de kennis die we vergaard hebben in Afrika te gebruiken.'

Afrika is er niet toe veroordeeld om in armoede te blijven, daar is Alpha van overtuigd. 'Iedereen wil een auto en een mooi huis hebben. Iedereen wil water en elektriciteit. De situatie is onhoudbaar. Er is geen andere keuze dan dat het beter wordt in Afrika, anders gaan mensen Europa binnenstormen. Vroeger moesten mensen een visum hebben, vandaag zwemt men tot hier. De dag dat de westerse machten dit inzien, gaan ze ons met rust laten.'

Wie de verhalen en foto's van journaliste Samira Bendadi en fotografe Mashid Mohadjerin wil bezichtigen kan van 15 november 2019 tot 16 februari 2020 terecht in Texture Kortrijk. Daarna verhuist de tentoonstelling naar Kunsthal Extra City in Antwerpen en is daar te zien van 21 maart tem 19 april 2020.

Naar aanleiding van de expo werd het boek 'Textiel in Verzet' uitgegeven door Uitgeverij Kannibaal ( 29,95 euro, tweetalige editie Engels-Nederlands, 144 pagina's)