Ze begonnen met niets, eigenlijk met minder dan niets, want noch de naaste familie van Alexander McQueen, noch de mensen die vandaag het merk voortzetten wilden aanvankelijk meewerken aan het portret van de Britse succesontwerper, die in 2010 op zijn veertigste uit het leven stapte. 'Na zijn dood waren er in de pers te veel sensatieverhalen verschenen, over drugs en gaybars, en niemand had zin om dat nog eens op te rakelen. Zijn dood was nog te vers, er was nog zoveel emotie', zeggen ze.

Alexander McQueen en model Shalom Harlow. De jurk werd nadien door robots op het podium bespoten. © Ann Ray

Laat dat nu net zijn wat de film uiteindelijk zo sterk maakt: emotie. Ian en Peter hadden één draadje, de pr-vrouw die Alexander in het begin van zijn carrière steunde. Die wilde ook het andere verhaal vertellen, van de jonge, vrolijke, oneerbiedige jongeman uit Oost-Londen die zonder één pond op zak, maar met een grote dosis geloof en passie begon te werken in de mode. Als kleermaker in de leer op Savile Row, naar St Martin's School of Art met geld van een tante die in hem geloofde, naar Milaan, waar hij zonder één woord Italiaans binnen de week in de studio van Romeo Gigli aan de slag kon.

Alexander McQueen en Kate Moss backstage (2001). © Ann Ray

'Zodra we die eerste getuigenissen hadden, konden we verder', zeggen de makers. 'We hebben uiteindelijk tweehonderd archiefbronnen aangeboord, en alle interviews, waarvan je in de film soms maar een minuut ziet, duurden minstens twee à drie uur.'

Zo konden ze aantonen dat ze een gevoelig portret maakten van een mens die toevallig een modeontwerper was, en toen waren zijn zus en zijn neef toch bereid om te getuigen. 'In de mate van het mogelijke wilden we Alexander zelf aan het woord laten', zeggen Ian en Peter. 'Gelukkig waren er wel wat interviews en stukjes homecinema.'

Maar vooral de fragmenten van zijn spectaculaire shows in Londen en Parijs getuigen van de demonen waarmee hij worstelde, en die niet altijd goed werden begrepen. 'Als je een show van mij hebt gezien, moet je ofwel walgen, ofwel in de wolken zijn. Maar vooral niet het gevoel hebben dat je net een kop thee bent gaan drinken', zegt McQueen zelf in de film. Eén ding is zeker: wie naar deze documentaire gaat kijken, zal niet het gevoel hebben dat hij taartjes is gaan eten.