Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde
...

Piet Swimberghe / Foto's Jan VerlindeDe aankleding van deze grote flat aan de oostkust maakt ons meteen het verschil duidelijk tussen interieurarchitectuur en -decoratie. Het laatste houdt de versiering in van een ruimte, de architectuur toont daarentegen de bijna naakte constructie. Deze flat is ontdaan van overbodige franjes en bestaat uit weinig meer dan een dieptegezicht van vlakken en volumes, een soort constructivistisch beeldhouwwerk waar je door kunt wandelen. Dat wordt al duidelijk als je het grondplan bekijkt, met veel in- en uitspringende muren en losse wanden. Zoals in de prachtige bibliotheek met eikenhoutfineer. Dit alles is het resultaat van een vernuftige verbouwing. Interieurarchitect Nicolas Dervichian werd gevraagd een extra ruime woning te realiseren voor een grote familie met kinderen. "Het uitgangspunt was één flat met twee kleine studio's, die we tot één geheel samensmolten. De slaapruimtes bleven wel gescheiden, maar de woonkamers, met zicht op zee, werden tot een groot vertrek herleid, zonder er een grote doos van te maken. Als je goed kijkt, merk je dat er veel steunbalken zijn bewaard. Ze werden bovendien in de structuur van de ruimte opgenomen", aldus de vormgever. Hij schonk deze balken een duidelijke functie: in de wand van de bibliotheek doen ze bijvoorbeeld dienst als pijlers. Dervichian creëerde ook drie mooie uitsnijdingen. Zoals in de bibliotheekwand, waardoor je van aan de tafel kunt zien wie er door het gangetje stapt. Daarnaast knipte hij een venster uit de keukenwand, om het contact met de eethoek te bewaren. Door de wand toch tot boven te behouden, blijft de keuken wel van de woonkamer afgescheiden. De derde uitsnijding merk je als je vanuit de eethoek naar de zithoek kijkt, waarvan het plafond iets lager is. Ook daar zie je een soort kader. Hoewel de indeling dus vrij klassiek is, met een zithoek, een eethoek en een keuken naast elkaar, bewaart deze spannende architectuur toch het gevoel van ruimtelijkheid en versterkt ze tegelijkertijd de intimiteit, want er ontstaan aparte hoekjes. Het gangetje van de bibliotheek schenkt de flat zelfs een vleugje mysterie.Er werd gekozen voor een sobere aankleding. Dervichian: "Dit past natuurlijk bij de zuivere architectonische lijn, maar het heeft ook een praktische reden. De flat moet onderhoudsvriendelijk en flexibel zijn, zodat ook anderen hier gemakkelijk kunnen logeren." Een principe dat trouwens al heel lang wordt gehanteerd voor kustappartementen: reeds in de jaren zestig werden kustflats modern ingericht, met onder meer designmeubilair van kunststof dat zowel binnen als op het terras kan worden gebruikt. Dit is ook een stijl die Dervichian nauw aan het hart ligt. De weinige meubels in de flat hebben een uitgesproken architectonisch karakter, zijn robuust en sculpturaal. Zoals de door hem ontworpen tafel met daarboven de twee monumentale lichtcilinders. Daarbij zorgen de witte stapelstoelen van Verner Panton voor een elegant, bijna kalligrafisch accent. Tussen de eethoek en de zithoek plaatste Dervichian een klein witgelakt bureau, van zijn hand, waarvan de afgeronde hoeken een knipoog zijn naar de jaren zeventig. De drie kleurrijke poefen zijn van de Milanese ontwerpster Paola Lenti, die eenzelfde geometrische en informele stijl hanteert.