De Dolomieten ? Echt ? Ah. Tof. Om te wandelen en zo ?"Als ik vertel dat ik op vakantie ga naar de bergen, is dàt meestal de reactie. Geen mens moet ooit uitleggen waarom hij naar de Côte d'Azur of naar Andalusië trekt. Het geruis van de branding, lieflijk glooiende heuvels, ze spreken voor zich. Maar wie het hogerop zoekt, krijgt vragen. Of ik van die stevige wandelschoenen heb, wordt er dan gevraagd. En dat ze niet verwacht hadden dat ik zo sportief zou zijn. Dat ben ik ook niet. Geen via ferrata's (beveiligde klimroutes) of mountainbikes voor mij, ik doe in de Dolomieten wat andere mensen doen aan de Amalfitaanse kust : wat rondwandelen, een boek lezen, lekker eten... Alles met subliem uitzicht op alpenweides, pieken en gletsjers. Op de vraag waar mijn bergzucht vandaan komt, heb ik geen duidelijk antwoord. Misschien is het dat uitzicht. Ik vind bergen mooi. Adembenemend mooi zelfs. Het soort mooi waar ik spontaan van glimlach, alsof mijn lichaam autonoom reageert op de indrukwekkende omgeving, zonder mijn brein te consulteren.
...

De Dolomieten ? Echt ? Ah. Tof. Om te wandelen en zo ?"Als ik vertel dat ik op vakantie ga naar de bergen, is dàt meestal de reactie. Geen mens moet ooit uitleggen waarom hij naar de Côte d'Azur of naar Andalusië trekt. Het geruis van de branding, lieflijk glooiende heuvels, ze spreken voor zich. Maar wie het hogerop zoekt, krijgt vragen. Of ik van die stevige wandelschoenen heb, wordt er dan gevraagd. En dat ze niet verwacht hadden dat ik zo sportief zou zijn. Dat ben ik ook niet. Geen via ferrata's (beveiligde klimroutes) of mountainbikes voor mij, ik doe in de Dolomieten wat andere mensen doen aan de Amalfitaanse kust : wat rondwandelen, een boek lezen, lekker eten... Alles met subliem uitzicht op alpenweides, pieken en gletsjers. Op de vraag waar mijn bergzucht vandaan komt, heb ik geen duidelijk antwoord. Misschien is het dat uitzicht. Ik vind bergen mooi. Adembenemend mooi zelfs. Het soort mooi waar ik spontaan van glimlach, alsof mijn lichaam autonoom reageert op de indrukwekkende omgeving, zonder mijn brein te consulteren. Bergen vervelen ook nooit. Zo'n Middellandse Zee ligt daar gewoon wat te liggen, maar het uitzicht op de Sella-keten vanop mijn balkon verandert elke minuut van de dag. Het samenspel van licht en bergen is magisch. In de ochtendzon lijken de flanken in vuur te staan en wordt elk detail van de rotswanden opgelicht, overdag spelen wolken poppenkast en tekenen ze vreemde figuren op het stenige canvas, en als de zon achter de bergen ondergaat lijken ze plots maar twee dimensies meer te hebben, als waren ze een kindertekening. En in de winter, als het gesneeuwd heeft, lijkt het of de bergen zelf licht geven. Nu ben ik een amateur als het op bergliefde aankomt. Misschien moet ik in mijn queeste naar een verklaring te rade gaan bij een expert. Reinhold Messner bijvoorbeeld, 's werelds meest gerenommeerde bergbeklimmer, die niet alleen elke rotswand in de Dolomieten kent, maar ook de eerste man was die de Everest zonder extra zuurstof en een paar jaar later ook nog eens solo beklom. Hij was de eerste die op de top stond van de Seven Summits (de hoogste bergen op elk van de zeven continenten) en beklom alle achtduizenders. Hij werd in de Dolomieten geboren, woont er nog steeds en richtte in Zuid-Tirol niet minder dan zes Messner Mountain Museums in. De man weet iets van bergen, dus. "Ik weet vooral dat we er eigenlijk niet thuishoren", lacht hij. "Het is bijna irrationeel om tijd te willen doorbrengen in de bergen en dat is net wat er zo aantrekkelijk aan is. In de bergen ben je blootgesteld aan pure natuur en ben je volledig op jezelf teruggeworpen. Je komt terug naar beneden als een ander mens. Dan heb ik het uiteraard over het hooggebergte. Overal ter wereld wonen mensen in de bergen, maar historisch zagen bergbewoners de hoge toppen als gevaarlijk of heilig en dus bleven ze er weg. Men dacht zelfs dat de lucht daarboven giftig was. Ik was vijf toen ik mijn eerste rotswand beklom, samen met mijn ouders en broer. Ik was gebeten en klom vanaf dan elke vrije minuut. Maar wij waren de uitzondering. Niemand in ons dorp was geïnteresseerd in wat er boven 2400 meter gebeurde. Daar waren geen weiden voor koeien, geen gras om hooi van te maken, niets nuttigs dus. Vergeet niet dat alpinisme nog maar zo'n tweehonderdvijftig jaar bestaat en dat de bergbewoners in het begin absoluut niet begrepen wat die rare kwasten in die hoge bergen te zoeken hadden. Ze geraakten pas geïnteresseerd toen bleek dat ze geld konden verdienen als gids." Onze liefde voor bergen is inderdaad recent, zo schrijft Robert Macfarlane in het boeiende boek Hoogtekoorts. "Tot begin achttiende eeuw waren bergen vooral angstaanjagend. We vonden ze afstotelijk, gevaarlijk en ze hadden ook iets bovennatuurlijks. Reizigers die Alpenpassen over moesten, lieten zich blinddoeken om te voorkomen dat de aanblik van de bergen hen angst aanjoeg." In de loop van de achttiende eeuw veranderde dat. Rijke Britten bewonderden op hun grand tour de ruwe schoonheid van de Alpen, schilders als Turner maakten berglandschappen populair en in 1865 stond er voor het eerst een groep klimmers bovenop de Matterhorn. Onze bergzucht was een feit. Wat bergen ons bieden is : avontuur. Daar is Messner van overtuigd. "De mogelijkheid om onze huiselijke haard in te wisselen voor een plek van onzekerheid. Wie de bergen in gaat, komt in een andere wereld terecht." We zoeken het sublieme, denkt ook Macfarlane. "Een bedwelmende combinatie van plezier en afgrijzen die je voelt op duizelingwekkende plekken. Vandaag zijn bergen een soort speelplaats voor volwassenen, een plaats van beproeving waar alles uitvergroot wordt en je jezelf kunt bewijzen." Net dat is goed voor ons, vertelt Messner. "Het helpt ons beter te begrijpen wie we zijn. In de bergen zorgt de confrontatie met de natuur ervoor dat onze eigen natuur bovenkomt. Naast een genetisch systeem hebben we ook een ingebakken gedragssysteem. Ons eerste instinct is overleven, daar doen we alles voor. Maar om te overleven, hebben we anderen nodig, dus in extreme omstandigheden zegt datzelfde instinct ons dat we elkaar in leven moeten houden. We zijn tegelijk egoïstisch en altruïstisch, dat heb ik geleerd in de bergen." Allemaal goed en wel, maar wat met een salonbergliefhebber als ik ? Ik logeer weliswaar in een berghut op 2000 meter, maar dan wel eentje met alle luxe, inclusief bad met uitzicht. Ik klim niet, ik wandel en het gevaarlijkste onderdeel van mijn bergvakantie is de 1100 kilometer lange rit ernaartoe. Toch hebben bergen een onmiskenbaar effect op mij. Ik word er intens blij van, en rustig, en bizar genoeg ook opgewonden, op een kinderlijke kijk-eens-hoe-mooi-manier. "Voor mij zijn hoge bergen een gevoel", dichtte Lord Byron in zijn Childe Harold's Pilgrimage, maar een vinger leggen op dat gevoel blijkt moeilijk, ook voor Messner. "We hebben al duizenden jaren een relatie met de bergen", vertelt hij. "Sommige gemeenschappen zien ze echt als heilig, denk maar aan de Uluru-rots in Australië of de Everest voor ze een toeristische attractie werden. Maar zelfs voor wie ze niet vereert, zijn ze mystiek. Hier in de streek vertellen we al eeuwenlang verhalen over fanes en corones, nimfachtige figuren die een speciale band met de rotsen hebben. Omdat bergen zo mysterieus en onherbergzaam zijn, hebben ze op veel mensen een spiritueel effect." Zelfs een nuchter mens als ik blijkt daar gevoelig voor te zijn. Natuurlijk vuurwerk, zo ziet het onweer eruit dat op een avond over Alta Badia komt gerold. Ik zie de dikke grijze wolken al van ver aanrollen, ze vullen de dalen en doven het zonlicht. Als ze de Las Vegas Lodge, waar ik logeer, bereiken, vallen er dikke hagelbollen uit. Donderslagen worden weerkaatst tussen de bergflanken en zijn letterlijk oorverdovend. De bliksem, verderop nog fotogenieke schichten, licht nu de bergweides en flanken rond de Lodge op alsof iemand een immense tl-lamp aan en uit doet. Ik word er stil van. Hier binnen, achter mijn kop chocolademelk, kan er mij niets gebeuren, maar amper vijfhonderd meter verder zou dat anders zijn. "We zijn zelfingenomen", schrijft Robert Macfarlane. "In ons dagelijkse leven verwachten we van de natuur dat ze onze bevelen opvolgt en ons ritme aanneemt. We vergeten dat de wereld niet voor de mens gemaakt is en de bergen herinneren ons daaraan. Water dat geduldig een groef in een granieten wand slijpt, de zachte vacht van mos op de lijzijde van keien en bomen, een sneeuwvlok van een miljoenste gram op je handschoen : bergen wakkeren ook ons vermogen om ons te verbazen weer aan." Schoonheid, verwondering en onwerkelijkheid, dat zijn volgens Macfarlane de ingrediënten van onze bergzucht. "Bergen zijn soms intimiderend, dat klopt, en niet iedereen vindt dat een aangenaam gevoel", weet Messner. "Hoe hoger je gaat, hoe kleiner je je voelt. Mensen denken dat bergen beklimmen je een triomfantelijk gevoel geeft. Maar zo is het niet. Je voelt je vooral klein en krijgt respect. Voor de dimensies, de kracht van de natuur en de indrukwekkende weersomstandigheden. Klimmen gaat niet over ego en tonen wat je kan, integendeel, het maakt je nederig. Een berg trekt zich niets van jou aan, alles zou exact hetzelfde zijn als jij er niet bent." Een ervaring die we allemaal kunnen gebruiken, vindt hij. "Misschien voel je je geroepen om de moeilijkste rotswand te beklimmen, of misschien wil je gewoon op vakantie komen, lekker eten en een of twee keer per week de kabellift naar een alpenweide nemen om van het uitzicht te genieten. Dat doet er niet toe. Maar als iedereen minstens een keer in zijn leven naar de bergen zou trekken, zou ik echt gelukkig zijn. Misschien moeten we de volgende G20-top hier in Zuid-Tirol organiseren, in plaats van in Londen of in China. Bovenop bijvoorbeeld de Sassongher zouden de politici vast anders naar de dingen kijken." Terwijl hij dat vertelt, besef ik dat dit inderdaad de reden is waarom ik van bergen en andere indrukwekkende landschappen hou. Ik woon in een stad, ver van de natuur. Dat de seizoenen veranderen, merk ik aan het feit dat ik een andere jas aan moet, en als het stormt, haal ik de overtrekken van mijn terrasstoelen en doe ik de gordijnen dicht. Een mens durft dan al eens te vergeten dat hij deel uitmaakt van de natuur. Een paar dagen in de bergen zijn daar het perfecte en broodnodige antigif voor. Het zet me gepast op mijn plaats. Ik ben een stofje in een immens universum, een zucht in de onmetelijke geschiedenis, maar ik besta en dat is een wonder op zich. Dat de laatste zonsondergang van mijn vakantie zo indrukwekkend mooi was dat ik er een uur of twee van moest bekomen, is een extra bonus. Tekst Nathalie Le Blanc & Foto's Géraldine van Wessem"Klimmen maakt je nederig : een berg trekt zich niets van jou aan" "In de bergen zorgt de confrontatie met de natuur ervoor dat onze eigen natuur bovenkomt."